Geplaatst in Toet & Co

Toet & Co: Familiedrama…?

Zwaaien naar kinderen en hun ouders is allemaal leuk en aardig, maar de Boysz willen meer. Zij willen op kaart gezet worden. Helaas, de landelijke kaart zit vol; het wachten is op een initiatief in de regio. Wat er natuurlijk komt. Ik meld mij aan voor de Facebook groep Berenjacht Venlo, laat de heren op de kaart opnemen en dan scrollen we door de tijdlijn van de groep. De concudingessen bekijken, aldus Rozi. Soms krijg ik de opdracht om een foto te liken, meestal moet ik door scrollen. Dit alles voorzien van veel commentaar.

En dan vallen de drie knuffels stil.

Long lost twin or cousin million times removed?

‘Dat is Moeltje maar dat is niet bij ons,’ piept Rozi. ‘Nee, dat is Moeltje niet. Moeltje heeft een smaller hoofd, maar hij lijkt wel enorm veel op Moel,’ verbetert Toet zijn vriendje. Moeltje is stil. Aait voorzichtig over het beeldscherm. Knippert met zijn ogen, aait nog een keer en zegt, met een brok in zijn keel, ‘Mai long lost twin’. Weer aait hij met zijn pootje over het scherm.

Ik bekijk het beertje op de foto eens goed. Zie de gelijkenis. Alleen, Moeltje is ooit illegaal in het koffertje van Zoon vanuit Amerika mee naar Nederland gekomen. Ik kijk naar de foto, lees het onderschrift, zie het adres en langzaam dringt het tot mij door dat dit beertje nog geen 500 meter bij ons vandaan woont. Hoe groot is de kans dat zijn tweelingbroer hier om de hoek woont. Ik probeer Moels verwachtingen iets te temperen. ‘Ik denk dat dit beertje van de Nederlandse tak is. Geen tweelingbroer. Een neef wellicht, of achterneef.´ Moeltje bekijkt het beertje nogmaals aandachtig. ‘Ai don’t care if hai is mai twin or my cousin a million times removerd. Hai is family. Ai hef my family gevonden. Family is very veel belangrijk in tijden van crisis.’

De kleine beer heeft gelijk. Ik reageer op de foto door te schrijven dat er hier precies zo’n beertje woont dat oorspronkelijk uit Amerika komt. Het antwoord op die opmerking maakt dat er hier ineens drie knuffels door de kamer dansen. Het beertje op de foto komt ook uit Amerika. ‘Det is mai twin, det is mai twin!’ juicht Moeltje en valt zijn vriendjes lachend en snikkend tegelijkertijd in de armen. ‘Ai hef family, net als jullie. Nou ai hoef niet meer jaloers te sain op jullie.’ Over zijn hoofd kijken zijn vriendjes elkaar aan. Moeltje maakt zich los uit hun omhelzing en rent naar de badkamer om de tijdmachine te halen.

‘Wat als dat beertje niet magisch is,’ vraagt Toet bezorgt. ‘Dan heeft Moeltje nog geen familie en zal hij vreselijk teleurgesteld zijn.’ Ik knik dat ik hem begrijp maar nu het beertje zo enthousiast is, is er geen houden meer aan. Ik hoor hoe de afwasteil over de tegels getrokken wordt. In zijn haast is Moeltje blijkbaar vergeten dat dat ding kan vliegen. Samen met zijn vriendjes stapt hij in, en met een flits zijn zij verdwenen. Terwijl het nog dag is en iedereen hen kan zien.

