Geplaatst in Werken op de Berg

Van Werken op de Berg naar Werken op de 1e verdieping

Vrijdag dacht ik heel optimistisch dat ik maandag wel weer zou kunnen gaan werken. Niet op de normale locatie, maar ergens waar wat minder mensen komen. Zondag weet ik wel beter. Mijn keel voelt nog steeds verkeerd, en ik heb verhoging. Ik log in op het bedrijfsnetwerk om mijn uren van de afgelopen week door te geven, en zie een algemeen bericht voorbij komen over beschermende maatregelen ten behoeve van de cliënten. Ik weet het niet zeker, maar vermoed dat die maatregelen ook op de locatie waar mijn bureau staat van toepassing is.

De stroom van appjes, die binnen een half uur mijn werktelefoon over de tafel laat dansen (toch dat trillen uitzetten), vertelt mij dat ik gelijk heb. Er wordt een vergadering voor de volgende ochtend half 9 aangekondigd. Iedereen die niet op locatie kan of mag zijn, wordt verzocht in te bellen.

Hoewel ik nog ziek ben, begin ik de maandagochtend met appen met mijn directe collega over ons inwerkprogramma. De huidige medewerker Bedrijfsbureau start op 1 april bij zijn nieuwe werkgever, dus voor die tijd moeten wij ingewerkt zijn. Voor mijn collega , die al jaren binnen de organisatie werkt, zijn dat 4 weken, voor mij 6. Alleen heb ik al twee weken gemist. Eerst was de vertrekkende collega ziek, nu ik. Overmacht, maar toch.

Om half 9 hebben we eerst het afdelingsoverleg waarin onder andere gesproken werd over het inrichten van de thuiswerkplekken. De huidige opstelling (docking station, laptop, één of twee schermen) staat op naam geregistreerd en kan mee naar huis worden genomen. Sommige mensen zitten door ziekte, het sluiten van de scholen, of omdat er huisgenoten ziek zijn, al thuis. Ook voor hen moet wat geregeld worden. Ik laat het aanbod aan mij voorbij gaan. Met alleen de laptop gaat het vast ook wel lukken.

Aansluitend aan de vergadering spreek ik met de collega’s af dat wij om elf uur even overleg hebben. Kan ik even uitrusten. Zelfs geconcentreerd luisteren vreet energie. What’s app ratelt ondertussen door. Een collega meld dat hij de diagnose Corona heeft gekregen. Niet bevestigd door een test. Die komt pas als zijn klachten verergeren. Voorlopig wordt hij dus niet opgenomen in de statistieken van het RIVM of GGD. Verstandelijk weet ik waarom we thuiswerken, de maatschappij plat ligt. Nu komt het gevoelsmatig binnen. Zo dichtbij.

Om elf uur zit het hele bedrijfsbureau digitaal bij elkaar. Ideaal dat video bellen. Zonder video btw. Dat scheelt bandbreedte. Bovendien zie ik er niet al te jofel uit. Er luisteren nog twee collega’s mee, die onder de indruk zijn van mijn stemverlies tijdens het gesprek. Ziek goed uit, lees ik via chat en app. Deze afspraak houden we, vooral voor mij, kort. Aan het eind van de dag staat nog een video afspraak op de planning. Eentje waar ik graag bij wil zijn. Ondanks mijn ziekte.

Halverwege de middag komt Zoon thuis. Ik vertel (fluister) over het thuiswerken. Hij herhaalt zijn aanbod om een oud scherm van hem aan de laptop te hangen. Dit keer vind ik het prima. Precies op tijd voor het laatste overleg van de dag is alles geïnstalleerd. En mén, wat was ik blij met het grote scherm toen we een flowchart doornamen. Op dat 14 inch scherm was dat echt niet zichtbaar geweest.

Aansluitend aan het overleg bellen collega en ik nog even met elkaar. Om het volgende video overleggen af te spreken. Morgen om half negen, 10 uur en 2 uur. Kan ik mij tussen de relax momenten door enigszins nuttig maken. Of in ieder geval op de hoogte blijven wat speelt. Nee, normaal mag ik graag uitzieken, maar bijzondere tijden vragen om bijzondere oplossingen. En dat het een bijzondere tijd is, kan niemand ontkennen.

