Op zoek naar balans

Nog voor ik mijn vaststellingsovereenkomst had getekend, wist ik al hoe ik de drie maanden tussen laatste werkdag en officiële datum einde dienstverband, in zou invullen. Ik zou de structuur bewaren. Zeven dagen per week op tijd opstaan, een rondje hardlopen, een beetje huishouden en na de lunch schrijven. Zodra ik eenmaal aan mijn studie kon beginnen, zou ik het schrijven afwisselen met studeren. Als laatste had ik bedacht om op tijd naar bed te gaan.

Lummelen en lanterfanteren

Maar eerst gunde ik mijzelf een paar weken vakantie. Even de tijd nemen om de boel de boel te laten. Mijn werk los te laten. Het gebeuren van het laatste anderhalf jaar een plekje te geven.

Die paar weken vlogen voorbij. Flexibel als ik ben schoof ik de einddatum van het ‘lang leve de lol’ gevoel voor mij uit. Tussen het lummelen, lanterfanteren, wandelen en musea bezoeken door pakte ik mijn studieboeken ter hand, maar deed dat dusdanig structuurloos dat ik mij in de laatste week voor de eerste klassikale les, genoodzaakt zag twee hele dagen alleen maar met mijn neus in de boeken te zitten om het huiswerk af te krijgen.

Een goed begin bleek geen half werk

Vanaf mijn eerste niet meer werkzame dag creëerde ik elke ochtend, volgens de regels van het bullet journal, een nieuwe dagplanning. Rekening houdend met eventuele afspraken maakte ik een to-do lijstje voor die dag. Ik begon voortvarend. Binnen een week had ik 80% van de balkon-klusjes af. Tot mijn schande bleef het daarbij. Na die eerste week heb ik geen dagplanning meer gehaald. Hoewel, ik moet niet liegen. Soms schreef ik op mijn to-do lijst ‘vegeteren in de zon’. Dat lukte meestal wel zodat ik aan het eind van de dag tevreden een vinkje kon zetten. Ik baalde van mijn gebrek aan discipline en herkende mijzelf niet meer.

Ik verveel me

Ik bleek meer tijd nodig te hebben dan ‘een paar weken vakantie’ om alles wat zich de laatste jaren in mijn leven had afgespeeld een plekje te geven. Begin oktober durfde ik eindelijk toe te geven dat het om langere tijdspanne dan ‘het laatste anderhalf jaar’ ging. Dat besef bleek het duwtje in de rug te zijn wat ik nodig had. Ineens was er ruimte om over de toekomst na te denken. Mijn keuzes en het bijbehorende tijdspad scherper te stellen. Aan mijzelf en derden toe te geven wat ik diep van binnen al een tijdje wist: Ik verveel me!

Een verlammende gedachten

Het stomme is, ik geniet volop van mijn vrije tijd. Geniet van de wandelingen, de musea, een boek lezen, in de zon zitten, op bezoek gaan bij vrienden. Alleen het idee, dat dit misschien wel het leven is wat ik de rest van mijn aards bestaan ga leiden, werkt verlammend. Ik besefte dat ik naar de structuur van ‘een paar dagen per week naar mijn werk gaan’ verlang. Naar een verschil tussen ‘werkdagen’ en ‘weekend’. Nu lijken alle dagen op elkaar.

Weer weekend

Deze week lijkt het eindelijk te lukken met de structuur. Niet omdat het moet, maar omdat het vanzelf gaat. Om half zeven word ik spontaan wakker. Tegen zevenen ben ik mijn bed uit. Nog voor de koffie heb ik al een kwartiertje yoga gedaan. Rond negen uur ben ik aangekleed en rommel wat in huis. Om tien uur zit ik met mijn neus in de studieboeken. Na de lunch ga ik, mits het weer het toelaat, aan de wandel. Daarna mag ik lummelen en lanterfanteren.

Maandag ben ik met dit schema begonnen. Omdat ik de laatste 15 jaar slechts vier dagen per week heb gewerkt, begint morgen mijn weekend. Ik verheug mij er nu al op. Weer weekend. Waar een mens al blij van kan worden.

Dilemma of geen dilemma?

StuderenEen opleiding volgen kan heel confronterend zijn. Zo mag ik voor de eerste module, Webdesign, van de opleiding Online communicatie en Social Media een projectplan voor een nieuw te bouwen website schrijven. Op zich een leuke opdracht. Ik loop alleen tegen een klein probleempje aan. Voor welk bedrijf ga ik die website bouwen? Eigenlijk is het antwoord heel simpel: voor mijn eigen, nog op te zetten, bedrijf. Met dit antwoord heb ik ook meteen mijn dilemma te pakken. Een eigen bedrijf opzetten is nooit de reden geweest waarom ik afscheid heb genomen van mijn werkgever.

Mijn plan was en is gebaseerd op het vinden van ander werk. Minder HR en ICT,  maar bezig zijn met schrijven, social media campagnes opzetten, naar websites kijken en verbeteringen voorstellen/aanbrengen. Wel gewoon in loondienst. Met collegiaal overleg, ideeën uitwisselen, een plek om naartoe te gaan, werktijden en flexibel zijn.

