Geplaatst in Werken op de Berg

Thuiswerken: rozengeur en maneschijn of..?

De afgelopen jaren heb ik met enige regelmaat lijstjes onder ogen gekregen waarin met name de enorme voordelen van thuiswerken uit de doeken wordt gedaan. Je eigen werktijd indelen, tussendoor de vaatwasser uit of in ruimen of knuffelen met de kat, zo uit je bed achter de laptop rollen en ongekende rust om uren aan een stuk geconcentreerd aan iets te werken. Oh, en betere koffie dan op het werk.

Ondertussen ben ik begonnen aan thuiswerk week nummer drie en neem van mij aan, it ain’t no picknick, dat werken vanuit huis. Vanaf acht uur moeten collega en ik telefonisch bereikbaar zijn. Om een mogelijke eerste beller niet te lang te laten wachten, moeten wij dan al ingelogd zijn op het bedrijfsnetwerk. Zittend aan de keukentafel op een niet ergonomisch verantwoordde stoel beginnen wij de dag met een beeld bel afspraak. Even de dag van gisteren bespreken en het werk verdelen. Ik ben tot veel in staat, maar op het moment van die eerste afspraak ben ik gewassen en aangekleed.

Dus niks zelf bepalen wanneer ik begin en het maakt niet uit of ik nog in pyjama rondwandel.

Zodra wij onze dag door hebben gesproken kunnen we aan de slag met een vollopende mailbox en een overspannen rinkelende telefoon. Die rust valt dus wel mee. Aan de vaatwasser activiteiten en het katten knuffelen kom ik niet toe. Het eerste heb ik aan Zoon uitbesteed (ziek thuis met een hoestje maar niet niet zo ziek dat hij hulpbehoevend is geworden), en het tweede is een schier onmogelijke opgave aangezien er hier geen poezenbeest rondloopt.

En wanneer je net helemaal in een onderwerp bent gedoken zegt mijn outlook agenda ping, en is het tijd voor een beeldbel afspraak met de hele afdeling, een deel van de afdeling, één collega die nu iets moet weten. Of de telefoon rinkelt.

Nou ja, al dat beeld[- en gewoon bellen heeft één enorm groot voordeel. Ik las zondag op LinkedIn dat er bedrijven zijn waar de medewerkers elk uur een selfie naar de baas moeten appen als bewijs dat zij aan het werk zijn. Gezien alle beeldbel afspraken en de enorme output die wij momenteel produceren, zit dat wel snor.

Het moge duidelijk zijn. Ik mis het werken op locatie. Alleen de koffie mis ik niet. 😉

Geplaatst in Werken op de Berg

Ik ben niet mijn baan… of toch wel??

In de veertien maanden dat ik zonder baan zat, heb ik dat zelden tot nooit als een gemis ervaren. Natuurlijk wilde ik heel graag weer aan de slag en solliciteerde en netwerkte mijzelf suf, maar ik heb nooit het gevoel gehad er niet bij te horen. Ik ben ik, zei ik wanneer iemand vroeg wat ik deed, Ik ben niet mijn baan.

Zes weken geleden (is het echt pas zes weken geleden?) begon ik bij de Zorggroep. Ik was en ben nog steeds een blije kiep dat ik weer aan de slag ben, praat weer over ons en wij, maar het hebben van werk, mijn baan, definieert niet wie ik ben.

Vanavond scrolde ik door mijn tijdlijn op Facebook en las een berichtje van een oud- en nu weer collega. Deze week keihard gewerkt met een topteam om vandaag dit hotel te openen als zorghotel. Nu in standje relax.

Ik maak wel geen onderdeel uit van het betreffende team, maar na negen dagen op rij gewerkt te hebben, klinkt relaxen als een goed idee. Vijf minuten later stap ik onder de douche en terwijl ik onder de stroom warm water langzaam ontspan realiseer ik mij dat ik dan wel niet mijn baan ben, maar dat ik het gevoel van trots zijn op collega’s, een team, de instelling, de sector waarvoor ik werk, wel enorm heb gemist.

