Kerstvakantie

mememeIk durf het bijna niet te zeggen. Ik ben tenslotte al sinds 26 juli van dit jaar fulltime ‘stay-at-home-mom’ (zoals de Amerikanen dat zo mooi noemen), al komt er van moederen niet veel meer bij een 24 jarige. Maar dit terzijde.

Ondanks dat ik al even thuis ben, heb ik besloten de rest van het jaar ‘vakantie’ te nemen. Geen vakantie in de zin van ‘ik pak mijn tas en ga de wereld rondreizen’. Ook de vorm ‘ik ga vegeteren op de bank bij de verwarming’ laat ik aan mij voorbij gaan. Daarbij, van sommige dingen, zoals werk zoeken en studeren, kan ik niet eens vakantie nemen. En toch heb ik, voor het eerst in zeven jaar, gevoelsmatig kerstvakantie.

Voor een applicatiebeheerder van een HR softwarepakket is de periode december tot en met half januari druk. Naast de kleine jaarlijkse wijzigingen van bijvoorbeeld het minimumloon die in het pakket opgenomen moeten worden, gaan de meeste grote wijzigingen zoals aftopping van het pensioen, uitbetalen ORT tijdens vakantie of de ‘Uniforme Pensioen Aanlevering’ altijd per 1 januari van start. Op zich geen ramp, behalve dat Den Haag negen van de tien keer de definitieve plannen pas net voor het kerstreces vrijgeeft.

Verder luidt december meestal de jaarverwerking in waardoor er extra controles uitgevoerd dienen te worden, zowel op inrichting van het systeem als invoer van de gegevens. Het is dan wel handig wanneer de applicatie ‘in de lucht’ is, en mocht het systeem uitvallen, er zo snel mogelijk actie ondernomen kan worden richting ICT/leverancier om het probleem te verhelpen.

Aangezien ik de laatste tijd tot de conclusie ben gekomen dat ik niet alleen van schrijven, maar ook van het beheren van zo’n HR softwarepakket heel blij word, en qua functies ook weer in die richting kijk, loop ik een groot risico volgend jaar geen kerstvakantie te kunnen nemen.

Dus doe ik het nu goed. Deze en volgende week zie ik als inhaalslag voor de gemiste vakanties van de afgelopen zeven jaar. De week van kerst en de eerste week van januari zijn dan een soort voorschot op de jaren die nog gaan komen.

Nu zie ik jullie denken, maar als je deze periode niet weggaat, gewoon blijft studeren en werk zoeken, waar bestaat die vakantie dan uit? Heel simpel. Ik spreek eens wat vaker af, maak gebruik van het heerlijke weer om wat meer tijd buiten door te brengen, verlummel mijn tijd wat meer… en voel mij daar dan niet schuldig over. Dat laatste is 100% vakantie.

Sweikhuizen

de Bibliotheek Venlo: Walk & Talk

Walk_en_Talk.png

Eén van mijn oude liefdes is ‘de bieb’. Zonder dat instituut was mijn jeugd niet half zo leuk geweest. Om over mijn eerste werkervaring nog maar te zwijgen. Door omstandigheden verloor ik de bieb uit het oog. Tot een paar maanden geleden. In de trein van A naar B trof ik twee bibliotheekmedewerkers. Gefascineerd door hun gesprek ging ik de volgende dag op Google-jacht en werd getroffen door de veranderende rol van de openbare bibliotheek, inclusief haar plaats binnen de samenleving. Ik richtte mij met name op de Bibliotheek Venlo. Tussen alle, door hen georganiseerde activiteiten, zag ik de Walk & Talk staan. De omschrijving van dit evenement sprak mij enorm aan. In september was ik er nog niet aan toe, maar toen ik van de week de aankondiging voor de bijeenkomst van november voorbij zag komen, wist ik waar ik vrijdag 9 november tussen half tien en half twaalf zou zijn!

Walk & Talk is dé koffiepauze voor werkzoekenden. Elke maand kun je bij ons terecht voor praktische tips, goede ervaringen en praktijkvoorbeelden die jou kunnen helpen in je zoektocht naar werk.