Gelukkig zijn er geen mensen op straat zodat de Boysz niet gespot worden. Het vreemde beertje is zo gevonden. Toet laat de tijdmachine voor het raam zweven. Moeltje zwaait naar het beertje. Roept naar hem. Werpt kushandjes. Trekt gekke bekken. Het beertje reageert niet. Blijft lekker liggen zoals hij ligt, dromerig voor zich uit kijkend, een vage glimlach rond zijn mondje. Langzaam dringt het tot Moeltje door dat zijn long lost twin niet magisch is. Niet terug gaat zwaaien. Niet met hem kan praten. Zijn schoudertjes zakken naar beneden, zijn beentjes kunnen hem niet meer dragen. Als een beany bag hangt hij tegen de shuttle van Rozi aan. Tranen lopen over zijn snuitje. Met de punt van zijn sokmuts veegt hij de tranen weg. Snuit zijn neus. Met een klein stemmetje zegt hij, ‘Nog één keertje kijken en dan wil ik naar huis Toet.’ Rozi slaat zijn slurfje om de schouders van zijn vriendje. Samen kijken zij nog één keer naar het beertje wat zo verschrikkelijk veel op Moeltje lijkt. Zwaaien zij nog één naar het beertje.

En zien hoe het beertje heel langzaam, haast in slow motion, één oogje sluit. Opgetogen stuitert Moeltje uit zijn passieve houding overeind. Begint te lachen. Toet schatert het uit. ‘Duidelijk familie van jou Moeltje. Waarom iets snel doen als het ook langzaam kan?’ Stemmen in de verte kondigen berenjagers aan. Tijd om naar huis te gaan om ontdekking te voorkomen. ‘Niet weggaan broertje,’ roep Moeltje naar het beertje aan de andere kant van het raam. ‘Ik kom vanavond terug. Dan kunnen we bijkletsen.’ Langzaam maakt het beertje zijn oogje weer open.

Of dit beertje is nog luier dan Moeltje, of een klein beetje van de magie van Moeltje is op hem overgegaan en moet hij daar nog aan wennen. De tijd zal het leren. Voor nu is Moeltje tot de maan en weer terug blij met de ontdekking van een familielid. Spoorloos is er niets bij.

