Geplaatst in Koffie momentje

Please shoot me

Eenmaal een keuken van Murphy, altijd een keuken van Murphy. De afvoer zit verstopt. Iets wat we een paar dagen geleden al hadden geconstateerd maar aangezien het water nog steeds wegliep, had ik het oplossen van het probleem een beetje voor mij uit geschoven. Totdat ik dinsdagavond de vaatwasser aanzetten en het water tijdens het pompen via de gootsteen omhoog kwam. En langs de sifon afloop. Zo door een opening onder de keuken.

Ondertussen liggen de plinten los, staan de ‘onder de gootsteen lades’ in de kamer, zijn alle nat geworden vaatwastabletten net als de vloer onder de keukenkastjes weer droog en zijn Zoon en ik druk bezig om uit te zoeken waar de verstopping precies zit, en of huis, tuin en keukenmiddeltjes wellicht helpen. En heb ik de tijdmachine van de Boysz in beslag genomen, zodat ik kan afwassen.

Nu zie ik jullie denken, dat is toch geen reden om afgeschoten te worden. Neen, dat klopt. De ware reden dat ik voor een simpele oplossing wil gaan is een knallende hoofdpijn. Echt een knallende hoofdpijn. Zo’n gekmakend geval. Bonken, misselijk, nauwelijks kunnen bewegen. Vraag één is, hoe kom ik hier vanaf en vraag twee, waar heb ik dit nou weer opgelopen.

Ondertussen weet ik het antwoord op vraag twee (en daarmee ook op vraag één). Gisteren heb ik broodjes gebakken en het bakpapier wat op de bakplaat lag (waar Zoon zijn pizza op gebakken heeft) opgefrommeld en in de prullenbak gegooid. Normaal schuif ik het deksel met mijn knie aan de kant, maar omdat de vuilnisbakken niet onder de gootsteen maar in de kamer staan, heb ik het deksel opgepakt. En daarmee vol gesmeerd met gluten. Daarna heb ik wel mijn handen gewassen, maar vergeten het deksel schoon te maken.

Hoe lang het duurt? Vanaf nu gaat het elke dag een beetje beter. Zondag verwacht ik weer helemaal boven Jan te zijn. Tot die tijd is het afzien. Eigen schuld, dikke bult.

Geplaatst in Toet & Co

Toet & Co: Familiedrama…?

Zwaaien naar kinderen en hun ouders is allemaal leuk en aardig, maar de Boysz willen meer. Zij willen op kaart gezet worden. Helaas, de landelijke kaart zit vol; het wachten is op een initiatief in de regio. Wat er natuurlijk komt. Ik meld mij aan voor de Facebook groep Berenjacht Venlo, laat de heren op de kaart opnemen en dan scrollen we door de tijdlijn van de groep. De concudingessen bekijken, aldus Rozi. Soms krijg ik de opdracht om een foto te liken, meestal moet ik door scrollen. Dit alles voorzien van veel commentaar.

En dan vallen de drie knuffels stil.

Long lost twin or cousin million times removed?

‘Dat is Moeltje maar dat is niet bij ons,’ piept Rozi. ‘Nee, dat is Moeltje niet. Moeltje heeft een smaller hoofd, maar hij lijkt wel enorm veel op Moel,’ verbetert Toet zijn vriendje. Moeltje is stil. Aait voorzichtig over het beeldscherm. Knippert met zijn ogen, aait nog een keer en zegt, met een brok in zijn keel, ‘Mai long lost twin’. Weer aait hij met zijn pootje over het scherm.

Ik bekijk het beertje op de foto eens goed. Zie de gelijkenis. Alleen, Moeltje is ooit illegaal in het koffertje van Zoon vanuit Amerika mee naar Nederland gekomen. Ik kijk naar de foto, lees het onderschrift, zie het adres en langzaam dringt het tot mij door dat dit beertje nog geen 500 meter bij ons vandaan woont. Hoe groot is de kans dat zijn tweelingbroer hier om de hoek woont. Ik probeer Moels verwachtingen iets te temperen. ‘Ik denk dat dit beertje van de Nederlandse tak is. Geen tweelingbroer. Een neef wellicht, of achterneef.´ Moeltje bekijkt het beertje nogmaals aandachtig. ‘Ai don’t care if hai is mai twin or my cousin a million times removerd. Hai is family. Ai hef my family gevonden. Family is very veel belangrijk in tijden van crisis.’

De kleine beer heeft gelijk. Ik reageer op de foto door te schrijven dat er hier precies zo’n beertje woont dat oorspronkelijk uit Amerika komt. Het antwoord op die opmerking maakt dat er hier ineens drie knuffels door de kamer dansen. Het beertje op de foto komt ook uit Amerika. ‘Det is mai twin, det is mai twin!’ juicht Moeltje en valt zijn vriendjes lachend en snikkend tegelijkertijd in de armen. ‘Ai hef family, net als jullie. Nou ai hoef niet meer jaloers te sain op jullie.’ Over zijn hoofd kijken zijn vriendjes elkaar aan. Moeltje maakt zich los uit hun omhelzing en rent naar de badkamer om de tijdmachine te halen.

