De oordopjes sprongen van links..

Al stofzuigend valt mijn oog op de kast bij de balkondeur. De plek waar Zoon meestal zijn shagje draait. Er heeft zich nogal wat shag op de kast verzameld. Ik haal de mond van de stofzuiger en zuig de shag op. Tikketikketikketik.  Tot mijn schrik zie ik Zoon’s oordopjes in de slang verdwijnen. Ik kan nog net het een oortje grijpen. Onnozel sta ik daar. In mijn ene hand een oortje, in de andere hand de slang van de stofzuiger.

‘Stofzuiger uitzetten, MUTS!’, gillen de dames She, Myself & I.

Mijn hoop dat de stofzuiger uitzetten voldoende is om de oortjes te redden blijkt ongegrond. Ik moet de halve slang slopen, maar het is voor een goed doel. Ik leg de oortjes terug op de kast en zet de slang weer in elkaar.

Dan stuur ik een appje naar Zoon, die aan het werk is.

oeps_1

Zo’n berichtje vraagt om verheldering.

oeps_2

Enfin. Eenmaal thuis van zijn werk werden de dopjes meteen getest.

Ze doen het nog gewoon. Pjiew. Dat Chinese spul blijkt nog best wat te te kunnen hebben. Bijkomend voordeel: de oortjes zijn stofvrij. 😉

Wij zijn van start

fnvDeze maand is het FNV gestart met het, voor de leden, door de leden, aanbieden van Loopbaanadvies op locatie Venlo. Dat betekent voor de leden uit deze regio dat zij voor deze service niet meer naar Weert, Eindhoven, NIjmegen, Maastricht, of nog verder weg, hoeven te gaan.

Voorlopig openen wij twee avonden per maand de deuren van het vakbondshuis te Venlo. De tweede maandag en de vierde donderdag van de maand. Met twee gesprekken per avond, kunnen we vier leden per maand te woord staan. Een mooi begin, lijkt ons.

Tot onze blijdschap, maar toch ook wel een beetje tot onze verbazing, waren de eerste twee spreekuren, die van maandag 14 januari, binnen een dag geboekt. Een teken dat de vraag naar deze service onder de leden groot is.

Eigenlijk zou ik pas in februari voor het eerst ‘dienst’ hebben, maar door een verschuiving in het rooster, mocht ik gisteren, samen met een collega consulent de aftrap doen. Nu is niet alleen de service nieuw voor regio Venlo, voor ons consulenten was ook het gebouw redelijk onbekend. Zo ontvingen wij vrijdag per post de pas waarmee wij het gebouw binnen kunnen. Daarnaast kregen wij een mail met instructies omtrent verwarming en het openen van de voordeur. Dat laatste bleek nog niet zo simpel, maar wij zijn er uitgekomen.

Halverwege het eerste gesprek werden wij even opgeschrikt door voetstappen. De lampen in het deel van het gebouw sprongen aan wat betekende dat er iemand onze kant op kwam. Ik ging even polshoogte nemen. Het bleek de schoonmaakster te zijn. Die zelf verbaasd was dat wij er waren, ‘want dat had niemand doorgegeven.’ Enfin, dankzij haar weten mijn collega en ik nu iets meer over het instellen van de binnenbel bij de voordeur, en weet zij dat er naast de vaste spreekuren, nog meer activiteiten in het gebouw ontplooit worden.

De twee (spreek)uren vlogen om. De verhalen die we te horen kregen, bleken niet uniek. Toch hebben wij beide klanten, in het uurtje wat er voor een gesprek staat, naar hun tevredenheid kunnen helpen. Een luisterend oor, wat (ervaringsdeskundige) uitleg over hoe bepaalde trajecten lopen, meedenken over mogelijke oplossingen om beren op de weg te omzeilen, bleek voldoende te zijn om dit positieve resultaat te behalen. Daarmee konden wij met een goed gevoel, tegen de klok van negenen, de deur achter ons in het slot laten vallen en huiswaarts keren. Missie volbracht!

Zijn wij magisch?

Toet_yogaDrie paar kraaloogjes kijken mij aan, wanneer Toet deze vraag stelt. ‘Ik vermoed dat jullie anders zijn dan de meeste knuffels, maar zeker weten doe ik dat niet,’ antwoord ik aarzelend. ‘Wat is dan anders?’ Ik kijk Toet aan. ’Ik vermoed dat niet iedereen dit soort gesprekken met de huisknuffels heeft,’ mompel ik. ‘En volgens mij beleven de meeste knuffels ook geen avonturen.’ Toet’s bek valt van pure verbazing open. ‘Geen gesprekken, geen avonturen. Wat doen die knuffels dan de hele dag?

‘Moeltje, wat deed jij voordat jij ons vriendje werd?’

Het kleine beertje denkt even diep na. ‘Ai denk det aik lay te leggen de hele dag. When Zoon found me terug, ai lay al a longe tijd on top of de kast.  Det is wai ai was zo stoffig, weet joe nog?’ Toet en Rozi knikken. De ‘redding‘ van Moeltje staat in hun geheugen gegrift. ‘Ai weet det ai went everywhere with Zoon, but ai kan mai niet herinner det ai had a stem, mai own free will. Els hai mai not meenam, ai was gewoon laying around’

‘Ik denk dat Moeltje gelijk heeft en dat de meeste knuffels gewoon maar wat rondslingeren. Dat maakt jullie dus uniek.’ Trots grijnzend kijken de drie mij aan. ‘Uniek hé!’, zegt Toet, om dan te vragen, ‘Maar hoe zit het dan met Winnie de Poeh, Knorretje, Teigetje, Knijn, Meneer Uil, Kanga, Roo? Met Paddington?’ ‘Magisch,’ antwoord ik, ‘Net als jullie.’ ‘Ja, en net als die hap snap klap krokodil uit de bus,’ piept Rozi. ‘Die had bijna mijn slurfje te pakken.’  Ik knik, net als die krokodil.

‘Gelukkig kannen wij wel spelen,’ piept Rozi, en laat zich van de bank glijden.

Toet_zonnenbadenToet glijdt achter hem aan. Alleen Moeltje blijft nog heel even zitten. ‘And how ‘bout de toesleg for magic stuffed animals. Besteed det really?’ ‘Gelukkig niet,’ antwoord ik hem, ‘Die toeslag, die heb ik zelf bedacht. Dichterlijke vrijheid noemen ze dat.’ Dan is ook Moeltje gerustgesteld en voegt zich bij zijn vriendjes.

Binnen vijf minuten krijg ik bijna een bal tegen mijn hoofd en vraag mij af, waarom heb ik geen knuffels die gewoon de hele dag leggen te liggen.

Een gezellige avond ..

HeaderAfgelopen vrijdag ging ik uit eten met mijn voormalig kantoorgenoten. Twee van ons zijn niet meer in dienst bij de eigenaar van dat kantoor. De andere drie praten over de veranderingen die de laatste maanden zijn doorgevoerd. Over de frisse wind. Over her- en erkenning van soms de onmogelijke situatie waarin wij hebben verkeerd. Het klinkt positief. Het klinkt goed. Het maakt dat ik even twijfel of ik er aan het begin van 2018 wel goed aan heb gedaan de stappen te zetten die ik heb gezet. Eén van de aanwezigen verwoordt mijn twijfel net even anders. ‘Ik vind nog steeds dat ze Rianne niet op deze manier hadden mogen laten gaan.’

Ik realiseer mij dat iets meer tegengas na het bekendmaken van mijn plan, wel prettig was geweest, en zeg dit ook. ‘Maar,’ voeg ik er aan toe, ‘Ik weet niet of dat toen had geholpen. Ik waag het te betwijfelen, gezien de staat waarin ik verkeerde’.

Wanneer ik aan het eind van een supergezellige, zeker voor herhaling vatbare avond, naar huis wandel besef ik hoe al het denkwerk van de afgelopen vijf maanden mij heeft laten inzien, wat ik allemaal wél leuk vond in al mijn vorige baantjes, en wat niet. Ik weet nu veel beter wat ik zoek in een baan. Weet waar ik goed in ben, weet waar mijn hart sneller van gaat kloppen. Weet waar ik op afgeknapt ben in mijn laatste baan.

Het allerbelangrijkste is, dat ik zonder deze periode van relatieve rust, die inzichten nooit had gekregen en altijd last zou hebben gehouden van het ‘wat als’ stemmetje. Ik weet nu waar ik op af ben geknapt. Heb dat een plaatsje gegeven. Mijn eigen aandeel (h)erkent. Ik kan omkijken zonder rancune, waardoor ik nu de energie heb om met een frisse blik naar de toekomst te kijken. Met nog twaalf werkzame jaren voor de boeg, is dat een enorm pluspunt.

Duurzaam sokkenbeleid

toet_verwarmingIk ben opgegroeid met gestopte sokken en maillots en had daar een gruwelijke hekel aan. Dan zat er ineens zo’n dikke bobbel in de buurt van je kleine teentje die je toch al wat krappe schoen nog krapper maakte. Het was een ware vreugde toen mijn moeder stopte met het stoppen van sokken. Niet voor het milieu, maar daar stonden wij toen nog niet bij stil. Kapotte sokken verdween in het schoenpoetsmandje, was het mandje vol, werden de sokken weggegooid.

Het schoenpoetsmandje van mijn ouders staat tegenwoordig bij mij. Zonder schoenpoets, borstel en zonder kapotte sokken. Ik poets namelijk geen schoenen en kwak kapotte sokken meteen weg. Fout, ik weet het.

Gelukkig compenseert the apple of my eye mijn te snel een sok opgeven gedraag volledig. Hij heeft sokken, die verdienen die term niet eens. Dat zijn gaten met wat draadjes er omheen. Tot vorige week. Ik kocht twee paar nieuwe geitenwollen sokken voor hem, en bekeek de inhoud van zijn sokkenbak eens goed. Tien losse sokken verdiende de term sok niet meer en verdwenen in de vuilniszak. De overgebleven sokken heb ik in paren verdeeld. Een deel van die paren bestaan uit sokken die echt bij elkaar horen. De rest van de paren, ongeveer 30%, bestaat uit sokken die vaag op elkaar lijken. Bleven er nog een stuk of zes sokken over die in niets op elkaar leken.

Die had ik weg kunnen doen, maar deed dat niet. Ik ken mijn kind en zijn manier van was verzamelen.  Daarbij: de eerste sokken die hij na mijn actie aantrok, waren die zes unieke exemplaren. Want dat ziet toch niemand.  Heel fijn, zo’n houding.

Vandaag heb ik de witte was, inclusief zijn sokken, gedaan. Die heb ik voor de gein paarsgewijs opgehangen. Tot mijn vreugde is het aantal unieke sokken al teruggebracht naar vier. En hangen er geen zeven maar elf paar sokken te drogen. Ik vermoed dat hij nog een voorraadje onder zijn bed heeft gevonden. Met een beetje geluk komen die laatste vier sokken ook nog boven water. Zo niet, verslijt hij ze toch wel. 😉