5 minuten regel

In een grijs verleden, toen ik nog een moppie was, hanteerde mijn moeder nog wel eens naald en draad. Tot groot chagrijn van haar en mij werden kapotte sokken en maillots gestopt, en werd lubberend elastiek uit ondergoed vervangen door een nieuw stuk elastiek. Dat die sok, maillots, om over de onderbroek nog maar te zwijgen, daarna voor geen meter meer zat, daar had mijn moeder geen boodschap aan.

Gelukkig had mijn moeder een broertje dood aan naaldwerk, en met het stijgen der welvaart en de komst van discounters als Zeeman en de Wibra waren gestopte sokken en van nieuw elastiek voorzien ondergoed al snel een uitstervend ras in huize Wiebel. Voor de maillots had zij een andere oplossing. Vanaf dat ik een jaar of zeven was kreeg ik alleen nog korte en lange broeken. Een applicatie op een broek zetten ging sneller en was makkelijker dan een maillots stoppen.

Waarom ik het nodig vond om, gezien het fantastische voorbeeld van mijn moeder, ten behoeve van mijn uitzet zo’n enorme kunstof naaidoos van de Curver aan te schaffen, stelt mij nog altijd voor een raadsel. Misschien vanwege de zes maanden dat ik naailes heb gehad.  Wie zal het zeggen?

Maar ik had dus zo’n ding. Vol met klosjes half vergaan garen, kartonnetjes met onderbroeken elastiek en nog wat andere vage handwerkdingessen zoals bias banden van dat strijkspul. Je weet wel, gordijnen omzomen zonder naald en draad, maar met strijkijzer. Ook zo’n vooroorlogs ding waar ik weinig tot niets mee heb.

Naar goed voorbeeld van mijn moeder kwam die naaidoos zelden tot nooit van zijn plekje. Waarom ik dat ding dan toch vijfendertig jaar lang met elke verhuizing weer inpakte en zelfs uitpakte, is mij een raadsel. Kleding met kleine mankementjes vonden hun weg naar de kledingcontainer. Ik weet het. Verspilling en zo.

Sinds ik groener poog te leven, is een klein mankementje geen reden meer om kleding in de kledingcontainer te dumpen. Ik ga met naald en draad aan de slag. Aangezien ik geen naaldwerk talent heb, koos ik in den beginnen nog voor een zwaar afwijkende kleur draad. Vanuit de redenatie dat mensen toch wel zouden zien dat ik niet heel handig dat vestje, of die legging had gerepareerd, liet ik de draad er dik op liggen.

naaispullenOndanks, of misschien wel dankzij, het feit dat die naaidoos sinds een jaar anders dan voor een verhuizing van zijn plekje kwam, heb ik de inhoud een week of twee geleden aan een grondige inspectie onderworpen. Na opruimen van alle zooi, zoals uitgelubberd onderbroeken elastiek op een kartonnetje, bleef er te weinig materiaal over om dat enorme ding te rechtvaardigen. De doos vertrok richting kringloop, het meeste spul richting container, en het restant vond een etage in het grappige doosje wat ik onlangs bij IKEA kocht.

Heb ik wel eens verteld dat ik van de lange inleidingen ben. Nee? Bij deze. Donderdag trok ik aan een loshangend draadje aan mijn zwarte vestje. Het draadje werd langer. Ik was het breiwerk los aan het trekken. Ik schreef voor vrijdag in mijn agenda: vestje repareren.  Meteen daarna dacht ik aan de 5 minuten regel binnen het plannen. Wanneer iets maar hooguit 5 minuten tijd in beslag neemt, plan je het niet in, maar doe je het meteen.

Het resultaat is haast onzichtbaar. Al doende leert men. Of misschien komt het wel omdat ik dit keer een zwarte draad heb gebruikt. Die valt niet op.  😉

Werken in de zorg: zij instromen!

Werkloosheid gedaald, aantal vacatures gestegen!

Het zou zo maar een krantenkop van de afgelopen weken kunnen zijn. Een deel van die openstaande vacatures zijn binnen de zorg te vinden, en dan met name de handjes aan het bed.  Een tekort wat, met de groeiende vergrijzing van Nederland, in de toekomst alleen maar groter  wordt. Om meer mensen richting de zorg te lokken, is eind vorig jaar de landelijke publiekscampagne Ik zorg van start gegaan. De campagne is niet alleen gericht op schoolverlaters maar ook op zij instromers. Zij instromers zijn jij en ik. Mensen die nu niet (meer) binnen de zorg werken, maar daar wel oren naar hebben. Omdat zij geen voldoening uit hun huidige werk halen, of omdat zij werkloos zijn en open staan voor verandering.

Grote vraag is alleen, waar ga je beginnen wanneer je op latere leeftijd, zonder de benodigde papieren, een baan binnen de zorg ambieert.  Hoe stel je vast of de zorg wel iets voor je is? Welke weg moet je bewandelen? Welke opleidingsmogelijkheden zijn er. En, niet onbelangrijk, wah kost dah?

Tijdens de Ontmoetingsochtend voor Werkzoekenden in de bibliotheek van Panningen werd een deel van die vragen beantwoord door een medewerker van Zorg aan zet. Zorg aan zet is een (zorg)overkoepelende organisatie in het Limburgse, die zich inzet voor werken en leren binnen de zorg.

