Geplaatst in Lifestyle, Persoonlijk

Een mogelijke optie

Zes jaar op het rij bleek het onmogelijk om tussen begin november en half februari meer dan de feestdagen vrij te nemen. In 2018 kon dat wel, en ik maakte dankbaar van de gelegenheid gebruik en nam twee weken vrij. Ik ging zelfs zover om aan het eind van die twee weken een paar dagen Scheveningen, inclusief bezoekjes aan vrienden in de regio, te boeken.

Uiteindelijk werden het drie weken ‘vakantie’. Aan het einde van de eerste week werd mijn moeder in het ziekenhuis opgenomen en kwam er een abrupt einde aan ‘thuis lummelen’. Naar Scheveningen kon ik best wel, volgens haar. Het waren maar drie dagen, wat kan er nu allemaal in drie dagen gebeuren?

Woensdagochtend, onderweg naar Scheveningen, stopte ik bij het ziekenhuis en liep (lichtelijk illegaal) bij haar binnen. ‘Kom je vrijdagavond op de terugreis ook even langs?’ vroeg zij. ‘Dan weet ik vast wanneer ik naar huis mag. Het maakt niet uit hoe laat het wordt. Dat regel ik wel met de verpleging.’ Ik beloofde vrijdag op de terugweg even bij haar binnen te wandelen.

Woensdag halverwege de middag parkeerde ik mijn auto in Scheveningen op een parkeerterrein aan zee, slingerde mijn rugzak op mijn rug om naar het hotel te wandelen, en voelde hoe één van de draagbanden los begon te scheuren. Ik had dat ding pas sinds 1990, dus ik voelde mij lichtelijk bekocht ;-). Het was koud in Scheveningen en tussen de strandwandelingen door warmde ik op in de winkels aan de boulevard. In één van de winkels zag ik de perfecte vervanging voor de gesneuvelde rugzak en nam mij voor die vrijdag, onderweg naar mijn auto, en onderweg naar vrienden, aan te schaffen.

Donderdagavond tegen een uur of negen belde mijn broer. Ik hoefde niet op stel en sprong naar huis te komen, maar Mam ging achteruit. Met een geniet nog van je laatste vakantiedag en ik houd je op de hoogte mocht er snel verandering in haar toestand optreden nam hij afscheid.

Vrijdagochtend bracht ik eerst mijn bagage weg, en maakte aansluitend een strandwandeling. Een lange maar vooral natte en koude strandwandeling. Compleet verzopen nam ik in een strandtent naast de open haard plaats en bestelde een cappuccino. Ik had net mijn telefoon in mijn hand om te kijken hoeveel tijd ik had voordat ik bij een vriendin in Rotterdam werd verwacht, toen mijn broer belde. Mam gaat hard achteruit. Om 2 uur staat er een gesprek met de zaalarts gepland.

Ik goot mijn cappuccino naar binnen en, ondertussen bellend met vriendin en aansluitend met een vriend, rende naar mijn auto. Ter hoogte van de tassenzaak aarzelde ik heel even, maar liet de zaak links liggen. Ik wist de kleur en het merk, ik zou dat ding wel in een andere winkel en anders online vinden. Ik had nu andere dingen aan mijn hoofd.

Mam overleed die zaterdag. In de dagen die volgde reisde ik dagelijks richting mijn broer. Mijn laptop zat in mijn ‘handtas-rugzak’ en dreigde dagelijks uit de tas te vallen. Een andere rugzak voelde als een noodzaak. Twee dagen voor de crematie reed ik niet rechtstreeks naar huis, maar bracht een bezoekje aan de binnenstad van Eindhoven. Daar zat een tassenzaak waar ik al heel veel van mijn salaris naar toe had gebracht. Mijn laatste hoop. Hoe pathetisch. Ook daar hadden zij de rugzak niet. Ik zag wel een ander exemplaar. Een bjoetie. Mijn laptop paste en ik ging zonder slag of stoot overstag.

Een paar weken waren de rugzak en ik onafscheidelijk. Toen was er geen noodzaak meer om altijd met een laptop rond te lopen, en de rugzak werd opgeborgen. En vergeten. Uit mijn geheugen gewist. Acht maanden later kocht ik het rode monster. Inhoud tien liter. Groot genoeg voor mijn laptop (die ik nooit bij me had) en genoeg andere zooi. Wel slechts zes centimeter diep. Dat maakte het inpakken soms lastig, maar het lukte wel. Tot die laptop, lunchtrommel en regenbroek dagelijks mee moesten. Toen bleek zes centimeter een beperking te zijn.

Morgen had Mams haar 87ste verjaardag gevierd. Dankzij covid-19 en thuiszitten, denk ik wat vaker aan haar en haar laatste dagen. Ben ik blij dat zij (zwaar longpatiënt en afhankelijk van thuiszorg) deze stressvolle tijd niet mee hoeft te maken. Maar ook herinnerde ik mij die ene rugzak weer. Veilig weggestopt in een koffertje. Na twee dagen luchten bij het open raam, klaar voor gebruik.

