Geplaatst in Changing Lanes

Zoveel mensen, zoveel manieren

Keurig op tijd wandel ik de bibliotheek van Panningen in voor een Ontmoetingsochtend voor werkzoekenden. Deze keer komt een recruiter van een grote onderwijsinstelling in de regio iets vertellen over haar organisatie in het algemeen, en de wijze van vacature invulling in het bijzonder. Verder zal aandacht besteed worden aan de vragen: waar moeten een goed CV en een goede motivatiebrief aan voldoen.

Na een korte introductie vraagt zij ons wat wij verwachten dat deze ochtend ons brengt. Naast het bekende geen verwachtingen en handvatten voor het maken van een goed CV en/of het schrijven van een goede brief springt inzicht krijgen in de werkwijze van een recruiter in het oog. Al snel is duidelijk dat een aantal aanwezige slechte tot zeer slechte ervaringen met recruiters hebben.

Onze gastspreekster laat zich door deze negatieve sentimenten niet uit het veld slaan. Vertelt haar verhaal. Over de organisatie, het soort vacatures dat de organisatie heeft en de mogelijkheden tot zij instromen in het onderwijs. Hoe zij CV’s beoordeelt. Waar een goed CV in haar ogen aan moet voldoen. Legt het belang van een motivatiebrief uit, en waar zij bij het lezen van een motivatiebrief op let. Als laatste verteld zij over haar zoekproces naar mogelijk geschikte kandidaten via LinkedIn, en dat haar rol, als recruiter in dienst van de betreffende werkgever, anders is dan de rol van een recruiter bij een detacherings-, werving & selectie- of uitzendbureau.

Tijdens haar presentatie benadrukt zij meerdere keren dat dit haar werkwijze is. Dat zij weet dat er teammanagers binnen haar organisatie zijn die wel alleen het CV scannen en totaal niet naar de brief kijken. Dat dat elders niet anders zal zijn. Dat het wat haar betreft geen pré is alvorens te solliciteren eerst te bellen om (zogenaamd) wat vragen te stellen, al weet zij dat er teammanagers zijn die daar wel naar kijken.

Ik vind haar verfrissend. Buiten een paar kleine, in mijn ogen logische, moetjes met betrekking tot CV (gestructureerd), brief (zorg voor een aanhef en een motivatie!) en sollicitatie (die moet niet als een tang op een varken slaan (mijn woorden)) maakt zij ons, in ieder geval mij, duidelijk dat er niet slechts één set regels is waaraan je als sollicitant moet voldoen.

Dat ben ik anders gewend. De afgelopen maanden heb ik zoveel, vaak tegenstrijdige adviezen (verplichtingen), met betrekking tot solliciteren voorbij zien komen, dat ik er turreluurs van ben geworden.

Altijd bellen met een (fictieve) vraag, alleen bellen als je een echte vraag hebt, niet bellen om een vraag te stellen want dat komt dom over. Je CV moet strak en gestructureerd zijn. Nee, je CV moet kleurrijk zijn, origineel en in het oog springend. Je moet per functie puntsgewijs je ervaring opsommen, ook als het betekent dat je dan een CV van vijf kantjes krijgt. Nee, je CV moet zo kort en beknopt zijn. Maximaal twee pagina’s. Je opgedane werkervaring moet je toelichten in je brief. Wat weer haaks staat op het advies eerdere werkervaring niet te vermelden in je brief omdat dat al op je CV staat.

Al die verschillende adviezen maakt dat een mens wel eens aan zichzelf gaat twijfelen. Ik in ieder geval wel. Dankzij deze recruiter weet ik dat ik gewoon door moet gaan op de door mij ingeslagen weg.

Ik bel dus niet om te bellen, houd mijn CV gestructureerd in twee kolommen en maak er geen stroomschema van om op te vallen en bovenal blijf ik, daar waar ik vermoed dat het nodig is, mijn recente werkervaring toelichten in de begeleidende brief. Omdat dat mijn manier is. Omdat er niet een juiste manier is om te solliciteren. Omdat ik van te voren niet weet op basis van welke criteria mijn CV en mijn brief beoordeeld gaan worden.

Het moge duidelijk zijn: het was wat mij betreft weer een nuttige ochtend.

Geplaatst in Persoonlijk

Drie bij vier millimeter

Soms zijn oorzaak en gevolg compleet onduidelijk. Mijn gebrek aan fietsconditie is zo’n situatie. Ooit fietste ik namelijk met gemak 100 kilometer op een dag. En ja, ik snap dat wanneer je een paar jaar niet meer fietst, dit je fietsconditie en -vaardigheid niet ten goede komt, maar toch. De grote vraag is: Wiebel ik bij gebrek aan fietsconditie? Of heb ik geen fietsconditie omdat ik wiebelig fiets?