Zoals gezegd is de bieb een oude liefde en oude liefdes roesten niet. Aldus het gezegde. Ik ben denk ik al 25 jaar niet meer in een bibliotheek geweest maar toen ik er vandaag naar binnenliep, was het of ik 35 jaar terug in de tijd was. Nee, dat is geen vertyping. Ondanks alle vernieuwingen zoals computers (ja lieve lezers, ik ben al zo oud) en de koffiecorner, voelde het als thuiskomen. Of misschien had ik dat gevoel wel dankzij die vernieuwingen. Ik ben nu eenmaal een koffieverslaafde ICT-er.

Walk & Talk

Ik was niet de eerste die het zaaltje binnenliep. Uiteindelijk waren we met twaalf man/vrouw. Op het programma stond: de do’s en don’ts bij het opstellen van de CV en sollicitatiebrief. Het plan was om na het aanhoren van de tips praktisch aan de slag te gaan. Plannen zijn er om gewijzigd te worden. In mijn onschuld vroeg ik, of iedereen elkaar al kon of dat er met een voorstelrondje werd begonnen. Ik bleek niet de enige (relatieve) nieuweling en er werd gestart met een voorstelrondje.

Het werd een rondje van dik twee uur. In die twee uur hoorde ik twaalf verschillende verhalen, allemaal in hun eigen stadia van werkzoekende, allemaal met hun eigen emoties. Ondanks, of misschien wel dankzij, het feit dat het een voorstelrondje was, vlogen de praktische en zeer bruikbare tips met betrekking tot CV en motivatiebrief, over tafel. Het was, ondanks dat we niet aan het geplande programma zijn toegekomen, een ontzettend leerzame ochtend. Een ochtend die mij aan het denken heeft gezet. Wat mij betreft een evenement dat voor herhaling vatbaar is. Beter gezegd: IJs en weder dienende, ben ik er de volgende keer weer bij.  

 

Ik dacht dat het aan mij lag..

StuderenStudiebelasting 5 tot 7 uur voorbereiding per les, stond er in de brochure. Met 2 lessen per schooldag, één schooldag per vier weken, komt dat snel geteld op ongeveer 4 uur per week. Vier uur per week, dat is goed te doen, weet ik uit het verleden.

Tijdens de voorbereidingen voor de eerste schooldag kwam ik er al snel achter, dat ik het met vier uur per week niet ging redden. Ik was zeker acht uur per week bezig. Hoewel ik begin oktober mijn huiswerk af had, had ik er geen goed gevoel over. Sterker nog, ik voelde mij onzeker. Dacht dat mijn hersenen niet meer willen leren. Kunnen leren.

Tot overmaat van ramp miste ik, dankzij een gluut die zich één dag voor de eerste lesdag  aan mij opdrong, de eerste schooldag. ‘Vrolijk’ ploeterde ik verder. Na drie weken op rij, acht uur per week, met mijn neus in de boeken te hebben gezeten, was het einde van mijn huiswerk nog lang niet in zicht. Toen moest ik nog aan de HTML- en CSS- codes beginnen.

Dit soort praktische zaken kan ik niet uit een boek leren. Die moet ik doen. Dat is precies wat ik de afgelopen week deed. Vier tot zes uur per dag! Leuke uren, dat wel. Maar mén, wat kost dat coderen een hoop tijd. Zoveel tijd, dat het mij verstandig leek, zes weken uitstel voor het inleveren van mijn moduleopdracht aan te vragen. 2 Februari is de nieuwe datum. Dat lijkt ver weg, maar tussen nu en dan zitten nog drie schooldagen die ook voorbereid moeten worden, en dat coderen is slow going. Lezen jullie de wanhoop? Niet? Ik voelde het wel. Een beetje.

Vandaar dat ik vanmorgen met een zwaar gemoed richting school vertrok. Ik voorzag dat ik het kneusje van de groep zou zijn. Overal achteraan zou hobbelen. Dat pakte (gelukkig) anders uit. Na vijf minuten had ik door dat ik net zo ver, misschien wel verder was, dan de rest. Binnen een kwartier voelde ik mij als een vis in het water. Al die jaren bloggen en knutselen aan prefab wordpress- en bloggerthema’s bleken hun vruchten afgeworpen te hebben. Om over een week knutselen met HTML nog maar te zwijgen.

Aan het eind van de schooldag waren alle sporen van wanhoop en onzekerheid verdwenen. De moduleopdracht is gaan leven. Ik heb een beeld bij de zelf te bouwen website. Hoe ik dat aan moet pakken. Waar te beginnen. Kan de hoofd- van de bijzaken onderscheiden. I’m back in business. That Feels Good! So Good!