Vriendsjip

 

‘Weet joe, ai was aan hed denken over det wie magisch sein. End ai herinner mai een time det ai was ook magical. Det was wen Son was nog maor klein and ai werd his best vriend. But ai hef no herinnering aan being magisch voor det time. End when ai lag on top of zijn klerenkast, ai was ook not magisch. Anders was ai wel van de kast afgekomen. But det kon ai not. Because ai was niet meer zijn vriend. He forgot mie. He had piepeltjes in zijn life’.

De kleine beer kijkt zijn vriendjes aan. ‘Ai denk det vriendsjip with peipels maakt ons magisch.’ ‘Ik geloof er niets van. Ik was ook al magisch voordat ik mensen leerde kennen,’ bromt Toet. ‘Is det so?’,  vraagt Moeltje. ‘Wat is joes first herinnering?’

Toet denkt na. Graaft diep in zijn fluf en stuf. ‘Ik herinner mij, hoe iemand het laatste draadje doorknipte zodat ik niet langer vast zat aan de naaimachine waarmee ik ben gemaakt. Het was een oud vrouwtje. Zij sprak tegen mij, maar nu ik erover nadenk, weet ik niet wat zij zei. Zij kriebelde mij achter mijn oren en stopte mij toen in een doos’. Hij graaft nog dieper in zijn geheugen. Zo diep, dat zijn neusje ervan opkrult.

Dan valt zijn mond open. ‘Mijn volgende herinnering is dat ik hier woon… Ik weet echt niet hoe ik van daar naar hier ben gekomen. Verhip Moeltje, ik denk dat je gelijk hebt.’ Toet wendt zich tot Rozifantje. ‘Wat is jouw eerste herinnering?’

‘Appelig die mijn oogjes borduurde, mijn lijfje vol stopte met fluf en stuf en zei, dat ik naar een fijn, nieuw huis ging,’ zegt de kleine olifant fier. ‘Moetlje, wat is jouw eerste herinnering? Hoe ben jij gemaakt?’

Het beertje schudt verdrietig zijn hoofd. ‘Det ai not weet. Mai first herinnering is de gezicht ven Son, when he heeft mie uitgepakt. Ai was a farewell gift end we became instantly vriends. Joe twee, joe sein the lucky ones. Joe sein met love gemaakt. Ai was not.’ Dan klaart zijn snoetje op. ‘But ai found vriends. Son. Her. And joe twee. Joe all heeft mai life magisch gemaakt. Vriendsjip is magical’.

‘Ja’, zuchten Toet en Rozi in koor, ‘Vriendsjip is magical.’

 

¤¤¤¤¤¤¤¤¤¤

Dit blog is geschreven in het kader van de schrijfuitdaging van Schaap Schrijft. Voor spelregels, deelname en het lezen van de bijdragen van anderen, klik hier. Ik heb er voor gekozen, om de hoofdrol aan mijn bijdragen aan deze schrijfuitdaging toe te bedelen aan Toet en zijn vrienden. Toet is een Cliniclown-muisje met een eigen willetje, Rozifantje is een creatie van Appelig (en daarmee one-of-a-kind) en Moeltje is lang geleden in het koffertje van Zoon mee naar Nederland gekomen en verblijft hier min of meer illegaal.

Zijn wij magisch?

Toet_yogaDrie paar kraaloogjes kijken mij aan, wanneer Toet deze vraag stelt. ‘Ik vermoed dat jullie anders zijn dan de meeste knuffels, maar zeker weten doe ik dat niet,’ antwoord ik aarzelend. ‘Wat is dan anders?’ Ik kijk Toet aan. ’Ik vermoed dat niet iedereen dit soort gesprekken met de huisknuffels heeft,’ mompel ik. ‘En volgens mij beleven de meeste knuffels ook geen avonturen.’ Toet’s bek valt van pure verbazing open. ‘Geen gesprekken, geen avonturen. Wat doen die knuffels dan de hele dag?

‘Moeltje, wat deed jij voordat jij ons vriendje werd?’