Ik ben trots op al mijn eigen collega’s, maar ook mijn oud collega’s binnen het ziekenhuis, en de onbekende collega’s bij veiligheidsregio’s en andere zorginstellingen, die in staat zijn om muren tussen afdelingen en zelfs instellingen te slechten om in zeer korte tijd verplegend & verzorgend personeel om te scholen tot corona experts, zorghotels uit de grond weten te stampen, zich dag en nacht inzetten om, in tijd dat iedereen daarom staat te springen, de voorraad beschermende middelen aan te vullen, denken aan het welzijn van al het verplegend- en verzorgend personeel door psychische ondersteuning voor hen te regelen… Noem het maar op.

Ik ben trots op de collega’s die, terwijl ik dit schrijf, de laptop weer aanslingeren om accounts aan te maken zodat de nieuwe collega’s die morgen gaan beginnen in kunnen loggen en hun werk kunnen doen. Trots op al die mensen die één, twee, drie stapjes harder lopen, hun schouders ergens onder zetten. Denken in mogelijkheden en problemen oplossen. Het onmogelijke mogelijk maken. Wonderen verrichten.

Nee, ik ben niet mijn baan, maar mén, wat ben ik trots dat ik een klein radartje in het grotere geheel wat zorg heet mag vervullen. Als dat voor anderen betekent dat ik mijn baan ben, than so be it.

Neemt trouwens niet weg dat ik tegen iets minder hectiek geen nee zeg. Dan ga ik nu zelf ook even de laptop aanzetten. Er staat een spoedoverleg gepland.

Geplaatst in Werken op de Berg

Kun jij een handje helpen?

Ik werk in de zorg. Nee, ik ben geen held, geen zorgverlener. Ik ben één van de kleine radartjes in het grote geheel van het ondersteunen van de zorg. Waarschijnlijk de belangrijkste reden dat ik nu ondanks beslist niet gezond zijn, vanuit de veiligheid van mijn eigen huis wel deels aan het werk ben. Ik wil mijn steentje bijdragen, zodat onze zorgverleners dat kunnen doen waar zij goed in zijn.

Net als zo ongeveer elke andere zorginstelling vreest ook mijn werkgever dat er in de zeer nabije toekomst een tekort aan handjes gaat ontstaan. De roep om & het trekken aan voormalig verzorgende en verplegende is enorm. Het aantal vissers is beduidend groter dan het aantal vissen in de vijver die verzorgend personeel heet. Vandaar dat er niet alleen naar zorgverleners wordt gezocht, maar ook naar mensen die kleine taken over kunnen nemen waar de zorgverleners momenteel haast niet aan toekomen. Taken waar je geen specifieke zorgachtergrond voor nodig hebt.

Vandaag is een mail naar alle medewerkers gestuurd met de vraag Kun jij een handje helpen. Op zich heb ik er wel oren naar maar ik heb ook zo mijn twijfels. Ik ben fysiek minder robust dan ik er uit zie, ben niet altijd de meest geduldige verzorger en kan met name de oudere bewoners van deze provincie niet altijd even goed verstaan.

Ik zie een mailtje voorbij komen dat Collega er wel oren naar heeft. Een uur later zijn we aan het beeldbellen zonder beeld en vertelt zij van haar plan. … en ik geef door dat ik op alle dagen, tijdens alle dagdelen, met uitzondering van de woensdag wanneer jij vrij bent, beschikbaar ben. Ineens weet ik wat mijn handje is. Geef je maar voor alle dagen en dagdelen op zodat je ingepland kan worden wanneer het het hardst nodig is, zeg ik haar. Dan zorg ik dat hier altijd iemand aanwezig is.

Laat dat nou net de voorwaarden zijn die onze leidinggevende heeft gesteld voordat hij haar toestemming gaf om zich aan te melden. Draag ik indirect toch een steentje bij.

En chapeau voor mijn collega en alle andere medewerkers en oud medewerkers die zich aanmelden voor deze actie.

Bron foto: De Zorggroep