Geen zin

StuderenIk heb genoten van mijn ‘vakantie’.  Even geen wekker en moeten en zo. Tussendoor en aansluitend had ik die buikgriep. En nu… Nu is mijn ritme compleet naar de haaien. Of nee, mijn ritme is er nog. Ik word elke ochtend ongeveer een half uurtje voordat de wekker afgaat wakker. Ik sta op voor een sanitaire stop, en kruip dan nog even terug om lekker warm te wachten tot het tijd is om op te staan.

De wekker gaat…

Ik zet de wekker uit…

Ik draai mij nog even om…

Dat kan wel, want ik ben al een half uur wakker..

En doe rond de klok van negen uur mijn ogen voor de tweede (derde, vierde, vijfde) keer open.

Morgen heb ik een schooldag. Dan ‘moet’ ik de trein van 3 minuten over 9 uur hebben. Kwartiertje lopen, maar ik wil geen risico nemen, dus rond half negen vertrekken. Om negen uur opstaan is dan geen optie. Met dat in mijn achterhoofd ging ik woensdag op tijd naar bed, met het voornemen om om zeven uur op te staan.

Om zes uur was ik wakker…

Klaarwakker maar nog geen zin om op te staan…

De regen kletterde tegen het raam…

Het was nog donker….

De wekker ging uit…maar ik bleef even liggen….

Voelde om half zeven de wekker van de BellaBeat aan mijn pols trillen… 

Nog steeds klaarwakker…

Ineens was het half elf… 😉

Ik zal het nodig hebben gehad. Morgen ga ik in de herhaling. Misschien dat ik gewoon even de noodzaak nodig heb.

Duurzaam sokkenbeleid

toet_verwarmingIk ben opgegroeid met gestopte sokken en maillots en had daar een gruwelijke hekel aan. Dan zat er ineens zo’n dikke bobbel in de buurt van je kleine teentje die je toch al wat krappe schoen nog krapper maakte. Het was een ware vreugde toen mijn moeder stopte met het stoppen van sokken. Niet voor het milieu, maar daar stonden wij toen nog niet bij stil. Kapotte sokken verdween in het schoenpoetsmandje, was het mandje vol, werden de sokken weggegooid.

Het schoenpoetsmandje van mijn ouders staat tegenwoordig bij mij. Zonder schoenpoets, borstel en zonder kapotte sokken. Ik poets namelijk geen schoenen en kwak kapotte sokken meteen weg. Fout, ik weet het.

Gelukkig compenseert the apple of my eye mijn te snel een sok opgeven gedraag volledig. Hij heeft sokken, die verdienen die term niet eens. Dat zijn gaten met wat draadjes er omheen. Tot vorige week. Ik kocht twee paar nieuwe geitenwollen sokken voor hem, en bekeek de inhoud van zijn sokkenbak eens goed. Tien losse sokken verdiende de term sok niet meer en verdwenen in de vuilniszak. De overgebleven sokken heb ik in paren verdeeld. Een deel van die paren bestaan uit sokken die echt bij elkaar horen. De rest van de paren, ongeveer 30%, bestaat uit sokken die vaag op elkaar lijken. Bleven er nog een stuk of zes sokken over die in niets op elkaar leken.

Die had ik weg kunnen doen, maar deed dat niet. Ik ken mijn kind en zijn manier van was verzamelen.  Daarbij: de eerste sokken die hij na mijn actie aantrok, waren die zes unieke exemplaren. Want dat ziet toch niemand.  Heel fijn, zo’n houding.

Vandaag heb ik de witte was, inclusief zijn sokken, gedaan. Die heb ik voor de gein paarsgewijs opgehangen. Tot mijn vreugde is het aantal unieke sokken al teruggebracht naar vier. En hangen er geen zeven maar elf paar sokken te drogen. Ik vermoed dat hij nog een voorraadje onder zijn bed heeft gevonden. Met een beetje geluk komen die laatste vier sokken ook nog boven water. Zo niet, verslijt hij ze toch wel. 😉

De droom verklaard

Google is my friend en zo ben ik er achter dat wanneer je droomt over een toiletbezoek dat je zaken aan het loslaten bent. Of moet gaan loslaten. Gezien alles wat de laatste 100 jaar is gebeurt, en het denkproces van met name het laatste half jaar, kan dat goed kloppen.

Dan nu de combinatie van De Hamert en een toiletgebouw in de jungle, compleet met gat in de grond. Komt-ie!