Alleen jammer dat-ie hetzelfde euvel heeft als de rode. Tien liter, zeven centimeter diep, en de extra vakken stulpen niet uit naar buiten (voor extra ruimte) maar naar binnen. Vanuit het kader van duurzaamheid en gebruiken wat je hebt, ga ik de tas wel een kans geven. En niet alleen omdat de Boysz er he-le-maal weg van zijn. Ikzelf ben dat ook.

Geplaatst in Persoonlijk

Kan sporen van gluten bevatten

Sinds ik werk heb ik wat vage klachten. Beetje gerommel in de trommel, wat vaker hoofdpijn, beetje opgeblazen gevoel, last van mijn spieren en van vermoeidheid. Logisch, dacht ik. Van heel lang je eigen dag indelen naar fulltime werken is niet niks natuurlijk.

Met name gisteren had ik een slechte dag. Ik stond met hoofdpijn op en was niet vooruit te branden. Vanmorgen was het nog niet over. De berg leek hoger dan ooit. Het lijkt verdorie wel of gluten binnen heb gekregen, dacht ik ongelovig. Want ik let heel goed op. Neem mijn eigen lunch mee, loop met een boog rondom koek en gebak heen.

Maar ja, soms zitten er ook andere mensen aan mijn bureau. Of krijg ik koffie van iemand die net een boterham heeft gegeten. Hartstikke lief natuurlijk, en als je zelf geen last van gluten hebt lastig te begrijpen dat iemand van een onzichtbaar spoor last van kan hebben.

Vanmorgen begon ik met het schoonmaken van mijn bureau en vulde daarna mijn van huis meegenomen beker met koffie. Onnadenkend schoof ik een laatste kruimeltje van mijn bureau, en pakte mijn beker op. Tien minuten later kon ik een sprintje trekken.

Na de drie aanwezige collega’s uitleg te hebben gegeven, inclusief mijn vermoeden dat ik door anderhalf jaar redelijk steriel geleefd te hebben nog gevoeliger ben geworden, ging mijn duo-partner samen met mij op zoek naar ontsmettende doekjes en opperde een andere collega om een briefje op mijn bureau te plakken met de tekst Gelieve aan dit bureau niet te eten i.v.m. zware voedselallergie.

Had ik al gezegd dat ik (wederom) leuke collega’s heb? Al wel? Bij deze doe ik het nog een keer.

Geplaatst in Persoonlijk

Donorregister

Ooit liep ik met een donorcodicil op zak. Totdat de broek in de wasmachine ging, en het codicil ook. Onleesbaar verdween het in de prullenbak (want van afvalscheiding hadden we in die tijd nog nooit gehoord) en ondanks een plechtig voornemen een nieuw exemplaar te halen, kwam het er niet van. Iets met een life that happens en andere prioriteiten.

In 2006 werd ik door een sterfgeval in mijn nabije omgeving met de neus op de feiten gedrukt. Het voornemen kwam terug, en dit keer handelde ik er naar. Ik werd lid van de bloedbank en vulde keurig netjes een donorcodicil in en stuurde dit naar het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Niet lang daarna ontving ik een bevestigingsbrief inclusief een klein kaartje wat ik op mijn persoon diende te bewaren, zodat hulpverleners meteen wisten waar zij aan toe waren. Het kaartje verhuisde van beurs naar beurs en, zeker sinds het in het hoesje van mijn telefoon zit, ik had het altijd bij me.

In 2012 ging er iets mis. Mijn ader werd doorboord en buiten dat ik een halve liter bloed afstond, sijpelde er ook nog wat bloed mijn lijf in. Op weg naar huis viel ik flauw en belande op mijn rug in de struiken precies tussen de locaties SEH en Mortuarium. De mensen van de SEH vonden mij het eerst, en na een half uurtje rust kon ik alsnog zelfstandig naar huis. Sindsdien had mijn lijf steeds meer moeite om na een aderlating te herstellen.

Toch ben ik nog tot 2016 bloed blijven geven. Slechts zeven procent van de Nederlandse bevolking heeft dezelfde bloedgroep (B-) als ik zei de gek, en mijn moeder was er daar één van. Sinds 2010 is zij met enige regelmaat geopereerd en kreeg dan bloed. Het idee dat er daardoor wellicht wat bloed van mij door haar aderen stroomde, vond ik wel cool. Maar helaas, de laatste twee jaar van haar leven heeft zij geen druppel van mijn bloed gehad.

Ondertussen heb ik de registratie in het donorregister uitgebreid en van de week kreeg ik wederom een brief van het Ministerie. De laatste regel, net boven de vriendelijke groet, luidt U hoeft geen papieren bewijs van uw registratie bij u te dragen. Ik heb het beduimelde en nauwelijks nog leesbare kaartje uit het telefoonhoesje gehaald. Het voelt als het einde van een era. Mijn donorschap is niet langer voor iedereen die een blik op de binnenkant van mijn beurs/hoesje kan werpen zichtbaar.

Maar goed. Het gaat erom dat Zoon en de artsen het weten. De ene weet het, en de ander kan het opzoeken. Dat is wat telt.

En, heb jij jouw keus in het donorregister vast laten leggen?