Het kleine beertje denkt even diep na. ‘Ai denk det aik lay te leggen de hele dag. When Zoon found me terug, ai lay al a longe tijd on top of de kast.  Det is wai ai was zo stoffig, weet joe nog?’ Toet en Rozi knikken. De ‘redding‘ van Moeltje staat in hun geheugen gegrift. ‘Ai weet det ai went everywhere with Zoon, but ai kan mai niet herinner det ai had a stem, mai own free will. Els hai mai not meenam, ai was gewoon laying around’

‘Ik denk dat Moeltje gelijk heeft en dat de meeste knuffels gewoon maar wat rondslingeren. Dat maakt jullie dus uniek.’ Trots grijnzend kijken de drie mij aan. ‘Uniek hé!’, zegt Toet, om dan te vragen, ‘Maar hoe zit het dan met Winnie de Poeh, Knorretje, Teigetje, Knijn, Meneer Uil, Kanga, Roo? Met Paddington?’ ‘Magisch,’ antwoord ik, ‘Net als jullie.’ ‘Ja, en net als die hap snap klap krokodil uit de bus,’ piept Rozi. ‘Die had bijna mijn slurfje te pakken.’  Ik knik, net als die krokodil.

‘Gelukkig kannen wij wel spelen,’ piept Rozi, en laat zich van de bank glijden.

Toet_zonnenbadenToet glijdt achter hem aan. Alleen Moeltje blijft nog heel even zitten. ‘And how ‘bout de toesleg for magic stuffed animals. Besteed det really?’ ‘Gelukkig niet,’ antwoord ik hem, ‘Die toeslag, die heb ik zelf bedacht. Dichterlijke vrijheid noemen ze dat.’ Dan is ook Moeltje gerustgesteld en voegt zich bij zijn vriendjes.

Binnen vijf minuten krijg ik bijna een bal tegen mijn hoofd en vraag mij af, waarom heb ik geen knuffels die gewoon de hele dag leggen te liggen.

Ik ben een krokodil!

Hap! Snap! Klap!

Verbaasd kijk ik om mij heen om de oorzaak van het geluid te achterhalen. Naast mij staat een klein, roodharig meisje met een boos gezicht. Ik glimlach naar haar. Zij reageert niet. Maar zij hapt, snapt en klapt ook niet naar mij. Ik kijk weer voor mij uit, in afwachting van de bus. Ik voel beweging in mijn rugzak. ‘Toet, stil,’ sis ik zachtjes.

De hap! snap! klap! wordt dit keer gevolgd door een zacht gegiechel uit mijn rugzak. ‘Nu mag ik Toet.’ Ik voel wat gestommel in mijn rugzak. In de verte zie ik de bus aankomen. ‘Terug Rozi,’ sis ik weer.

Hap! Snap! Klap! ‘Ik vreet je op.’ Ik bekijk het meisje nog eens goed. Armen boos over elkaar geslagen. Pluche krokodil aan haar arm. Zijn staart trilt. Zijn ogen glimmen. Boekentas naast haar op de grond. De tas beweegt.

De bus stopt voor ons. De jongens glijden naar de bodem van de rugzak en houden zich doodstil. Ik pak mijn buskaart uit mijn jaszak, groet de chauffeur, check in en zoek een plaatsje in de bus, uit het zichtveld van de chauffeur zodat de jongens uit de rugzak kunnen.

De chauffeur kijkt niet eens mijn kant op. Aandachtig bestudeert hij de krokodil aan de arm van het meisje. Hij ziet de staart bewegen en zijn gezicht klaart op. ‘Eenmaal een magische knuffel-toeslag’, galmt zijn stem door de bus. Boos neemt het meisje de krokodil van haar arm, stopt met gesloten ogen haar hand in zijn bek en haalt een buskaart tevoorschijn. ‘Niks toeslag,’ zegt zij met licht trillende stem. ‘Dit is mijn handtasje.’ Gedecideerd sluit zij de bek van de krokodil. Teleurgesteld geeft de chauffeur haar gelijk.

Langzaam loopt het meisje naar de stoel achter die van mij. Wanneer zij mij passeert zie ik dat de krokodil knipogend aan haar vingers hangt en hoor gekwetter uit haar tas komen. Zijzelf lacht vrolijk. Het is ook haar gelukt de gewraakte toeslag te vermijden. 