En dan ziet mijn nieuwe werkplek er zo uit….

Geplaatst in Werken op de Berg

Mobiele brigade

Met ingang van 17 februari jl. ben ik toegetreden tot de zogenaamde mobiele brigade. Dat wil zeggen dat ik naast een privé smartphone en Chromebook, nu ook in het bezit ben van een zakelijke smartphone en een echte laptop. De zakelijke telefoon reist standaard met mij mee van werk naar huis en vice versa, maar het op en neer sjouwen met een laptop heb ik na de eerste week gestaakt. Iets met een rugzak die net iets te klein is voor én een laptop, én een lunchtrommel, én een agenda. Nu ik ook nog een regenbroek aan mijn standaard werkuitrusting heb toegevoegd, is het helemaal proppen geblazen.

Maandag aan het eind van de dag was ik wat rillerig en waardoor ik heel even heb overwogen om de laptop, en de oplader en de muis mee naar huis te nemen. Maar ja, mijn rugzak puilde al uit. Bovendien … waarom zou ik de laptop thuis moeten hebben? Was dat niet de goden verzoeken?

Zoals jullie gisteren hebben kunnen lezen bleek niet meenemen de goden ook te verzoeken en ik ging plat. Viel uit. Sliep een gat in de dag, was zo slap als een vaatdoek en te lang achter een scherm zitten geen sinecure. Ondanks dat baalde ik van het feit dat ik de laptop op het werk had laten liggen. Dat balen komt deels voort uit het optrekken van Corona en de diverse maatregelen die worden getroffen. Zoals thuiswerken wanneer je er niet goed aan bent.

Vanmorgen stond ik op en voelde mij best goed. Zo goed, dat ik besloot de boodschappen te gaan doen. Een betere test om te kijken of ik de volgende dag weer kan gaan werken is er niet. Net voor vertrek kreeg ik een brainwave en belde Collega met de vraag of zij mijn laptop en toebehoren bij elkaar kon zoeken. Dat kon zij en een kwartier later vond, bij de ingang van ‘ons’ kantoorgebouw, de overdracht plaats waarbij wij een zekere afstand naar elkaar bewaarden.

Door deze actie leerde ik twee dingen: Ten eerste dat de eerste collega’s al thuis aan het werken zijn, en ten tweede, dat ik nog erg wiebelig op mijn benen sta, nog niet koortsvrij ben, waardoor de laptop, zoals ik het nu kan inschatten, de eerste dagen niet gebruikt gaat worden. Maar mocht het nodig zijn, dan kan het. Want ik ben lid van de mobiele brigade.

Nu alleen op zoek naar een tas die wel groot genoeg is om alle meuk makkelijk in mee te nemen. Ik start binnen mijn eigen collectie, maar voel een externe zoektocht opkomen. Als ik beter ben.

Geplaatst in Werken op de Berg

Verspreking

Vroegâh had ik een leidinggevende die met enige regelmaat zijn zijn met de woorden bij ons bij het VVGI begon. Aangezien hij en ik beide bij het SZNL (tegenwoordig VC) werkte, klopte het bij ons niet echt en mijn duo partner en ik hebben hem daar regelmatig op gewezen.

Ondertussen ben ik er achter hoe lastig het is om een dusdanig ingesleten spreekwijze los te laten. Met enige regelmaat begin ik een zin met Bij ons doen we om die dan snel te wijzigen in Bij VC werkt het als volgt. Inderdaad, ik verbeter mijzelf regelmatig. Nu ik er bewust op let, lopen het aantal versprekingen terug, of kap ik ze nog eerder af. Zo goed, dat ik vandaag niet één keer in de fout ging.

Tot vanmiddag. Aan het einde van deze lange dag, vol verrassingen, pleegde ik mijn vijfde telefoontje van de dag. De eerste vier keer rolde mijn naam, afdeling en bedrijf in een vloeiende zin van mijn lippen. De vijfde keer ging het fout. Na mijn naam en afdeling genoemd te hebben, begon ik met Vie.. Met een oeps sorry corrigeerde ik mij meteen. Maar het leverde wel een grijns op het gezicht van een collega op.

Het zal nog wel even duren voordat VC helemaal uit mijn systeem is ben ik bang. Blijk ik toch menselijk te zijn.. 😉