Een triljoen brandende lampjes…

Toet_onhandigSinds ik ergens halverwege de jaren tachtig van de vorige eeuw mijn rijbewijs heb gehaald heb ik altijd de beschikking gehad tot een gemotoriseerd vervoersmiddels op vier wielen. In de meeste gevallen betrof het ook een redelijk nieuw exemplaar. Omdat ik zelf niet superhandig met auto-onderhoud ben, heb ik dat uitbesteed aan professionals. Iets dat mij prima bevalt. Verder behoor ik tot de lucky ones die maar zelden problemen hebben met hun auto.

Daardoor ben ik een zogenaamde zorgeloze rijder. Dat wil niet zeggen dat ik niet mijn momenten van even minder zorgeloos heb gehad. Na mijn eerste lekke band heb ik zeker een maand lang dagelijks de banden bestudeerd. Na mijn eerste klapband heb ik dat wel zes weken volgehouden. Rijd ik door omstandigheden stapvoets op de snelweg en zie ik in mijn achteruitkijkspiegel een auto heel snel naderen, zet ik mij automatisch schrap. Maar dat zijn reacties als gevolg van een incident. Buiten die momenten heb ik mij nooit zorgen gemaakt over een mogelijk disfunctioneren van mijn auto.

Sinds een goed jaar rijd ik in een zogenaamde slimme auto.  Het is een semi-automaat, met ingebouwde computer die niet alleen het schakelrobotje aanstuurt, maar ook alle overige functies van mijn auto monitort. Ik bestempel die computer meestal als chagrijnige kabouter en heb hem, en daarmee mijn auto, een naam gegeven. Grumpy.

Sinds ik gewend ben aan zijn ietwat hortige manier van schakelen scheld ik nog maar zelden op Grumpy. Aan het dashboard wat bij starten oplicht als een over the top-versierde kerstboom ben ik al lang gewend. Mijn slimme auto is weer gewoon een vervoersmiddel. Dacht ik. Tot ik gisterenochtend, 100 meter na het verlaten van Venlo, ineens een ping hoorde en mijn oog richting dashboard getrokken werd alwaar een plaatje van het chassis van Grumpy, inclusief de banden en bijbehorende bandenspanning per band, al knipperend en flikkerend was verschenen.

Holy shit. Met een ritje Maastricht voor de boeg, niet echt iets wat je op je dashboard wilt zien verschijnen. Ik voelde een lichte paniek in mij opkomen. Wat ging ik doen? Terug naar huis rijden en Zoon uit  bed trekken? Naar het garagebedrijf, waar Zoon een paar jaar geleden is afgestudeerd, rijden? Naar een benzinepomp rijden en zelf met compressor en zo aan de slag? Die laatste gedachten schuif ik terzijden al neem ik mij wel voor om binnenkort een lesje bandenspanning controleren en lucht bijvullen bij Zoon te nemen. Ik besluit door te rijden naar mijn voormalige garage. Die ligt op de route.

Ik rijd voorzichtig. Voel mij wat angstig. Word gestoord van de flikkerende lampjes en het aanhoudend geping. Ik ben bijna bij de garage wanneer het tot mij doordringt hoe belachelijk mijn paniekerig gevoel is. Ik heb in het verleden honderduizendtriljoen keer in auto’s gereden waarvan de bandenspanning niet bonton was. Oké, ik wist dat niet, maar toch. Twee lekke banden in 35 jaar tijd. Gemiddeld 20.000 km per jaar. Om het percentage uit te rekenen moet ik zoveel nullen achter de komma gebruiken dat het op een homeopatische verdunning lijkt. Ik heb mij nooit zorgen gemaakt over een klapband. En nu zit ik bijna te hyperventileren achter het stuur.

Ik haal een keer of wat diep adem en word rustig. Geef meer gas zodat ik niet meer als een paard en wagen over het landweggetje kruip. Bedenk mij, dat de zalige onwetendheid van een auto met een dashboard zonder al die toeters en bellen, een stuk relaxter rijden was. Dat vooruitgang niet altijd een zegen is. Dat ik terugverlang naar een auto zonder kerstboom in het dashboard.

Maar goed, daar denk ik vast anders over wanneer Grumpy besluit geen enkel signaal meer af te geven en ik in de middle of nowhere met een lege tank strand. Voor de volgende keer maar onthouden: oranje is een waarschuwing, geen foutmelding.

Mijn excuses, ik heb niet betaald!

toet_laptopIk moet jullie waarschuwen, want ik heb niet betaald. Ik heb zowel het eerste als het tweede mailtje, waarin mij werd verteld dat mijn laptop, middels een trojanvirus opgelopen op een pornosite is gehackt, genegeerd. Ik heb geen € 1.000 overgemaakt op het in de mail genoemde bitcoinadres.

Aangezien ik slechts 72 uur de tijd had om te betalen, en ik de eerste mail al op 2 oktober jl. heb ontvangen, betekent dit dat mijn hacker zijn dreigement waarschijnlijk al uitgevoerd heeft. Dat de door hem vervaardigde video, waarin mijn despicable behaviour te zien is, naar al mijn contactpersonen verspreid is.