Het eerste deel van de bijeenkomst bestond uit algemene informatie over de verschillende  branches binnen de sector. Denk hierbij aan ziekenhuiszorg, geestelijke gezondheidszorg, Verpleeg- en verzorging / thuiszorg, maar bijvoorbeeld ook jeugdzorg. Aansluitend kwamen de competenties die je nodig hebt om binnen de zorg te werken aan bod, gevolgd door mogelijke redenen waarom mensen wel aan de opleiding beginnen, maar uiteindelijk toch niet binnen de zorg gaan werken.  De redenen zijn heel divers en lopen van onderschatten van de studiebelasting, via de verkeerde doelgroep kiezen naar niet kunnen wennen aan onregelmatige diensten. Om er maar een paar te noemen. Wel iets om voordat je aan een omscholingstraject gaat beginnen bij stil te staan!

Hierna kwamen de verschillende opleidingsniveaus en -mogelijkheden, inclusief benodigde vooropleiding(en) en  een salarisindicatie aan bod. Eigenlijk een beetje een saai verhaal, als ik eerlijk mag zijn. Gelukkig had de gastspreker een deel van de presentatie uitbesteed aan een drietal ervaringsdeskundige. Mensen die op gevorderde tot vergevorderde leeftijd, om voor hen moverende redenen, de overstap naar de zorg hebben gemaakt, en nu in een leer- werktraject zitten.

De eerste gast-gastspreker was een man van 56. Na dertig jaar trouwe dienst ontslagen. Tijdens de gesprekken met de loopbaancoach aangegeven dat hij wel interesse had in medische dingen. Samen zijn zij de mogelijkheden tot (zij)instromen in de zorg gaan onderzoeken. Via een open sollicitatie een werkgever gevonden en aan een opleidingstraject begonnen. Nu lerend voor verzorgende IG (niveau 3) en zodra hij die opleiding heeft afgerond wil hij verder gaan met de opleiding verpleegkundige (niveau 4) omdat met name de medische handelingen hem trekken.  Haalt nu meer voldoening uit zijn werk dan de voorafgaande dertig jaar. Als ware ambassadeur voor zij instromers binnen de zorg spatte het enthousiasme van hem af. Ondanks zijn enthousiasme was hij wel realistisch. Het werk is lichamelijk zwaar. Dat is wel een dingetje. Gelukkig bestaan er hulpmiddelen.

De dames die na hem het woord namen, hadden iets meer moeite met spreken voor een groep, maar waren niet minder enthousiast.  Ik heb dit afgelopen jaar meer voldoening uit mijn werk gehaald dan de afgelopen 20 jaar uit het werk binnen het familiebedrijf. En ja, soms is het zwaar wanneer je acht dagen op rij moet werken, zeker voor het thuisfront, maar voor mij is het het waard, zei de oudste van de twee, die in mijn ogen met haar 36 lentes nog maar een jonkie is. Het bewaken van de werk-privé balans gaat haar steeds beter af. Zo worden er thuis geen rapportages meer gelezen, en is schoolvakantie ook echt vakantie.

Ik ben op mijn zestiende aan de BBL-opleiding verpleegkundige begonnen, vertelde de jongste ambassadeur,  maar in mijn derde jaar gestopt en buiten de zorg gaan werken. Toch heb ik altijd spijt gehad dat ik met de opleiding ben gestopt, en de zorg bleef trekken. Sinds februari van dit jaar ben ik gestart met de opleiding Persoonlijk Begeleider en ben werkzaam bij PSW. Ook zij is blij dat zij de overstap heeft gemaakt.

Ondanks het ietwat saaie begin bleek het dankzij het enthousiasme van de ervaringsdeskundige een welbestede ochtend. Niet dat ik een overstap richting de zorg-zorg overweeg. Ik ken mijn fysieke en emotionele beperkingen. (Ik ben een echte weke toffee.) Wat mij deze ochtend wel (weer) duidelijk is geworden, is dat je nooit te oud bent om je droom te volgen, en dat het ervaren van werkdruk zeer persoonlijk is.

Mocht je na het lezen denken, ik droom al jaren van de zorg,  steek dan je licht eens op omtrent de (on)mogelijkheden van een omscholings of herscholingstraject. Vergeet daarbij de vraag, is de zorg iets voor mij? niet. Woon je in Limburg, kan dit licht opsteken via Zorg aan Zet. Wil je weten welke mogelijkheden en vacatures er binnen de zorg zijn, kijk dan eens op zorgnetLimburg of bezoek een banenmarkt Zorg en Welzijn.

Buiten Limburg ben ik niet bekend met (overkoepelende) zorgorganisaties. Daarom hier de link naar de website Ontdek Zorg en Welzijn. Daar staat alles wat je wilt weten over werken in de zorg  keurig netjes bij elkaar. Je bent tenslotte nooit te oud om te dromen, of om te leren.

Rest mij nog de organisatoren van de Ontmoetingsochtend voor Werkzoekenden te bedanken voor het organiseren. Bij deze: dank jullie wel.

Verkeerd begrepen

aardbeiIneens heeft Rozi belangstelling voor tuinieren. Met gevaar voor eigen leven heeft hij post gevat naast de aardbeienplantjes. Met zijn brede rug houdt hij een cactus op afstand. Daarnaast doet hij zijn best om de aardbeien te laten blozen. Zijn woorden, niet die van mij.

Daar waar Toet weet wanneer zijn zelfopgelegde taak erop zit, als de zaadjes plantjes zijn geworden, en met hun bladeren tegen de kweekbak aan zitten, heeft Rozi wat meer moeite met bepalen wanneer de aardbeien blozend genoeg zijn.  Dus vraagt hij mij dat. Want ook ik houd de aardbeien met argusogen in de gaten. ