Protocol

Ik slik al jaren dicloflenac. In de dosering 12,5 mg voor de meeste mensen beter bekend als Voltaren K. Onder andere voor spier- en gewrichtspijn. Een jaartje of vijf geleden had ik aan 12,5 mg per dag niet genoeg. Verre van. Ik zat met enige regelmaat op een maximale dagdosering van 150 mg per dag. 12 pilletjes. Bijna een doosje per dag. 

Tot mijn grote vreugde hadden ze bij mijn apotheek ook verpakkingen met pilletjes van 25 mg. Dat scheelde op slechte dagen 6 pilletjes per dag. Op een dag zei de apothekersassistente, ‘Waarom vraag je dit medicijn niet aan je huisarts. Dan krijg je het vergoed van je zorgverzekeraar.’ 

De huisarts keek eerst even zuinig, maar in de wetenschap dat ik a) de moord stikte van de pijn, b) paracetamol weinig tot niets voor mij doet en c) ik niet tegen opiaten kan, ging hij overstag en schreef diclofenac voor. Pilletjes van 50 mg, 1 tot 3 maal per dag.

De maximale dosering die de apotheek meegeeft is 90 pillen. Ooit stond ik elke maand met een herhaalrecept bij hen op de stoep. Met de laatste batch heb ik 6 maanden gedaan. Inderdaad, het gaah goeh meh mai

Donderdag fietste ik naar de apotheek om een nieuwe voorraad te halen. Tot mijn vreugde zag ik, dat zij nog steeds de 25mg versie in de vrije verkoop hadden. Ik pakte daar ook een doosje van. Er zijn dagen, dan is 50 mg niet nodig, maar niks te weinig is. Zoals momenteel.

‘Die mag ik u niet meegeven, zonder het protocol met u door te nemen,’ zei de kersvers afgestudeerde apothekersassistente. ‘Doe ik dat niet, dan krijg ik op mijn donder,’ voegde zij er vertrouwelijk aan toe. Dat wil ik niet op mijn geweten hebben, dus het protocol werd gestart. 

Via de aard van de klachten en is paracetamol geen betere optie kwamen we uit bij slikt u NSAIDs. Euh ja, dicloflenac. In een hogere dosering. Er verscheen een vette melding op het scherm. De medicijnen mogen niet worden verstrekt. 

Daaronder stond, in gewoon lettertype, Wil de cliënt de medicijnen toch hebben? Klik hier en ga verder. Met een schichtige blik naar het kantoor klikte zij op Ga verder. ‘De apotheker gaat nu boos op je worden?’ vroeg ik. Ze knikte en zei, ’Kunt u de pillen niet gewoon splitsen. Dan heeft u ook 25 mg. Het schaap keek zo benauwd dat ik zei dat ik dan even een splitter moest pakken. ‘Die krijgt u er gratis bij,’ zei zij opgelucht, klikte op Medicijnen niet verstrekt aan cliënt en vloog naar de kast om een pillensnijder te halen. 

Thuis las ik op het doosje van de pillensnijder, niet gebruiken voor pillen met een glad omhulsel. Drie keer raden …. Maar ik heb ‘em toch gebruikt. Bij mij kijkt er geen strenge apotheker over de schouder mee. Het huidige weertype is, net als vochtig weer, nu eenmaal killing. Maar 25, 24 of 26 mg per dag is meer dan voldoende. 

En de volgende keer dat ik nieuwe pillen nodig heb, bel ik wel even met de assistente van de huisarts in plaats van een herhaalrecept aan te vragen. Kan ik er gewoon 25 mg van maken. Vindt de huisarts vast ook prettiger. Die is niet zo van het pillen voorschrijven.

 

 

Praktische oplossing

De kunststof balkondeur met zes veiligheidsklemmen, heeft de neiging te klemmen. Met name wanneer de temperatuur op het balkon oploopt naar boven de 30 graden. Zit de deur dicht, gaat-ie niet meer open. Staat de deur open, gaat-ie niet meer dicht. In beide gevallen is het wachten tot de temperatuur wat gezakt is. Je leert er mee leven, al betekent het wel dat ik soms wat laat naar bed ga. Of op de bank, bij de open deur, slaap.

Het nieuws, dat de Vereniging van Eigenaren, het vervangen van ramen en balkondeur voor 2020-2021 op de agenda heeft gezet, is door mij enthousiast ontvangen. Maar ja, het is nu 2019 en er is een soortement van hittegolf aan de hand. Om half 11 wilde ik naar bed. De deur ging niet dicht. In de hoop dat het weldra zou gaan afkoelen, ging ik nog even youtube filmpjes kijken op het balkon. Om twaalf uur kwam mij dat de neus uit. Ik wilde naar bed.

Alleen wilde de deur nog niet dicht. Ik stuurde een appje naar Zoon, die deze week nachtdienst heeft, met het verzoek de balkondeur bij thuiskomst dicht te doen. En om zachtjes te doen, omdat ik de deur naar mijn slaapkamer open had staan. Als een soort veiligheidsmaatregel. Ik voegde er aan toe dat ik, mocht ik gedurende de nacht een keertje wakker worden, het zelf ook zou proberen. 

Tegen vier uur kreeg ik de deur dicht, iets na zes uur gooide ik hem weer open. Zoon lag net in bed. 

Hoewel het woensdag niet zo heel warm zou worden deed ik de deur toch dicht toen ik richting Brabant vertrok. Nu lukt het nog, dacht ik, en anders zit Zoon er straks misschien wel mee te kijken. Niet dat ik van plan was lang weg te blijven, maar je weet het maar nooit met mij. Daarbij is Zoon wat minder van de open deuren. 

Toch heeft hij de deur open gezet. En bleek het in Limburg een stuk warmer dan in Brabant, waar ik zat. Want toen hij naar zijn werk wilde gaan, ging de deur niet meer dicht. 

Zoon is iets technischer ingesteld dan ik, en van de praktische oplossingen. Hij zag meteen op welk van de veiligheidsklemmen het spaak liep. Een actie met een kruiskopschroevendraaier verder, was het probleem opgelost en kreeg ik een appje. Deur sluit weer. Datgene wat dwars zat verwijder. Ligt nu op de kast

Ik las dat appje pas, toen ik alweer thuis was, en tot mijn stomme verbazing de deur zo kon openen. Ik keek op de kast, en zag een klem kliggen. Even dacht ik, dat is niet handig en veilig, zo’n klem verwijderen, maar toen dacht het duiveltje in mij, maar wel veiliger dan de deur open laten staan. Daar heeft dat duiveltje gelijk in. 

Toch meende ik een opmerking over veiligheid tegen Zoon te moeten maken. ‘Zolang die, die en die nog gewoon op hun plaats zitten, kan er niets gebeuren’, was zijn reactie. 

Toch weer een hele geruststelling.  Fijn hoor. Zo’n praktisch en technisch kind in huis. 

Werfzeep shampoo: mijn ervaring

Als huppelfrutje baalde ik van het feit dat mijn moeder vond dat eenmaal per week haren wassen meer dan voldoende was. Ik kon praten als brugman, blijven volhouden dat het er na drie dagen echt niet meer uitzag, vaker wassen was uit den boze. Daar wordt het maar vettig van, was haar standaard reactie.

Volgens mij kon dat niet, en vanaf het moment dat ik begon te puberen, en mijn haar vaker waste, bleek ma gelijk te hebben. Wat ik natuurlijk niet toegaf, maar mijn haar gewoon nog wat vaker wastte. 

In 1984 werd ik gegrepen door het punkvirus. Ik was zo weer genezen. Men, wat een werk was dat. Elke dag je haar in van die stevige stekels touperen, volspuiten met lak. Elke dag ja, want de volgende morgen was er geen doorkomen aan, en zag het er vies en vettig uit. Twee weken heeft die bevlieging geduurd. Wat bleef was dat ene, geblondeerde staartje in mijn nek, en mijn geblondeerde kuif.

20000822 dreadsIn 2000 besloot ik dat ik dreadlocks wilde hebben. Na een dagje kapper (ik had iets te weinig haar voor wat ik wilde) zag ik er ineens heel anders uit. Mijn haren-was-routine veranderde. Van drie maal per week naar eenmaal per twee weken. En dan geen shampoo gebruiken, maar spoelen met azijnwater. Gewend als ik was, met mijn hoofd iets achterover gebogen de zeep uit te spoelen, deed ik dat ook met de dreadlocks. Ik eindigde bijna in het ziekenhuis. Het kunsthaar zoog zich vol water, werd loeizwaar, en ik viel bijkans achterover, zo de badkamer uit. Ik werd gered door het feit dat de badkamer zo klein was, dat bewegen nauwelijks kon, laat staan vallen.

De laatste keer dat ik dreads heb gehad (die neppers bleven maar 3 maanden zitten, de echte heb ik tot driemaal toe na dik een jaar toch maar weer laten verwijderen, de laatste keer vanwege dusdanig zware haaruitval dat sommige dreads nog slechts aan een paar haartjes hingen) gebruikte ik een shampoo bar om mijn haren mee te wassen. Dat spul schuimt niet zo erg, dus uitspoelen is makkelijk(er).

Omdat mijn dreads eerder weg waren dan de shampoo op was, heb ik dat stuk zeep gewoon opgemaakt. Dat voelde goed. Niet alleen voor mijn haar, maar ook voor het milieu. Een gemiddeld blok shampoo gaat al snel zes maanden mee. Dat scheelt enorm aan verpakkingsmateriaal. Bovendien maakte het dat mijn haar, van dat melkboerenhondenspul, beter hanteerbaar was. Toen het blok eenmaal op was, heb ik een tijdje het gewone stuk zeep (eentje van Meneer Hooij) gebruikt, maar het resultaat was wat minder. 

Ondertussen was ik om de een of andere reden Werfzeep op Instagram gaan volgen. Buiten biologische, handgemaakte zeep, maken zij ook shampoo bars. In april heb ik zo’n stuk shampoo (er zitten er twee in een doos) besteld. Ik zat toen, omdat de Hooij zeep niet echt geschikt was als shampoo, op om de dag mijn haar wassen. In eerste instantie leek mijn Werfzeep shampoo daar geen verandering in te brengen, en ik zag ook niet dat mijn haar beter ging zitten.

Tot een week of twee geleden. Mijn haar zat prima, en bleef prima zitten. Uiteindelijk zat er een hele week tussen de laatste twee wasbeurten. Mijn moeder zou zo trots op mij zijn. Net als het milieu.

Alleen jammer dat het momenteel 100 graden is. Daar is geen enkele coupe tegen bestand.