Toet & Co

Toet&Co: Ik kan jullie niet mi-hissen..

Het is vreemd stil die zondagochtend. De twee kleinste knuffels hangen warm aangekleed boven de verwarming. Van Toet ontbreekt elk spoor. ‘Weten jullie waar Toet is?’ vraag ik. ‘Nee,’ piept Rozi. ‘Ai wil het not weten,’ zegt het kleine beertje. Het lijkt erop dat Toet dit keer echt te ver is gegaan. Op hoop van zegen dat de heren elkaar later op de dag de tent niet uitvechten, vertrek ik naar De Greune Mért.

Wanneer de stand is opgebouwd heb ik tijd om te ontbijten. Ik neem het zakje brood uit mijn tas en zie dat ik een halve boterham mis. Alleen de korstjes zitten nog in het zakje. Ik maak mijn tas helemaal open, en twee kraaloogjes kijken mij verdrietig aan. ‘De kleintjes zijn echt boos op mij,’ fluistert Toet. ‘Ik dacht, laat ik hen vandaag maar niet voor de voeten lopen. En levensloopbestendig klinkt naar iets waar ik als Cliniclown muisje wel wat mee kan.’

Toet naar huis brengen is geen optie. Hem alleen naar huis laten gaan ook niet. ‘Je mag blijven’, zeg ik streng, ‘Maar je valt niemand lastig!’ Toet knikt deemoedig. Zo is-ie anders nooit, en ik denk er het mijne van.

Maar de kleine muis houdt woord. Wanneer er nog geen mensen zijn inspecteerd hij de rollators, rolstoelen en het parcours en stelt wat vragen aan de aanwezige MKB-ers en ergotherapeutes. Daarna is hij muisstil, al zie ik hem vanuit mijn ooghoek zo af en toe rondwandelen. In de schaduw, achter de banners, tussen de tassen door.

Zelfs onderweg naar huis heeft hij weinig te missen. Met een bedrukt snuitje zit hij op de achterbank. Zo af en toe veegt hij een traantje van zijn wang. ‘Wat is er jongen?’ vraag ik. Toet geeft geen antwoord. Eenmaal thuis rent hij voor mij uit naar de voordeur en springt ongeduldig op en neer wanneer ik deur open maak. Dan rent hij naar binnen, en valt zijn vriendjes snikkend om de nek. ‘Jullie moeten niet meer boos op mij zijn,’ brult hij, ‘Ik kan jullie niet missen. Ik zal niet meer zo’n domme dingen zeggen. Echt niet.’ De twee kleintjes kijken hem sceptisch aan. Dan begint Toet te vertellen…

‘Ik was met haar mee naar dat Levensloopbestendige gedoe en daar heb ik heel veel gesprekken gehoord en sommige waren zo verdrietig. Er was een oud mensje, dat haar hele leven in een klein dorpje heeft gewoond en toen haar benen ineens te moe waren om nog trap te kunnen lopen, zijn zij en haar menerenmens heel snel naar een ander dorp verhuisd, naar een semitorencomplex. We kennen hier niemand, zei het mensje, en het ergste is, de mensen die ons huis hebben gekocht hebben het levensloopbestendig laten verbouwen. Als wij dat hadden gedaan, hadden wij gewoon in het dorp kunnen blijven. Bij onze kinderen en kleinkindern. Bij onze vrienden. Alleen, toen ik de trap niet meer opkon, was het te laat om nog aan verbouwen te denken.

Het muisje is even stil.

‘Dan was er een andere mevrouw, die vertelde dat zij twintig jaar geleden naar een woning waren verhuisd waar zij, volgens de aannemert, de rest van hun leven konden blijven wonen, omdat de woning geschikt was voor de ouder wordende mens,’ vervolgt hij zijn verhaal. Maar toen haar meneer in een rolstoel terecht kwam, bleken de deuren te smal om met een rolstoel doorheen te komen. Dus moesten zij weer verhuizen. Alleen is er in hun dorp geen geschikte woning te vinden. In een ander dorp wel, maar voor die huizen is een wachtlijst van wel vijf jaar. Nu woont die meneer in een soort ziekenhuis, waar die mevrouw niet mag wonen. Na zestig jaar huwelijk wonen zij nu apart. Da’s toch zielig.’

‘En toen dacht ik, die mensjes zijn zo eenzaam, en die hebben alles en iedereen achter moeten laten en kunnen niet meer terug terwijl ik gewoon bij mijn vriendjes kan zijn maar ruzie met ze maak omdet ik un big head heb en altijd alles beter denk te weten. En ik kan jullie niet mi-hissen!’ Luidruchtig snuit hij zijn neus. Rozi en Moeltje kijken elkaar even aan. Heel even maar. Dan vliegen zij op Toet af en geven hem een olifantenberenknuffel waar je u tegen zegt. Gelukkig. De rust is weder gekeerd.

~~~~~~~~~**********~~~~~~~~

Voor de nieuwe lezers: Toet is een Cliniclown-muisje met een eigen willetje, Rozi, Rozifantje voluit, is een creatie van Appelig (en daarmee one-of-a-kind) en Moeltje is en Amerikaanse bruine (beany) beer, die lang geleden in het koffertje van Zoon mee naar Nederland is gekomen. Hij verblijft hier min of meer illegaal.

8 gedachten over “Toet&Co: Ik kan jullie niet mi-hissen..”

Reacties zijn welkom, dus roept u maar...

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.