NB. De eigenaresse van de broer van Moeltje heeft toestemming gegeven de foto hier te plaatsen.

~~~~~~~~~**********~~~~~~~~

Voor de nieuwe lezers: Toet is een Cliniclown-muisje met een eigen willetje, Rozi, Rozifantje voluit, is een creatie van Appelig (en daarmee one-of-a-kind) en Moeltje is en Amerikaanse bruine beer, die lang geleden in het koffertje van Zoon mee naar Nederland is gekomen. Hij verblijft hier min of meer illegaal.

Geplaatst in Toet & Co

Toet & Co: Zwaaien naar Corona

Sinds de Boysz op 31 december 2017 net geen ooggetuigen waren van een schietincident hier in de straat, is de vensterbank hun favoriete plekje geworden. Zij zijn er namelijk heilig van overtuigd dat als zij op het moment supreme naar buiten hadden gekeken, nu wereldberoemde getuigen zouden zijn. Om de een of andere reden wil mijn uitleg dat zij vanaf onze vensterbank de schietpartij nooit hadden kunnen zien, omdat deze aan de andere kant van de blok plaats heeft gevonden, niet in hun fluff en stuff blijven plakken,

Omdat niet alle voorbijgangers op drie paar priemende oogjes in de rug zitten te wachten, heb ik met de Boysz afgesproken dat zij niet de hele dag naar buiten mogen staren. In de tijd dat ik thuis was hielden zij zich prima aan die afspraak, maar ik heb het idee dat sinds ik werk zij de afspraak aan hun laars lappen. Ik werd ziek en zij keken mij bijna beter. Hun teleurstelling toen ik thuis ging werken was voelbaar. Donderdag, net voor het middaguur, had ik een beeldbel afspraak met twee collega’s. Collega Een vroeg aan Collega Twee of daar ook beren voor het raam stonden te zwaaien. Achter mij hoorde ik eerst drie knuffels van de vensterbank glijden en daarna mijn Chromebook aangaan.

Tegen de tijd dat mijn afspraak er op zat, zaten de heren weer op de vensterbank. Dit keer niet rustig, half verscholen achter een bloempot. Neen. Zij staan pal voor het raam, springen in het rond, zwaaien naar iedereen en roepen luidkeels, Joehoe!! Wij staan hier. Look, hier!! Tot mijn stomme verbazing zwaaien de mensen terug. Naar de Boysz!! Het moet niet gekker worden.

Wanneer het weer rustig is in de straat vraag ik hen wat zij aan het doen zijn. Met een stralend gezicht begint Rozi, ‘Jouw collegezalen hadden het over zwaaiende beren en Moeltje is natuurlijk een beer. Dus heb ik even gegoogeld en wat denk je…

‘Bear knuffels hef un grote rol gekregen in the fight against the eenzaamheidsvirus waar jullie mini ster de presentjes en de King tokt about.’ Ik kijk de Boysz verwonderd aan. ‘Waar gaat dit over?’ vraag ik hen. Zuchtend over zoveel onnozelheid neemt Toet het woord. ‘Jullie mensen mogen van Corona niet meer bij elkaar op bezoek komen. Daardoor zitten er oude mensjes achter glas te verpieteren.’

So sad,’ mompelt Moeltje in een perfecte imitatie van de grote oranje leider.

‘En de kinderen, die zijn ook niet blij. Mogen ze niet naar school, krijgen ze les van hun papa en mama, die daar helemaal geen verstand van hebben, en die ook nog eens thuis moeten werken en barstensvol stress zitten. Nou ja, nou heeft iemand bedacht dat als de oudjes zwaaiende knuffelberen voor het raam zetten, dat de ouders dan met hun kinderen een speurtocht kunnen doen, om alle zwaaiende beren te ontdekken en…’

To wave like a King naar de old piepeltjes. End de old piepeltjes waven dan terug and so fielen sai zich not so lonely.’ Het ontroerde beertje veegt een traantje weg.
‘Wij zijn wel geen beren,’ piept Rozi verder, ‘Maar wij kunnen best wel zwaaien, en springen, en dansen en de kinderen even vermaken.’

Ja, en jij bent al best oud, dus jij valt ook onder de doelgroep en…’ Gierend van het lachen vallen zij elkaar in de armen. Het is Rozi die zich als eerste hersteld en weer begint te zwaaien. ‘Snel, er staat weer een groepje kinderen buiten, we moeten zwaaien‘.

En dan roept Toet, ´Hé kindjes en hun papa en mama. Houdt eens een beetje afstand. Anders zwaaien we niet naar jullie maar naar Corona.‘ Voorzichtig kijk ik naar buiten en zie een hele mensenmassa voor de raam staan. Op last van de kleine muis beginnen zij zich al zwaaiend te verspreiden maar ik zie de bui al hangen. Zie in gedachten de koppen in de krant al. Mensen hebben het niet begrepen en organiseren ‘Zwaaien naar Corona’ evenementen. RIVM adviseert een totale lockdown.

Als jullie me missen, zit ik ergens in een hoekje schuldig te zijn. Ik heb duidelijk gefaald als magische knuffel opvoeder. Misschien dat wanneer heel Nederland een knuffel voor het raam plaatst, de Boysz wat minder bekijks trekken, zodat ik uit mijn hoekje kan komen. Doen jullie mee?

~~~~~~~~~**********~~~~~~~~

Voor de nieuwe lezers: Toet is een Cliniclown-muisje met een eigen willetje, Rozi, Rozifantje voluit, is een creatie van Appelig (en daarmee one-of-a-kind) en Moeltje is en Amerikaanse bruine beer, die lang geleden in het koffertje van Zoon mee naar Nederland is gekomen. Hij verblijft hier min of meer illegaal.

Geplaatst in Toet & Co

Toet & Co: Ai denk ai hef it

Zondagochtend. De Boysz hangen wat rond op hun favoriete plekje, de vensterbank. Van daaruit kunnen zij de hele wereld, zijnde de straat en mijn woonkamer, overzien. Moeltje laat zich op de verwarming, die net is aangezet, zakken. Na twee weken niet poetsen is het wat stoffig in die regionen. Uch, uch, tjoe, niest het beertje in zijn pootje. Met hetzelfde pootje wrijft hij even later over zijn voorhoofd. Ai hef it werm end ai kuch, zegt hij met een grafstem. Boysz, ai denk ai hef it. Hij kucht nog een keertje. Dramatisch. Heel dramatisch.