Een eigen onderneming beginnen, ZZP-er worden, is onderdeel van plan B. Mocht ik binnen x-periode er niet in slagen om een baan binnen het nieuwe werkveld te vinden, ga ik terug naar mijn roots en, hier komt-ie, ga daarnaast als ZZP-er aan de slag. Conform mijn tijdlijn, ligt plan B nog in de toekomst.

Maar goed, er moet nu wel een projectplan voor een (nieuw) te bouwen website komen. Het is wel handig wanneer ik ongeveer weet wat ik als ZZP-er wil gaan doen, kan gaan doen. Ik kan best veel, en vind het meeste ook nog leuk om te doen. Zeker wanneer er voldoende variatie in de werkzaamheden én opdrachtgevers zit. De ideeën vliegen door mijn hoofd heen. En dat, en dat, en dat….

Vraag is alleen: moet je dat als beginnend ZZP-er wel willen. Word je nog gevonden op het web wanneer je jezelf als een soort administratief duizend dingen doekje neerzet? Nemen opdrachtgevers je wel serieus met zo’n enorm scala aan opties? Waar blijft de samenhang?

Omdat ik bovenstaande vragen voor het eind van de middag niet beantwoord krijg, heb ik besloten praktisch te zijn. Uit alle werkzaamheden die ik leuk vind en als ZZP-er aan kan bieden, ga ik er twee kiezen. Twee soorten klussen, wel met samenhang. Zodat ik én het voor de opleiding benodigde projectplan kan schrijven, én een website met meer dan één pijler kan bouwen. Ben ik zomaar terug bij mijn oorspronkelijke plan: teksten schrijven en social media campagnes opzetten.

Het leven kan zo simpel zijn. Als je maar even je gedachten op papier zet. Bij je plan blijft. Dááág, dilemma.

Vrijwilligerswerk

She van Shes Changing LanesEind juni heb ik mij bij de vakbond aangemeld voor vrijwilligerswerk, en wel als loopbaanconsulent. De loopbaanconsulent is er speciaal voor leden die (gevoelsmatig) toe zijn aan een andere loopbaan, ongeacht de oorzaak. Mensen zoals ik dus. De loopbaanconsulent doet geen testjes, geeft geen dwingend advies, gaat niet op de stoel van de vraagsteller zitten. De loopbaanconsulent gaat het gesprek aan, luistert, stelt (indringende) vragen en attendeert de vraagsteller op mogelijkheden om zijn/haar vraag te concretiseren. Het moge duidelijk zijn waarom ik mij juist tot deze functie aangetrokken voel.

Je tot iets aangetrokken voelen, en iets kunnen, zijn twee verschillende dingen. Vandaar dat ik een keertje mee mocht lopen met twee ervaren loopbaanconsulenten. Het doel van het meelopen is tweeledig. Ik kan beoordelen of het mij wat lijkt en, minstens zo belangrijk, de ervaren consulenten kunnen een inschatting maken of ik geschikt ben voor dit werk.

Gisteren wat het zo ver. Ik mocht mij bij het vakbondshuis  in Weert melden. Er stonden twee gesprekken op de planning. Eentje om 19:00 uur en het tweede om 20:00 uur. Ik viel met mijn neus in de boter; werd meteen in het diepe gegooid. Normaal gesproken wordt een gesprek, vanuit de gedachten ‘twee weten meer dan één’, door twee consulenten gevoerd. Eén van de consulenten bleek op het laatste moment niet in de gelegenheid om bij de gesprekken aanwezig te zijn. ‘Luister goed, en mocht je vragen hebben, schroom niet om die te stellen,’ zei de nu eenzame consulent. Dat deed ik.

Het werden twee heel verschillende, zeer intensieve uren. Ondanks dat voelde ik  mij als een vis in het water. Na afloop van het tweede gesprek zei de kandidaat tegen mij, ‘Als je het niet gezegd had, had ik niet geweten dat jij nog geen echte consulent bent,’ Dat geeft de burger moed. Toen ook de consulent aangaf blij te zijn met mijn aanwezigheid en zinnige bijdragen, en positief zou adviseren, ging ik enigszins stuiterend naar huis. De eerste horde is genomen. Nu is het even afwachten totdat ik van de vakbond te horen krijg wanneer de tweede horde, het volgen van een opleiding, gepland staat. Aangezien zich meer mensen aangemeld hebben om vrijwilliger te worden, en iedereen een keertje mee moet lopen, kan dit nog wel even gaan duren. Ik zeg maar zo, wat in het vat zit, verzuurt niet.

Nee, het is geen betaald werk, het valt niet eens in de categorie ‘iets totaal anders’, maar dat geeft niks. Het idee dat ik op deze wijze mensen, die met de voor mij zo bekende vraagstukken worstelen, (een beetje) kan helpen, stemt mij blij. Bovendien houdt het mij 12 avonden per jaar van de straat. Wat wil een mens nog meer?