Vorige week, tijdens mijn wandeling in natuurgebied ’t Zwart Water, stond het water mij binnen een kwartier na start wandeling, spontaan aan de lippen. UIteindelijk heb ik mij even teruggetrokken achter de wortels van een omgevallen boom waar flink wat struiken omheen stonden, om dat te doen waar moeder natuur om riep. Of in ieder geval mijn blaas.

Naast een rokje en een thermolegging had ik meerdere laagjes kleding aan. Die laagjes zorgen er voor dat naar het toilet gaan een soort puzzel is. Met name het feit dat de legging over een hemdje gaat, en de rok weer over de legging, maakt even snel naar het toilet gaan lastig.

Altijd wanneer ik ‘terug naar de natuur’ iets te letter opvat, moet ik denken aan de toiletgang tijdens de tiendaagse trektocht in Nepal. Dat geschiedde over het algemeen hurkend achter een struik, buiten het zicht van de rest van de wereld. Behalve van dat ene kind wat dan, net op het moment dat jij op je hurken zat, onverwachts uit de struiken opdook en vroeg, ‘Do you have pen?’ Ik weet niet of het nu nog zo is, maar rond 1990 waren Nepalese kinderen altijd op zoek naar school supplies.

Komen we nu bij het laatste deel van mijn droom. Restaurant De Hamert. Dinsdag las ik dat dit voormalige sterrenrestaurant failliet is, en haar deuren voor het publiek heeft gesloten. In de vorige eeuw ben ik tweemaal door de toen nog open deuren naar binnen gegaan.

De eerste keer was aan het eind van een wandeling die ik samen met een vriendin had gemaakt. Het weer was bar slecht. Gehuld in regenkleding, op bergschoenen en regenlaarzen, met modderspatten tot halverwege onze broeken, stapte wij de hal in, op zoek naar een toilet en warme koffie. Zonder pardon werden wij naar buiten gebonjourd. Iets met niet gekleed zijn conform de kledingvoorschriften, aldus de bonjourende meneer.

Een week later liep ik voor de tweede keer in mijn leven die hal binnen. Dit keer niet samen met mijn vriendin, maar in gezelschap van mijn toenmalig echtgenoot en het voltallige management team van het bedrijf waar hij werkte. Tja, jurkje aan, haren in de krul, pumps, ‘goed’ gezelschap. De bonjourende man kwam vragen of hij mijn jas aan kon nemen. Het duiveltje in mij zei, ‘Oh, dus nu ben ik wel welkom,’ en hij bood zijn excuses aan. Case closed. Maar niet helemaal.

Mijn droom is dus niets anders dan het loslaten van bijeengeraapte indrukken en een samenloop van omstandigheden.  Of zoiets.

Een nare droom…

Aan het begin van de ochtend word ik wakker uit een vage droom. Ik ben in De Hamert, op het toilet. Ooit was De Hamert sjiek de friemel; hét aspergerestaurant uit de regio, in bezit van een ster. Nu is het doek gevallen, De Hamert is failliet.

Om onduidelijke redenen is het hele gebouw opgepakt en ergens in een oerwoud geplaatst. Bij binnenkomst van de toiletruimte zie ik dat niet alles mee verhuisd is. Achter elke deur bevinden zich nu een gat in de grond en twee uitsparingen voor de voeten. Ondanks de temperatuur draag ik een thermo maillot maar geen schoenen. Terwijl diverse dames ongeduldig op de deur bonken, besluit ik mijn maillot uit te doen, zodat de voeten niet nat kunnen worden wanneer ik in de uitsparingen stap, of ga flushen.

Dan blijkt mijn droom een nachtmerrie

Nadat ik eén voet uit mijn maillot heb gewurmd en bezig ben met been twee, valt het loshangende deel van mijn maillot in de pot. Met een snelle beweging hoop ik het leed te beperken maar helaas. Door die actie spettert het niet al te fris ogende water uit het gat onder mij, alle kanten op. Dan pas realiseer ik mij dat doorspoelen niet tot de opties behoort. Met een op springen staande blaas zak ik, met ingehouden adem, en griezelend van de nattigheid onder mijn voeten, door de knieën. Terwijl de dames buiten steeds ongeduldiger worden, besluit mijn blaas zich druppeltje voor druppeltje voor druppeltje te legen.