Je moet in je elleboog hoesten, bromt Toet. De muis is al onderweg naar de badkamer. Rozi kijkt bedenkelijk naar zijn eigen korte pootjes. No way dat hij in zijn elleboog kan niezen. Hij heeft geen elleboog. Voorzichtig schuift hij wat bij zijn vriendje vandaan.

Met de thermometer stevig tegen zich aangedrukt, klimt Toet weer op de vensterbank. Klaar om Moel’s temperatuur op te nemen. Als je warmer bent dan 38 graden moet je in kattentenen, zegt hij gewichtig. En wij, hierbij knikt hij even naar Rozi, moeten in ijsco leren. Een beetje verschrikt schuift Moeltje bij de oorthermometer vandaan. Voorsicht jai. Ai hef maar kleine ears. Toet luistert niet en zet de thermometer aan. Die piept even.

Volgens mij wil hij Moeltjes temperatuur niet opnemen, piept Rozi in dezelfde toonhoogte. Ik denk dat-ie bang is. Toet zegt niets, maar schuift de thermometer onder de sokmuts van Moeltje. Ergens vaag in de buurt van zijn oor. Zachtjes telt hij tot zestig. De thermometer piept. Toet bekijkt de uitslag. Het scherm is zwart. Foute boel, zegt hij. Je hebt zoveel koorts dat de thermometer het niet aankan. Je moet in kattentenen en wij moeten voorzorgsmaatregelen nemen. Maar zolang wij het nog kunnen, zullen we voor je zorgen hoor Moel.

Moel zegt niets. Dikke berentranen lopen over zijn snuitje. Voorzien van mondkapjes kruipen Toet en Rozi wat dichter naar hem toe. Wij willen je wel vasthouden, piept Rozi, Maar dat mag niet van de Koning. We moeten onze nabijheid via een afstand laten voelen. Ik ga even een kaartje voor je schrijven.

Hun mens loopt de kamer binnen, ziet de mondkapjes, pakt de thermometer en zegt, Dit is geen speelgoed Toet. En ik geloof dat ik dit geen leuk spelletje vind. Verdrietig kijkt Moeltje haar aan. Stee weg. Ai hef de virus. Hij schuift wat over de verwarming. Weer kucht hij in zijn pootje, en wrijft daarna het zweet van zijn voorhoofd. Hoor joe well. Ai hef de kuch, ai hef de warmte. Ai moet in kattentenen. Hoofdschuddend kijkt hun mens Moeltje aan. Als ik jou was zou ik van die stoffige verwarming afgaan. Ik denk dat je klachten dan zo over zijn. Bovendien….

Dit keer neemt zij Toet en Rozi in haar blik mee, kunnen jullie dit virus niet krijgen. Jullie zijn én dieren, én knuffels en het is wetenschappelijk bewezen dat zowel dieren als knuffels het virus niet van een mens kunnen krijgen. Even kijken zij hun mens vol ongeloof aan. Dan rukt Toet de zakdoek voor zijn mond en neus vandaan, en helpt Rozi hetzelfde te doen. Bevrijdt van hun beschermende kledij vallen zij hun vriendje in de armen. Maken een vreugdedansje. De crisis is bezworen.

~~~~~~~~~**********~~~~~~~~

Voor de nieuwe lezers: Toet is een Cliniclown-muisje met een eigen willetje, Rozi, Rozifantje voluit, is een creatie van Appelig (en daarmee one-of-a-kind) en Moeltje is en Amerikaanse bruine beer, die lang geleden in het koffertje van Zoon mee naar Nederland is gekomen. Hij verblijft hier min of meer illegaal.