Screenshot 2019-01-06 at 11.56.38 AM.png

⇐⇐⇐℘℘℘⇒⇒⇒

Er is een nieuwe schrijfuitdaging in blogland. Voor regels, voorwaarden van deelname, etc etc, verwijs ik graag naar Schaap schrijft.

Kerstmis is gekomen….

Zo heb je een huis vol knuffels, en zo is er geen knuffel meer te bekennen. Dinsdag waren zij boos, woensdag vermist, donderdag had ik politie over de vloer en vrijdag, na een berichtje op Facebook, kreeg ik een berichtje dat de jongens in het ziekenhuis gesignaleerd waren en dat er maandag verder gezocht zou worden.

Maandag, dat is vandaag …

Het wachten was mij dit weekend zwaar gevallen. Vandaar dat ik om acht uur vanmorgen de hal van het ziekenhuis binnenwandelde, op zoek naar de vriendelijke beveiliger. Samen liepen we naar het betreffende kantoor. Ik herkende het meteen. Het kantoor van Vriendin. Ik was dinsdag nog even bij haar binnen gewipt voor de laatste afspraken rondom de kerstlunch.

Het kantoor zat nog op slot. ‘Dat gaat nog wel even duren,’ zei ik tegen de beveiliger. ‘Vriendin heeft vakantie en Collega komt altijd pas rond half 9′. Ik pakte een kop koffie en ging in de kantine zitten wachten op de komst van Collega. Om half negen stipt stond ik weer voor het kantoor. Collega ook. Ik leg hem uit waarvoor ik kom en eindig met de vraag, ‘Heb jij de Boysz gezien?’ Ik laat hem de foto die de beveiliger heeft gemaakt zien. ‘Die tas heb ik wel gezien,’ antwoordt hij na even nadenken. ‘Die lag vorige week in de kast. Ik dacht dat-ie van Vriendin was en heb er verder niets mee gedaan. Misschien weet Vriendin meer?’

Ik bedank hem voor zijn moeite en ga, met lege handen, naar huis. Thuis aangekomen stuur ik Vriendin een appje. Heb jij de Boysz gezien? Die zijn al een week zoek. Ik vermoed dat zij vorige week dinsdag uit mijn tas zijn gekropen. Het is al middag voordat ik antwoord krijg. Sorry, lag te slapen, ben grieperig. Maar wat zeg je, zijn de Boysz zoek? In een paar woorden vertel ik over mijn zoektocht naar de Boysz. Ooh, wat erg. Helemaal gemist. Het was vorige week zo druk op het werk, dat ik nergens tijd voor heb gehad. Ik wens haar beterschap. Komt wel goed krijg ik als antwoord, gevolgd door, Ben ook een beetje uit mijn hum. Heb woensdag een kerststol van de collega’s gekregen en het lijkt erop dat Man die woensdagavond in zijn eentje soldaat heeft gemaakt. Hij ontkent in alle toonaarden en beschuldigd mij ervan dat ik dat ding zelf heb opgegeten. Het is duidelijk, niet alleen bij mij ontbreekt het aan kerststemming. Ik wens haar sterkte en beterschap.

Kerstavond …

Ik open youtube en zoek het ene trieste kerstmuziekje na het ander.  Dana zingt over een koude winter, Mud is eenzaam, net als André Hazes.  Buiten wordt het al donker. Zuchtend, in de wetenschap dat er in den lande diverse mensen zitten te wachten op een berichtje over de Boys, open ik mijn blog en begin te schrijven. De woorden willen niet echt komen. Ik open Facebook en scroll een beetje door mijn tijdlijn. De kerstwensen vliegen mij om de oren. Ik begin de wensen te liken. De rest van de wereld kan er niets aan doen dat ik kans heb gezien drie knuffels kwijt te raken. Helemaal aan het eind van mijn tijdlijn stuit ik op de kerstwens van Man, de echtgenoot van Vriendin. Een filmpje van een dansende knuffelhond. Ik herken hun kerststal op de achtergrond. Ik herken nog meer. Daar, achter die dansende knuffelhond, staan de Boysz te swingen. Ik wrijf eens door mijn ogen. Stuur vriendin een appje. Ik denk dat de Boys bij jou zijn. Volgens mij zitten ze verstopt achter de kerststal.

