Mijn blik is naar buiten gericht

img_33201Als extraverte introvert heb ik altijd wat moeite om sociale activiteiten te ontplooien. Normaal gesproken krijg ik tijdens mijn werkdagen al prikkels genoeg. Afspreken met goede vrienden lukt meestal nog wel, maar liefst niet te ver van te voren, want ik weet nooit hoe vol mijn hoofd is. Mijn angst voor deze periode van Even lekker niets doen is dan ook dat ik mij als een kluizenaar ga gedragen.

Om dat te voorkomen had ik, toen ik nog aan het werk was, drie afspraak-in-plan-activiteiten voor de aankomende week op mijn to-do lijst opgenomen. Verder had ik zowel in de eerste, als in de tweede week van mijn vakantie al een afspraak (anders dan auto naar de garage of tandarts) staan.

Nu weet ik niet of ik dit keer sneller afschakel dan normaal of, in de wetenschap dat ik dit keer langer vrij ben dan ik de laatste jaren gewend ben, mij wat meer prikkels kan veroorloven maar…. twee van de drie afspraken zijn al ingepland. Sterker nog, één van de twee heeft al plaatsgevonden. Daarnaast ben ik al bij mijn broer en zijn vrouw op bezoek geweest, heb met een bijna ex-collega koffie gedronken en ben in meer dan goed gezelschap sushi gaan eten. Inderdaad. Mijn blik is naar buiten gericht en daar word ik nog blij van ook.

Nieuws van het sollicitatie-front

Van de week heb ik jullie deelgenoot gemaakt van het feit dat ik een sollicitatie-email de deur uit heb gedaan. In de ontvangstbevestiging die ik maandag ontving stond dat zij veel reacties ontvangen hebben én dat de gesprekken nog diezelfde week ingepland zouden worden. Aangezien ik niets meer heb gehoord verwacht ik maandag of zo de afwijzingsmail.

Verder heb ik deze week een oriënterend gesprek gehad bij een bedrijf hier in de regio waar mogelijk een vervolg aan gegeven wordt. 

Zo, nu zijn jullie weer helemaal bij. Komende week begin ik met een meerdaags bezoek aan Groningen en voor nu is het plan de laptop thuis te laten. Dat is pas echt afschakelen!

Nachtelijk NL-alert en geen telefoon in de buurt

Sinds een paar dagen ligt mijn mobieltje, geheel conform de geldende gezondheidsadviezen, niet meer op het nachtkastje naast mijn bed maar ergens in de huiskamer. De meldingen over stralingsgevaar hebben voor mijn gevoel een hoog alu-hoedje-gehalte, maar de waarschuwing van slaapexperts voor te veel blauw licht (met minder melatonine aanmaak tot gevolg) snijdt wat mij betreft wel hout. Telkens wanneer ik wakker word (en dat gebeurt best wel vaak) kijk ik even op mijn telefoon om te zien hoe lang ik nog mag slapen en kan dan niet altijd de neiging om even te kijken wat er in de wereld om mij heen gebeurt bedwingen, zodat ik al knipperbollend van een overdosis blauw licht de slaap helemaal niet meer kan vatten.

Screenshot 2018-08-07 at 15.26.13

Fotograaf: Laurens Eggen (De Limburger)

Sinds de nacht van zaterdag op zondag heb ik weer een wekker naast mijn bed staan en ligt mijn telefoon in de huiskamer. Ondanks dat heb ik een onrustige nacht. Een nacht vol geluid. Voor mijn gevoel heeft iemand in de buurt een nieuwe, zeer luidruchtige wekker en net als ik alle ramen en deuren wagenwijd open staan. ‘Je zal op dit moment je bed uit moeten,’ denk ik, doe een sanitaire stop, loop even het balkon op, drink wat water, stap mijn bed weer in  en val in slaap.

Iets voor achten loop ik de woonkamer binnen en hoor een appje binnenkomen. Nieuwsgierig pak ik mijn telefoon en zie dat dit niet het eerste appje van de dag is. Ik zie zelfs een NL-alert. Ik begin te lezen en iets wat een drama had kunnen worden ontrolt zich voor mijn ogen.

  • 04:12 uur (zoon, nachtdienst): Ik hoop dat zodra je wakker bent je het NL-alert ziet.
  • 04:36 uur (zoon): Ping Ping
  • 04:37 uur (zoon): Je mag alles dichtgooien, gaat om zuurbaden die de lucht in gegaan zijn.
  • 06:08 uur (zoon, thuis): Knap dat je niet wakker geworden bent door het luchtalarm
  • 06:09 uur (zoon): Waait niet deze kant op dus daarom heb ik alles open laten staan. Plus, het is niet zo heel erg.

Enigszins (zwak uitgedrukt) geschrokken maar vooral nieuwsgierig speur ik het internet af op zoek naar informatie over zuurbaden die de lucht in zijn gegaan. Het blijkt gelukkig allemaal, mede dankzij de inzet en adequaat handelen van -tig hulpverleners en gunstige wind, met een sisser afgelopen. Maar de uitkomst had ook heel anders kunnen zijn. Dan had ik (omdat ik het luchtalarm niet als dusdanig heb herkend)  op basis van het NL-alert wel moeten handelen. Ramen en deuren dicht moeten doen en via radio, TV of internet op verdere instructies moeten wachten.