Natuurlijk weet ik dat het mailtje en het dreigement nep is. Ik bezoek geen pornosites en ik gedraag mij niet despicable. Het lampje van mijn webcam heeft nog nooit gebrand. Aan het betreffende email adres zit geen contactpersonen overzicht gekoppeld. Het is allemaal nepper dan nep.

Toch kan ik niet nalaten even te fantaseren hoe het betreffende filmpje er uit ziet. Er zijn een paar opties:

  • ik die vol aandacht naar een youtube video van Engineer your Space, Boho Berry of Percy Tienhooven kijk.
  • ik die The Big Bang Theory aan het bing watchen is.
  • ik die, oh horror, vol enthousiasme aan het Farmville-en ben. Virtuele dieren voeder, gewassen en planten water geven.

Nee, ik kan er wel om lachen. Zodra ik het woord pornosite in zo’n mailtje zie, of bitcoin, weet ik dat het nep is.  Maar dat geldt natuurlijk niet voor iedereen. Ik vermoed zomaar dat er mensen zijn die uit angst € 1.000 hebben overgemaakt. Dat moet haast wel, want anders was deze vorm van chanteren al lang in onbruik geraakt.

Wat ik mij wel afvraag is, hoe deze persoon aan dit email adres is gekomen. Ooit gebruikte ik dit adres overal voor, tegenwoordig alleen nog voor Facebook, Essent en Ziggo. Of iemand heeft adressenlijsten verkocht, of een van deze bedrijven, of een van de bedrijven die ik ooit dat adres heb toevertrouwd, zijn gehackt. Dat is op zich dan weer een ‘eng’ idee. Dat ik mijn eigen internetveiligheid niet volledig in eigen hand heb.

En, heb jij de laatste tijd nog rare mailtjes gehad?

 

NB. De genoemde links openen in een apart tabblad.

Een half uur file

Op een zonnige woensdag in oktober, stap ik om tien uur in mijn auto. Ik mag naar het crematorium in Heeze. Onder normale omstandigheden een ritje van 40 minuten maar op die route weet je het maar nooit. De A67 is nogal filegevoelig. Ik heb geluk. Keurig op tijd arriveer ik op de plaats van bestemming.

Een uur later, na een mooie dienst, rijd ik verder naar het Westen. Naar mijn broer. Die heeft vorige week twee knieprotheses gekregen dus een bezoekje is wel op z’n plaats. Ik blijf niet te lang plakken; voor de grote uittocht uit Eindhoven begint wil ik thuis zijn.

Ondanks het nog redelijk vroege tijdstip is het druk op de weg. Op de parkeerplaatsen en de op- en afritten bij tankstations is het nog veel drukker. Ik zie verrijdbare tekstborden die de weg wijzen naar andere parkeerplaatsen. Ik hoor op de radio dat onze Oosterburen vandaag de Dag van de Duitse eenwording vieren. De overvolle parkeerterreinen langs de snelweg zijn verklaard. Op erkende feestdagen ligt het vrachtverkeer bij de Oosterburen voor een groot deel stil. Pas na middernacht, wanneer ik al lang op één oor lig, mogen al die vrachtwagens Duitsland in. Ik schat in dat de parkeerterreinen rond die tijd deels zullen leeglopen. De meeste chauffeurs hebben dan al minimaal acht uur langs de kant van de weg gestaan.

Het laatste parkeerterrein voor de grens wordt aangekondigd. Lang niet alle vrachtwagens nemen die afslag. Ik voorzie een file op het laatste stuk van mijn tocht en neem dezelfde afslag als de vrachtwagens die het laatste parkeerterrein wel gaan opzoeken. Daar waar zij naar links gaan, rijd ik rechts de Eindhovenseweg op. Ik ben bijna in Venlo. Op de radio lepelt nieuwslezer Matijn Nijhuis de files op. Die staan dit keer vooral in het Oosten van het land. Hij eindigt met ‘en een half uur vertraging op de N280 tussen de Duitse grens en het Outletcentrum in Roermond.’

Terwijl ik mij afvraag welke gek er een half uur in de file gaat staan, om het parkeerterrein van een Outletcentrum op te rijden, stremt het verkeer voor mij.De snelheid gaat van tachtig naar zestig, terug naar dertig. Dan staan we stil. In de verte gloort de Stadsbrug. Nog een kleine kilometer te gaan, dan ben ik thuis. Een half uur later parkeer ik mijn auto thuis voor de deur.

Het is dat die Duitse feestdagen, hier in de regio beter bekend als Duitse zondagen, goed zijn voor de Nederlandse economie want anders… Ja, wat eigenlijk? Wat kan je als Nederlandse burger tegen een Duitse feestdag doen? Helemaal niets. Behalve de data in je agenda noteren zodat je niet voor verrassingen komt te staan. 1 November komen ze weer!

Je hebt blauwe schimmelkaas en je hebt..

keukenprinsesjeEen goed geoliede machine. Iets anders kan ik het proces wat van bonusaanbieding, via weekmenu inclusief voorraadbeheer leidt tot een boodschappenlijstje, niet noemen. Boodschappen doen is daarna een fluitje van een cent. Omdat ik het kind van mijn moeder ben, controleer ik de te houden tot of te gebruiken tot datum zeer secuur. Toch gaat het soms fout. Zoals vandaag.

De RizziBizzi was bijna klaar. Alleen de geraspte kaas moest nog toegevoegd worden. Er lag nog een pakje mozzarella. Dat trekt van die lekkere draden. Jammie.

Ik knipte het zakje open. Er vielen wat stukjes kaas uit. Die ‘plakte’ ik aan mijn linkerwijsvinger en bracht deze naar mijn mond. Tegelijkertijd keerde ik met mijn rechterhand het zakje om boven de pan. Ik kan nu niet meer zeggen wat het eerst kwam. De muffe smaak in mijn mond of het blauw kleuren van de kaas in de pan.

Het doet er ook niet toe. Het enige dat telt is dat wij vandaag geen RizziBizzi eten, en dat ik straks, als de inhoud van de pan ver genoeg is afgekoeld om in een plastic zak te scheppen, nog even iets naar de ondergrondse container mag brengen.

Ik weet ineens weer waarom ik laatst de parmezaanse kaas onder de mozzarella had gelegd. Iets met een THT datum. ;-/

De zon ging onder en het scherm werd zwart

Toet_Antiek_2193Ondanks dat ik een internet en social media junkie ben, heb ik geen last van een smartphone verslaving. Thuis of in de trein mag ik dat ding nog wel eens ter hand nemen, maar zodra er sprake is van real life interactie, kan de telefoon mij gestolen worden. Dan richt ik mijn aandacht op mijn gezelschap en komt de telefoon alleen tevoorschijn met een goede reden. Ik kan zelfs berichtjes en telefoontjes, die ik op dat moment als niet belangrijk categeoriseer, negeren.

Lange tijd nam ik mijn telefoon niet mee wanneer ik aan de wandel ging. Om twee redenen tegenwoordig wel. Ten eerste is mijn telefoon ook mijn camera, en ten tweede heb ik vorig jaar, tijdens een avondwandeling, wat last gehad van een opdringerige jongeman. Ik had geen telefoon bij mij, dus kon dat ding ook niet pakken en dreigen om de politie te bellen als-ie niet heul snel op zou zouten. Uiteindelijk heb ik hem af weten te schudden maar sinds die tijd gaat de telefoon altijd mee. Just in case!

Gisterenavond had ik een om en nabij misschien wel misschien niet theeleut afspraak met een vriendin staan. Zij zou een berichtje sturen wanneer het uitkwam. Omdat het best lekker weer was besloot ik een stuk te gaan wandelen. Ik koos mijn route zo dat, mocht zij een berichtje sturen dat het uitkwam, ik binnen een minuut of twintig bij haar kon zijn. Op de Stadsbrug pakte ik mijn telefoon, die de hele middag aan de oplader had gehangen, om een foto van de ondergaande zon te maken. De batterij was voor 40% geladen. Een kilometer verder zag ik de gebrandschilderde ramen van de kerk. Dat vroeg om een foto. Ik pakte mijn telefoon, nam een foto en zag dat de batterij terug was gezakt naar 30%. Vijfhonderd meter verder liep ik even van het pad af, zag een klomp kastanjes liggen, pakte mijn telefoon en drukte op de home-knop. Het scherm bleef zwart. Zeker te koude vingers, dacht ik en blies mijn vingers warm. Het mocht niet helpen. Ik drukte op de uit knop en de telefoon ging aan. Strange!

Het inlogscherm verscheen en ik voerde beide codes in. De batterij indicator sprong van 30% naar 1% en het scherm werd weer zwart. De zon was ondertussen volledig onder gegaan en ik had een dilemma. Was er slechts iets mis met de batterij en kreeg ik mijn telefoon weer aan de praat of had-ie nu definitef de geest gegeven? In het laatste geval had ik geen enkele mogelijkheid om vriendin hiervan op de hoogte te stellen. Ik besloot naar haar huis te lopen. Met een beetje geluk was er iemand thuis aan wie ik kon melden dat ik even niet bereikbaar was.

Ik had geluk. Vriendin was thuis. Toen zij de deur open maakte zei zij, ‘Ik heb je net geappt om te vragen of het donderdag kan.’ ‘Prima,’ was mijn antwoord. ‘Ik kwam alleen even zeggen dat mijn telefoon er even geen zin meer in heeft.’ Ik deed mijn verhaal. ‘iPhone?,’ vroeg zij. Ik knikte van ja. ‘Kom binnen, we hebben opladers genoeg. Kijken of we ‘em aan de praat krijgen.’

Ik had geluk. We kregen hem weer aan de praat. Toen ik een kopje thee later naar huis liep, waren zowel mijn batterij, als die van de telefoon, voldoende opgeladen. En ik weet, dat ik toch wat afhankelijker van dat ding ben, dan mij lief is. Het zij zo!

Ondergaande zon boven Blerick