Toen brak er donderdag een stukje composiet van mijn voortand af. Composiet ja. Veertien jaar geleden heb ik een ongelukje met een (geleende, voor mij iets te hoge) fiets gehad. Ik remde te stevig, het voorwiel blokkeerde, ik kon niet met mijn voeten aan de grond en werd gelanceerd. Het resultaat: Twee gekneusde knieën, een gekneusde oogkas en een beschadigde tand.

In de wetenschap dat het veel slechter had kunnen aflopen grapte ik mijn vliegles ging prima, ik had alleen wat moeite met landen. Mijn verwondingen heelden, ik fietste nog net zo goed als voorheen, en mijn vliegles raakte op de achtergrond. Verdween van de radar, zogezegd.

Zes jaar later kocht ik een nieuwe fiets. Een roze Batavus, genaamd flying D. Ik vond de naam wel grappig. Het bleek een heerlijke fiets. Wel één met een hoog frame, waardoor het zadel op de laagste stand moest staan. Wat de fietsenmaker braaf deed.

Een week of wat geleden zou ik met Vriendin gaan fietsen. In afwachting van haar komst haalde ik mijn fiets alvast uit de schuur en parkeerde deze in de buurt van de trap. Ik vleide mijn achterwerk op de trap en staarde naar mijn fiets. Je moet toch wat, nietwaar? Ineens drong het tot mij door dat ik een stukje zadelstang zag. Wel vier centimeter. ‘Volgens mij kan mijn zadel nog een stukje omlaag,’ zei ik tegen Vriendin. ‘Natuurlijk kan dat,’ zei zij en wij vertrokken.

Eigenlijk ging het fietsen die dag best goed. Alleen bij het remmen voelde ik mij wat angstig. En begreep dat niet. Nu, dankzij een stukje composiet van drie bij vier millimeter wat herinneringen terug bracht aan die ene nacht, wel.

 

Geplaatst in Persoonlijk

Met een boterham kaas was dit vast niet gebeurd…

Eerder schreef ik al over mijn challenge om dertig dagen lang niet te snaaien en te schransen in de hoop dat na die 30 dagen niet snaaien en schranzen een goede gewoonte was geworden. Of in ieder geval een gewoonte.

Natuurlijk zou het afleren van een slechte gewoonte beloning genoeg moeten zijn, maar ik ken mijzelf. Als dat namelijk zo was, had ik die slechte gewoonte nooit ontwikkeld. Dus stelde ik mijzelf een beloning in het voorruitzicht. Haalde ik mijn doel, dan mocht ik voor 2020 een Japanse planner aanschaffen.

Rond dag 20 had ik het even moeilijk, en sloeg de twijfel toe. Waren 30 dagen wel voldoende om het automatisme wat snaaien en schranzen tot gevolg had, af te leren? Omdat met name tussen de maaltijden door de boterhammen met kaas nog wel eens lonkten, dacht ik van niet, en verlengde de termijn naar 50 dagen. Als stok achter de deur deelde ik mijn voornemen met het internet. Jullie dus.

Dag 30 kwam en ging zonder problemen op te leveren. Op dag 31 had ik even een baalmomentje. In plaats van klaar te zijn met de challenge, was ik nog maar net over de helft. Op zich wel bijzonder. Tenslotte was ik de challenge begonnen om een nieuwe gewoonte te kweken. For ever and ever dus. Zelfs als de challenge al na 30 dagen was afgelopen, had ik op dag 31 ook niet mogen snaaien.

Ondertussen zit ik op dag 40 en is het niet snaaien en schranzen een tweede natuur geworden. Natuurlijk heb ik tussen de maaltijden door nog wel eens trek in iets, maar dan pak ik gewoon een stukje fruit. Zoals vandaag (donderdag).

Ik nam een grote hap uit een perzik, mijn voortand raakte de pit, en er brak een stukje tand af. Beter gezegd, een stukje composiet wat daar sinds 2005 zit om de schade aan mijn voortand, veroorzaakt door een ongelukkige val van mijn fiets, te verbloemen.

Terwijl ik dacht, met een boterham met kaas was me dit niet gebeurd, pakte ik de telefoon en belde de tandarts. Tegen de tijd dat dit blog online komt, hang ik ondersteboven in de tandartsstoel. Ik ook altijd met mijn goede ideeën…