Slow Fashion Season (3): ’t was een koopje!

Slow Fashion Season (challenge: koop drie maanden geen nieuwe kleding) was nog maar koud begonnen, toen het tot mij doordrong welk kledingstuk in mijn kast ontbrak. Een spijkerjasje! Die dingen zijn perfect om tijdens iets koelere zomeravonden aan te schieten. Maar ook in het voor- en najaar prima te gebruiken voor net dat beetje extra warmte, en in de winter is het heel geschikt als accessoires. Want altijd een vestje is ook zo saai.

Het moge duidelijk zijn dat bovenstaande op een iets koelere zomeravond tot mij doordrong. ‘Binnenkort loop ik maar weer eens bij de kringloop binnen,’ zei ik tegen de vriendin waarmee ik die avond op stap was. Er volgde een hittegolf, en ik vergat mijn plan.

Het werd 13 augustus. Ik was door een medewerker van een detacheringsbureau uitgenodigd voor een kennismakingsgesprek. In Eindhoven. Het weer viel wat tegen. Zowel in Venlo als in Eindhoven werd wat regen voorspeld, en in beide steden viel de temparetuur zwaar tegen. Ik ging op zoek naar het jasje. Tevergeefs, want ja, ik was mijn plan vergeten. Er zat niets anders op dan een vestje mee te nemen.

Ja, ik had mijn rode jas aan kunnen trekken. Of mijn regenjas. Maar beide geven het gevoel van minder weer. En zo minder was het nu ook weer niet.

Op de heenweg had ik geluk en hield het droog. Ook qua temperatuur viel het reuze mee. Dit in tegenstelling tot de terugweg. Net na het verlaten van het pand begon het te regenen. Tegen de tijd dat ik, gehuld in vestje, op het station aankwam was het koud te noemen. Mijn kleding was nog klammig toen ik in Venlo aankwam, en daar zo de kou en een flinke regenbui instapte. Nat tot op mijn hemd kwam ik thuis.

Ik weet het. Een spijkerjasje heeft met zulk weer ook weinig nut. Net zo min als mijn rode jas. Alleen mijn regenjas had uitkomst geboden. Maar ja, dat ding is niet erg fashionable.

Ondanks dat wandelde ik woensdag naar de kringloop, op zoek naar een spijkerjasje. Wat ik niet vond. Helemaal niet erg, want ik zag een grijs, ribfluwelen, semi motorjack hangen. Het perfecte kledingstuk om een saai HEMA-jurkje mee op te pimpen. Verliefd tot over mijn oren kocht ik het. Ondanks dat het ietsjes te groot is. Maar hé, ik sla zelfs bij passende kleding negen van de tien keer de mouwen één of tweemaal om.

Thuis zag ik pas van welk merk het jasje is. Marc Cain. Vaag herinnerde ik mij dat ik de dag ervoor in Eindhoven voorbij een winkel met die naam was gewandeld. Voor de gein googlede ik het merk. Zag een online store. Snuffelde daar wat rond en kreeg een hartverzakking van de prijzen. Daar kunnen wij een maand van eten.

Heb ik potverdorrie per ongeluk een (duur) merkartikel gekocht. Het ding is puntgaaf. Voor nog geen €15 euro. Voorlopig sta ik er sjiek op.

Kringloopvondst

Werfzeep shampoo: mijn ervaring

Als huppelfrutje baalde ik van het feit dat mijn moeder vond dat eenmaal per week haren wassen meer dan voldoende was. Ik kon praten als brugman, blijven volhouden dat het er na drie dagen echt niet meer uitzag, vaker wassen was uit den boze. Daar wordt het maar vettig van, was haar standaard reactie.

Volgens mij kon dat niet, en vanaf het moment dat ik begon te puberen, en mijn haar vaker waste, bleek ma gelijk te hebben. Wat ik natuurlijk niet toegaf, maar mijn haar gewoon nog wat vaker wastte. 

In 1984 werd ik gegrepen door het punkvirus. Ik was zo weer genezen. Men, wat een werk was dat. Elke dag je haar in van die stevige stekels touperen, volspuiten met lak. Elke dag ja, want de volgende morgen was er geen doorkomen aan, en zag het er vies en vettig uit. Twee weken heeft die bevlieging geduurd. Wat bleef was dat ene, geblondeerde staartje in mijn nek, en mijn geblondeerde kuif.

20000822 dreadsIn 2000 besloot ik dat ik dreadlocks wilde hebben. Na een dagje kapper (ik had iets te weinig haar voor wat ik wilde) zag ik er ineens heel anders uit. Mijn haren-was-routine veranderde. Van drie maal per week naar eenmaal per twee weken. En dan geen shampoo gebruiken, maar spoelen met azijnwater. Gewend als ik was, met mijn hoofd iets achterover gebogen de zeep uit te spoelen, deed ik dat ook met de dreadlocks. Ik eindigde bijna in het ziekenhuis. Het kunsthaar zoog zich vol water, werd loeizwaar, en ik viel bijkans achterover, zo de badkamer uit. Ik werd gered door het feit dat de badkamer zo klein was, dat bewegen nauwelijks kon, laat staan vallen.

De laatste keer dat ik dreads heb gehad (die neppers bleven maar 3 maanden zitten, de echte heb ik tot driemaal toe na dik een jaar toch maar weer laten verwijderen, de laatste keer vanwege dusdanig zware haaruitval dat sommige dreads nog slechts aan een paar haartjes hingen) gebruikte ik een shampoo bar om mijn haren mee te wassen. Dat spul schuimt niet zo erg, dus uitspoelen is makkelijk(er).