‘Wat als dat beertje niet magisch is,’ vraagt Toet bezorgt. ‘Dan heeft Moeltje nog geen familie en zal hij vreselijk teleurgesteld zijn.’ Ik knik dat ik hem begrijp maar nu het beertje zo enthousiast is, is er geen houden meer aan. Ik hoor hoe de afwasteil over de tegels getrokken wordt. In zijn haast is Moeltje blijkbaar vergeten dat dat ding kan vliegen. Samen met zijn vriendjes stapt hij in, en met een flits zijn zij verdwenen. Terwijl het nog dag is en iedereen hen kan zien.

Gelukkig zijn er geen mensen op straat zodat de Boysz niet gespot worden. Het vreemde beertje is zo gevonden. Toet laat de tijdmachine voor het raam zweven. Moeltje zwaait naar het beertje. Roept naar hem. Werpt kushandjes. Trekt gekke bekken. Het beertje reageert niet. Blijft lekker liggen zoals hij ligt, dromerig voor zich uit kijkend, een vage glimlach rond zijn mondje. Langzaam dringt het tot Moeltje door dat zijn long lost twin niet magisch is. Niet terug gaat zwaaien. Niet met hem kan praten. Zijn schoudertjes zakken naar beneden, zijn beentjes kunnen hem niet meer dragen. Als een beany bag hangt hij tegen de shuttle van Rozi aan. Tranen lopen over zijn snuitje. Met de punt van zijn sokmuts veegt hij de tranen weg. Snuit zijn neus. Met een klein stemmetje zegt hij, ‘Nog één keertje kijken en dan wil ik naar huis Toet.’ Rozi slaat zijn slurfje om de schouders van zijn vriendje. Samen kijken zij nog één keer naar het beertje wat zo verschrikkelijk veel op Moeltje lijkt. Zwaaien zij nog één naar het beertje.

En zien hoe het beertje heel langzaam, haast in slow motion, één oogje sluit. Opgetogen stuitert Moeltje uit zijn passieve houding overeind. Begint te lachen. Toet schatert het uit. ‘Duidelijk familie van jou Moeltje. Waarom iets snel doen als het ook langzaam kan?’ Stemmen in de verte kondigen berenjagers aan. Tijd om naar huis te gaan om ontdekking te voorkomen. ‘Niet weggaan broertje,’ roep Moeltje naar het beertje aan de andere kant van het raam. ‘Ik kom vanavond terug. Dan kunnen we bijkletsen.’ Langzaam maakt het beertje zijn oogje weer open.

Of dit beertje is nog luier dan Moeltje, of een klein beetje van de magie van Moeltje is op hem overgegaan en moet hij daar nog aan wennen. De tijd zal het leren. Voor nu is Moeltje tot de maan en weer terug blij met de ontdekking van een familielid. Spoorloos is er niets bij.

NB. De eigenaresse van de broer van Moeltje heeft toestemming gegeven de foto hier te plaatsen.

~~~~~~~~~**********~~~~~~~~

Voor de nieuwe lezers: Toet is een Cliniclown-muisje met een eigen willetje, Rozi, Rozifantje voluit, is een creatie van Appelig (en daarmee one-of-a-kind) en Moeltje is en Amerikaanse bruine beer, die lang geleden in het koffertje van Zoon mee naar Nederland is gekomen. Hij verblijft hier min of meer illegaal.

Geplaatst in Koffie momentje

Kijk eens wat vaker naar de kip en het ei

Persoonlijk heb ik weinig moeite met het feit dat ook de kappers hun zaak hebben moeten sluiten. Ik ga ongeveer driemaal per jaar naar de kapper. Dat ik mij zorgen maak over de financiële situatie van kappers in het algemeen en mijn favoriete kapster in het bijzonder is een ander verhaal. Ik duim dat mijn kapster de corona crisis persoonlijk en financieel overleeft, en heb mij al voorgenomen aansluitend aan de crisis eens wat vaker in die verrekte spiegel te kijken.

Ik weet ook dat het voor anderen een stuk lastiger is om even geen toegang tot de kapper te hebben. Korte kapsels verliezen hun spunk, gekleurde kapsels gaan grijze scheidingen opleveren en voor sommige mensen is het watergolf momentje hun enige uitje voor die week.

Goed. De kappers zijn gesloten. Ook hier in de regio. Toen las ik een krantenberichtje (op Facebook). Een kapper in T had zich niet aan de regels gehouden. De voordeur zat dicht, maar de achterdeur stond open. Voordat het ‘ontdekt’ werd, had de kapper een twaalftal klanten ‘geholpen’. Heel Facebook sprak er schande van. Vergunning intrekken, las ik. Nooit meer mogen werken. Spelen met het leven van anderen. Aanklagen voor poging tot doodslag.

Best wel heftig. En ik dacht…

Waarom heeft niemand het over die klanten die ondanks het verbod toch het aanbod om geknipt, gekleurd, gewatergolfd te worden hebben aangenomen. Dat schreef ik dus ook. Via de like-knop kreeg ik bijval. Het was wachten op de eerste reactie. Die kwam. Ik zag het verkeerd. Als de kapper niet open was geweest, waren deze mensen niet in de verleiding gekomen om naar de kapper gegaan. Mijn reactie was simpel. Als de klanten niet vragen of ze langs mogen komen, komt de kapper niet in de verleiding open te blijven.

Inderdaad. Een kip en het ei discussie. Vraag en aanbod. Eén ding is mij duidelijk. Zowel kapper als klanten hebben zich niet aan de regels gehouden en dienen even zwaar gestraft te worden. Iets met iedereen over een kam scheren.

Hoe vaak ga jij naar de kapper en komt door corona je kapsel in gevaar?