Toet_0

Het antwoordt laat niet lang op zich wachten. Boys zitten niet achter de kerststal. Daar lag wel een doos met een restje kerststol. Ik zoek nog even verder!

Toet_1

Het volgende appje is een foto met de tekst De heren hebben zich zeer subtiel verstopt.

Vijf minuten later heb ik een lach-huilende Toet aan de lijn. ‘Je kwam ons niet halen en we dachten dat je ons niet meer lief vond en toen zijn we stiekem met Vriendin mee naar huis gegaan want we moeten toch ergens wonen en Moeltje is een beetje onder de indruk van Toeterke, zijn dame in een dress, en we missen je heel erg en we hadden je niet bang willen maken en van teveel kerststol wordt je misselijk en nu is mijn fluff en stuff nat van de traantjes en … mogen we nog een nachtje blijven? Samen met Vriendin en Toeterke naar een kerstfilm kijken? Vriendin vindt het goed. Hier krijg je Vriendin.’

Toet_2

‘Blijven slapen?,’ vraag ik. ‘Een soort beloning?’ Vriendin begint te lachen. ‘Een beetje wel. Ze zijn heftig onder de indruk van het effect wat hun weglopen op jou en de rest van de wereld heeft gehad, en ze hebben al op een kop gehad voor het stelen van de kerststol. Maar Toeterke vindt het zo leuk dat de Boysz er zijn, en vroeg zo lief of… Tja, ik kan die kleine muis niets weigeren.’

Ik herken dat gevoel wel, van kleine muizen niets kunnen weigeren.  Daar heb ik ook wel eens last van. Vandaar dat het zo’n verwend exemplaar is geworden. Om over die vriendjes nog maar te zwijgen. Nou ja, morgen zijn ze weer thuis! Hoera, morgen zijn ze weer thuis!

Toet_3

FIJNE KERSTDAGEN EN EEN GOED 2019 ALLEMAAL!

Digitale zoektocht naar de Boysz

Tip van Zo Simpel is dan GelukIk besloot de tip van Zo Simpel is dan Geluk op te volgen en plaatste een bericht op Facebook. De steunbetuigingen vlogen mij om de oren, maar niemand had de Boys gezien. Om moedeloos van te worden.

Facebook

En toen, een klein uurtje geleden, ontving ik een messenger bericht voorzien van een foto van één van de beveiligers uit het ziekenhuis.

Zijn dit de Boysz die jij zoekt?

Toet_gesignaleerd
Een collega van mij heeft hen een paar dagen geleden zijn laatste ronde van zijn nachtdienst gesignaleerd. Omdat hij zijn loper niet bij zich had, heeft hij ons bijgevoegde foto geappt met het verzoek overdag even polshoogte te gaan nemen. Zij zien er nogal brandbaar uit, en brandbare kerstversiering is streng verboden in het ziekenhuis. Aan het einde van de middag had ik daar tijd voor, maar het kantoor was gesloten en het bureau leeg. Tijdens mijn pauze zag ik je oproep voorbij komen op mijn tijdlijn. Vandaar dit mailtje.

Als dit de Boysz zijn, laat het even weten. Dan ga ik het kantoor even goed doorzoeken!

Met vriendelijke groet,

B. Xxxxxxx, beveiliging 

Ik heb meteen terug gereageerd. JA, DIT ZIJN DE BOYSZ! Had de baliemedewerkster van de week toch gelijk. 

Helaas heeft de beveiliger de Boysz niet gevonden. Zijn zoektocht onder de bureaus en achter de prullenbakken heeft niets opgeleverd. Aangezien hij niet zomaar kasten en bureaus open mag maken heeft hij beloofd om maandag even bij het kantoor langs te gaan, en samen met de medewerkers die daar door de week resideren, de kasten en de bureaus na te lopen.  Lief toch!

Nu is het wachten tot maandag. Ze zitten vast in een van de kasten. Dat kan niet anders! Zo spannend allemaal. Duimen jullie mee voor een goede afloop? Dat de Boysz op kerstavond weer thuis zijn!