Omdat mijn dreads eerder weg waren dan de shampoo op was, heb ik dat stuk zeep gewoon opgemaakt. Dat voelde goed. Niet alleen voor mijn haar, maar ook voor het milieu. Een gemiddeld blok shampoo gaat al snel zes maanden mee. Dat scheelt enorm aan verpakkingsmateriaal. Bovendien maakte het dat mijn haar, van dat melkboerenhondenspul, beter hanteerbaar was. Toen het blok eenmaal op was, heb ik een tijdje het gewone stuk zeep (eentje van Meneer Hooij) gebruikt, maar het resultaat was wat minder. 

Ondertussen was ik om de een of andere reden Werfzeep op Instagram gaan volgen. Buiten biologische, handgemaakte zeep, maken zij ook shampoo bars. In april heb ik zo’n stuk shampoo (er zitten er twee in een doos) besteld. Ik zat toen, omdat de Hooij zeep niet echt geschikt was als shampoo, op om de dag mijn haar wassen. In eerste instantie leek mijn Werfzeep shampoo daar geen verandering in te brengen, en ik zag ook niet dat mijn haar beter ging zitten.

Tot een week of twee geleden. Mijn haar zat prima, en bleef prima zitten. Uiteindelijk zat er een hele week tussen de laatste twee wasbeurten. Mijn moeder zou zo trots op mij zijn. Net als het milieu.

Alleen jammer dat het momenteel 100 graden is. Daar is geen enkele coupe tegen bestand. 

 

Nieuw speeltje in het kwadraat

Ineens was ik het gehannes met mijn iPhone zat en kocht een nieuwe telefoon. In eerste instantie had ik de iPhone 7 in het vizier. Ik ben nu eenmaal een Apple-girl. Mijn change of heart werd veroorzaakt door Zoon. Hij is in het bezit van een Huawei P20 en hoewel ik dat ding veel en veel te groot vind, was ik toch nieuwsgierig geworden, en ging op onderzoek uit.

Uiteindelijk ging ik voor de P20 lite. Deze is iets groter dan de iPhone 7 (mijn vergelijkingsmateriaal, maar kleiner dan de koelkast van Zoon), heeft daardoor een iets groter scherm (fijn voor de ouder wordende ogen), is 7 gram zwaarder (verwaarloosbaar), heeft de dubbele hoeveelheid geheugen (64 GB) en de camera heeft de helft meer megapixels (16). Het verschil in prijs is ook enorm. €205 voor de Huawei, tegen €455 voor de iPhone.

img_6530

Ik kocht er gelijk een nieuw hoesje bij. Zo is goed te zien dat de Huawei ietjes groter is dan de iPhone 5 😉 Gelukkig nog wel goed hanteerbaar.

Voordat ik tot bestellen over ging, zocht ik eerst even op hoe de gegevens, en met name mijn contacten,  van een iPhone over te zetten op een Huawei. Dat bleek verrassend simpel. Ik hoefde slechts Google Drive op mijn telefoon te installeren (had ik al, want daar werk ik ook mee op mijn Chromebook) en een backup van de contacten, bestanden en foto’s maken. De Huawei wordt standaard geleverd met zo ongeveer alle Google opties. Na inloggen stonden alle geback-upte bestanden poef op mijn Huawei. Kind kan de was doen.

Na het wisselen van de sim-kaart van de ene naar de andere telefoon, en het inloggen op mijn Google-account (waarvan ik spontaan het wachtwoord was vergeten, ook al gebruik ik dat 100x per dag om op mijn Chromebook in te loggen, kon het inrichten en spelen beginnen. Eigenlijk wijst de telefoon zich vanzelf. Ja, een aantal knoppen zit op een andere plek dan op de iPhone, maar dat is vooral een kwestie van wennen. Dankzij wat tips en trics van Zoon gaat dat wennen verrassend snel. Het ontgrendelen via vingerafdruk gaat zelfs een stuk soepeler dan ik bij mijn iPhone 5 gewend ben.

Sommige apps, ooit ontwikkeld voor iPhone, zijn iets beperkter in gebruik, maar daar kan de Huawei niets aan doen. Dat ligt voor 100% bij de ontwikkelaar. Bovendien zijn de beperkingen niet onoverkomelijk. Is wat minder toeters en bellen wel prettig. Hoewel de zoomfunctie van de camera in de lite versie minder spectaculair is dan die van de gewone versie, ben ik meer dan tevreden met de camera. Moet alleen wennen aan de optie scherp stellen. Sta je een beetje trillend na te hijgen omdat je eindelijk die ene vlinder hebt weten te fotograferen, zegt je camera houdt de camera stabiel om de foto scherp te stellen. 😉

Tja, en toen had ik donderdagavond ineens een zwart scherm. Een fractie van een seconde. Zal wel door het onweer komen, dacht ik, en zag het scherm weer even zwart worden. Vrijdag gebeurde het ook een paar keer. Weer terwijl het in de verte rommelde, dus ik vond het nog steeds verklaarbaar. Zaterdagochtend niet. Dus klom ik in de chat om aan meneer of mevrouw Bol.com te vragen hoe ik dit kon oplossen, omdat het niet goed voelde. Meneer Bol.com was het meteen met mij eens, de retourzending werd geregeld, net als de verzending van een vervangend toestel. Echt, ik word een expert in het switchen van sim-kaarten, het herstellen van fabriekinstellingen en het downloaden en inrichten van apps.

Er is echter één ding waar ik van baal. Als ik maandag pas was gaan zeuren, had ik €30 voordeel gehad. Inderdaad, de Huawei P20 lite kost nu nog slechts €175, en een beetje. Echt geen geld voor zo’n toestel.

Vandaar dat ik het bol.com partnerprogramma maar eens heb afgestoft, om een affiliatie link te plaatsen. Wie weet word ik rijk dankzij (een van) jullie. 😉