Het moge duidelijk zijn. De volgende keer wanneer ik denk dat iemand in de buurt een nieuwe wekker heeft sta ik op en maak ramen en deuren dicht. Daarna ga ik wel uitzoeken wat er aan de hand is. En mijn telefoon… Die leg ik weer naast mijn bed. Ik kan beter een keertje wakker liggen door iets te veel blauw licht dan, het is onderhand wel tijd voor een beetje dramatiek nietwaar, helemaal niet meer wakker worden.

Waar ligt jouw telefoon ‘s-nachts?

Slechts collega’s?

changing lanes

‘Het zal best, maar uiteindelijk zijn wij slechts collega’s!’, zei de jongeman, die net ons team was komen versterken, gedecideerd. Met een aantal emotionele collegiale afscheidsmomenten in mijn achterhoofd poogde ik hem, tevergeefs, op andere gedachten te brengen. Hij hield voet bij stuk. De jongeman bleek zelf geen blijvertje; vijf maanden later had hij een andere uitdaging gevonden en nam afscheid van het team.

Nu mijn eigen afscheidsmoment nadert besef ik dat er meer dan een kern van waarheid in zijn woorden zit. Om te beginnen was de jongeman zonder bovenstaande uitspraak hoogstwaarschijnlijk volledig van mijn harde schijf gewist. Eerlijk gezegd denk ik niet dat ik hem nog zou herkennen mocht ik hem ooit weer tegenkomen. Dat geldt niet alleen voor hem. Terugdenkend aan alle collega’s waar ik in het verleden al dan niet geëmotioneerd afscheid van heb genomen moet ik bekennen dat  een groot deel van hen verworden zijn tot vage schimmen.

Van alle collega’s uit mijn bibliotheek-tijdperk (ik heb anderhalf jaar als oproepkracht gewerkt voor de Openbare Bibliotheek Eindhoven en drie bibliotheken die onder de Provinciale  Centrale Noord-Brabant vielen en maakte werkweken tussen de 40 en 60 uur) zijn er nog slechts twee dames die ik mij met naam en toenaam weet te herinneren. Waar ik een gezicht bij heb. Dan zijn er nog twee collega’s waarvan ik de naam in combinatie met een situatie weet te herinneren en een drietal situaties waar collega’s in voorkomen. Voor de rest is mijn geheugen blanco. Wat best bijzonder is want wanneer ik het over die tijd heb spreek ik over ‘een mooie tijd’ en  ‘fijne herinneringen’.

Ik verliet de bibliotheekwereld om bij Philips te gaan werken. Deze periode duurde dik elf jaar. Ik heb jankend*) mijn ontslagbrief aan de personeelsfunctionaris gegeven. Zijn naam ben ik kwijt, zijn gezicht kan ik mij wel nog voor de geest halen. En het feit dat hij, tenminste volgens zijn secretaresse, in een auto reed die ver beneden zijn stand was. Whatever that means. Ik ben naar bruiloften geweest, heb collega’s in het ziekenhuis bezocht, ben met een collega op vakantie geweest. Er zijn foto’s van zondagse wandelingen in het Zuiden. Foto’s van werkmomenten. Er zijn legio leuke, grappige, warme, liefdevolle anekdotes maar ondanks een aantal kerstkaarten over en weer is er 0,0 contact sinds ik ben vertrokken.

Langzaam maar zeker realiseer ik mij wat de jongeman poogde te zeggen. Waar onze spraakverwarring vandaan kwam. Hij had het niet over de kwaliteit van het contact wat je met je collega’s hebt op het moment dat je samen werkt. Hij had het over de grote gemene deler van dat contact, ‘de werkgever’, het kantoor wat je samen deelt. Met andere woorden: je vrienden zoek je zelf uit,  je collega’s krijg je gratis bij de baan. Collega’s zijn toevallige passanten in je leven. Wanneer je het samen goed kunt vinden, is dat fijn. Het wil alleen niet zeggen dat je daarmee automatisch vrienden ‘voor het leven’ wordt. Gebeurt dat wel, dan is dat een pluspunt kan ik uit eigen ervaring zeggen. Mijn ontzetting over de woorden ‘slechts collega’s’ kwam daar vandaan.  De collega’s die het stadium ‘slechts’ ontgroeid zijn en in de categorie vrienden vallen. Een categorie die nog steeds groeit.

Het besef dat de meeste collega’s toevallige passanten in je leven zijn maakt dat ik het naderende afscheid wel wat luchthartiger tegemoet treed dan ik voorheen zou hebben gedaan. Natuurlijk ga ik iedereen enorm missen en de kans dat ik het bij het afscheid droog houd is gezien mijn status van weke toffe relatief klein, maar diep van binnen weet ik dat het gevoel ‘ik ga je missen’ in de meeste gevallen van beide kanten niet van blijvende aard is.  Volgen er in de toekomst nog wat berichten via WhatsApp of Facebook maar wordt dat, net als voorheen het versturen van kerst- en verjaardagskaarten, alras minder en minder tot ook dat stopt; gaan wij onze eigen weg. Wat blijft is een warme herinnering aan wat ooit was… en daar is helemaal niks mis mee weet ik nu.

*) Iets met weken slecht slapen in verband met een zieke baby in combinatie met schuldgevoel en een reisafstand woon-werkverkeer van gemiddeld 100 km enkele reis.