Weer vergeten …

wat verder ter tafel komt

Nog voordat hij zijn (MBO4-)diploma Technisch Specialist personenauto’s had gehaald, wist hij al dat hij zijn leven niet als automonteur ging slijten. Wat hij wel wilde gaan doen, wist hij niet zo goed. Een paar maanden na het behalen van zijn diploma ging hij via het uitzendbureau als proces operator bij een bedrijf hier in de regio werken. In de drieploegendienst. De grootste lokker in de vacaturetekst was het woord  ‘opleiding’ geweest.

Ondertussen is hij in dienst van de werkgever zelf, en in september aan de beloofde opleiding begonnen. Elke donderdag, mist er geen schoolvakantie is, gaat hij naar school. De meeste klasgenoten werken bij hetzelfde bedrijf. ZIjn bedrijf. Vandaar dat zowel de docenten als de overige leerlingen, naar het bedrijf waar Zoon werkt, komen. Van 9 uur ‘s-morgens tot 10 uur ‘s-avonds is er een docent aanwezig. De leerlingen stemmen hun lestijden op hun dienstrooster af.

En daar gaat het bij mij om de zoveel weken mis. Na een goede twee jaar zit het ploegenrooster nu wel in mijn systeem. Weet ik aan het begin van de week of we samen eten, en wanneer ik ‘lawaai’ mag gaan maken. Deze week heeft hij nachtdienst. Dat is een stille week voor mij. Overdag slaapt hij en probeer ik zo min mogelijk lawaai te maken. Tegen een uur of vier/vijf komt hij uit bed. Dat wat ik avondeten noem, is voor hem ontbijt, maar dat vind hij niet erg. Tegen een uur of negen ‘s-avonds vertrekt hij naar zijn werk.

Behalve op donderdag. Dan staat hij iets eerder op en zorgt er voor dat hij voor vijf uur op het werk is. Of beter gezegd, op school. Net als wanneer hij avonddienst heeft, eet ik die dag alleen. Iets wat ik constant vergeet. Zo ook deze week.

Gelukkig stond dit keer het eten nog niet op. Kon ik mooi even naar de supermarkt rennen om iets te halen waar ik hem geen plezier mee doe. Nou ja, geen man overboord. Een beetje extra beweging kan nooit kwaad, en de supermarkt woont dichtbij. Ik vraag mij alleen af hoe lang het nog duurt voordat die donderdag ‘ik eet lekker iets wat hij niet lust’ in mijn systeem zit.

Het lijkt wel, hatsjoe, lente!

wat verder ter tafel komtMaandag voelde ik mij zozo. Dinsdag was ik wat rillerig. Ik weet dat aan de wandeling door de Blerickse koude. Woensdag, na een heerlijke middag in goed gezelschap, begon mijn keel wat te protesteren. Nu had ik kans gezien om, ondanks een telefoon met routeplanner in de hand, te verdwalen in winderig Doetinchem (of all places), dus ik besteedde er weinig aandacht aan. Het leek mij iets wat met een nacht goed slapen wel weer voorbij zou zijn. Niet dus. Er volgde twee koortsige nachten en dagen waarin ik blij was met het bestaan van trachitol. Balend lag ik op de bank in de zon te vegeteren. Mijn enige momentje buiten de wandeling naar en van de winkel.

Het werd zaterdag. Na het doen van de boodschappen kwam ik tot de conclusie dat het een stuk beter met mij ging. Ik lunchte in de zon op mijn balkon. Dat voelde zo goed dat ik mij met stoel, boek en wasrek terugtrok op mijn balkon. Al snel volgde een eerste niesbui. Gevolgd door een tweede en een derde. Mijn neus liep. Wat zeg ik, mijn neus rende. Ik voelde eens aan de klieren in mijn hals, maar die waren echt niet meer gezwollen. Die keel kon ik vergeten. Die was weer zo goed als nieuw. Misschien was het de geur van de BBQ’s waar mijn neus niet aan kon ontsnappen. Of de chemische geur van dat spul waar je schoenen en jassen mee waterdicht kunt maken.

In de boom tegenover mijn huis floten vogels een vrolijk lied. Zo klinkt het tenminste. In werkelijkheid schijnen de dames en heren vogels vooral te fluiten om de rest van de vogelpopulatie te beledigen. Te waarschuwen. Te bedreigen. Dat heb ik mij door een kenner laten vertellen. Ik keek naar de berk en vroeg mij af of ik al iets groens zag. Ik niesde wederom en ik wist… die boom is aan het uitbotten. Dat kan niet anders. Het is weer tijd mijn hooikoortsmedicatie uit de kast te halen. Hatsjoe. 

Geluidsoverlast!

wat verder ter tafel komtOndanks dat ik nog nooit in een hutje op de hei heb gewoond, heb ik zelden te maken gehad met burengerucht aka geluidsoverlast. Natuurlijk ‘hoor’ ik de buren wel eens. Zeker nu ik in een appartement woon en zowel onder-, boven-, gewone en overburen heb. Ingeklemd tussen de buren dus. Maar er last van hebben. Nee.

Niet dat het hier altijd muisstil is. Verre van. Dat kon volgens mij ook niet. Waar geleefd wordt, wordt geluid gemaakt. Met zoveel buren, die niet altijd even lang blijven wonen, is zelfs het horen van ‘verbouw’-geluiden een terugkerend iets.

Wanneer bouwgeluiden halverwege de ochtend beginnen, of zijn aangekondigd, dan is kan dat enorm irritant zijn, maar ik beschouw dat niet als geluidsoverlast of burengerucht. Ooit hebben de onderburen in drie weken tijd de hele keet verbouwd. Van te voren hebben zij alle direct omwonende middels een brief geïnformeerd. In die brief stond onder andere vanaf hoe laat er bouwgeluiden te horen zouden zijn.  Een gewaarschuwd mens telt voor twee. Alles gehoord, nergens last van gehad.

Het gebeuren van afgelopen vrijdag zie ik anders. Dat was GeluidsOverlast! Met hoofdletters.

In afwachting van het vriendelijke geluid van mijn wekker lag ik nog even te doezelen toen ik om één minuut voor zeven opgeschrikt werd door het geluid van een boormachine die aarzelend tegen een betonnen muur wordt gehouden. Foeterend op die halve zolen van daarboven, vloog ik overeind. Het geluid stopte. De rust keerde weder. Maar niet voor lang.

Een kwartier later zat ik al aan de koffie toen een chagrijnige Zoon zich meldde. Hij draaide die week avonddienst en dan is om zeven uur je bed uitgeboord worden niet echt … euh … fijn. Zijn commentaar over de kwaliteit van het boren, was wel zeer komisch. Dat wij beide het huis zijn uitgevlucht om aan het geluid te ontkomen, was minder grappig. Ondertussen weten we dat één van de appartementen op de tweede verdieping een muur minder heeft. Welk appartement, dat weten we nog steeds niet.

Wat ik vooral bijzonder vind is dat iemand het schijnbaar normaal vindt, om z’n huis te verbouwen zonder de buren vooraf te informeren. Ten eerste hadden wij ons dan allemaal mentaal voor kunnen bereiden op het geluidsoverlast, maar wij hadden de dader(s) ook kunnen vertellen dat je wettelijk gezien op een doordeweekse dag pas vanaf acht uur mag gaan klussen. Die kans is mij, en alle andere bewoners, ontnomen.

Gelukkig heb ik zaterdag de doezel-schade in kunnen halen. Toen bleef het gelukkig stil.