Wanneer mijn blaas eindelijk leeg is, en ik sta te bedenken wat ik met die natte maillot aanmoet, gaat het gebonk buiten over in gegil. Gegil wat overstemd wordt door een trompetterende olifant.

Met bonzend hart, badend in het zweet, schiet ik overeind. Mijn blaas staat op springen. Ademloos loop ik naar het toilet en haal opgelucht adem.  Het was maar een droom.

Ik ben er uit… Denk ik..

2019_MnM_1_januari_1-COLLAGEOndanks het druilerige weer moest ik dinsdag naar buiten. Ik heb nu eenmaal de afspraak met mijzelf gemaakt dat het weer geen belemmering mocht zijn om op de eerste van de maand geen foto’s voor Maand na Maas te maken. Het miezerde dus. Zachtjes. Toch trok ik mijn regenjas aan. Wind en waterdicht. Al snel kwam ik er achter dat de jas eigenlijk iets te koud is voor deze tijd van het jaar. De miezer ging over in echte regen en iets in mij zei dat het maar goed was dat ik mijn winterjas niet aan had. Die had zoveel regen niet kunnen verwerken.

Woensdag ging ik aan de wandel in een dorpje in het Zuiden van het land en zag daar in een winkel een dikkere uitvoering van mijn regenjas hangen. Voor het best wel lieve prijsje van €35,00. Alleen de kleur was, euhm, bijzonder. Iets tussen oranje en roze in. Volgens mijn gezelschap kon ik de kleur wel hebben. Ik pastte de jas, liep onder een TL-buis door, werd verblind door de kleur van de jas en dacht… Nah, toch maar niet.

Donderdag wandelde ik naar de stad. Halverwege de wandeling werd het ineens behoorlijk donker, en het begon te regenen. Ik besloot om even te gaan kijken of ze de jas hier ook hebben.  Na tien minuten stopte het met regenen en was gevoelsmatig de noodzaak weg. Ik ging nog wel even kijken, maar liep met lege handen de winkel uit.

Vrijdag aan het begin van de middag reed ik na het tanken door naar een natuurpark om te gaan wandelen. Ineens kwam het water met bakken uit de hemel. Ik dacht aan de jas. Op de parkeerplaats aan het begin van de route aangekomen was het weer droog. Ondanks dat het er best dreigend uitzag, ging ik wel wandelen. Ik ben tenslotte niet van suikergoed. Die gedachten moest ik goed vasthouden want na een kwartiertje wandelen miezerde het weer. Op het pad tussen de bomen had ik er weinig last van.

Ik zag een klein meertje met een schare vogels. Het plaatje vroeg om een foto. Van dichtbij want door de regenwolken was er te weinig licht. Ik verliet het pad en banjerde door het bos richting het meertje. Ik was bijna op de plaats van bestemming toen ik met een voet in een verdekt opgestelde kuil stapte. Ik bleef overeind, liep nog een klein beetje verder, besefte dat ik niet dichtbij genoeg kon komen voor een foto, keerde om en liep door het donkere bos terug naar het pad.

Toen begon het. De dames Me, Myself & She gingen zich ermee bemoeien. ‘Stel dat je was gevallen, je hoofd had gestoten, en bewusteloos was geraakt, wat dan?,’ vroeg Me, de dramaqueen in mij. ‘Dat is niet gebeurt,’ antwoordde ik stoer. ‘Maar ik zal op het pad blijven,’ voegde ik er aan toe, want was best wel geschrokken. ‘Dat bedoelt Me niet,’ zei Myself. ‘In die donkere jas had niemand je zien liggen, zo ver van het pad. Je had wel dood kunnen vriezen. Ik denk dat je die jas maar moet gaan kopen. Dan ben je altijd goed zichtbaar’

Ik dacht hetzelfde en, genietend van de vogelgeluiden om mij heen, vervolgde mijn pad. Ineens stopte de vogels met kwetteren en werd het stil. Toen werd de stilte doorbroken door een hard geluid. Crossmotor, bedacht ik en wandelde door. ‘Of het is een moordende maniak met een kettingzaag, op zoek naar een nieuw slachtoffer,’ deed de modebewuste She een dramatische duit in het zakje. ‘Gelukkig heb je een donkere jas aan zodat je niet zo opvalt tussen de bomen. Maar met dat lichtgevende geval, ben jij het gedoodverfde slachtoffer.’

Zucht. Kan ik mijn denkproces weer van voren af aan opstarten.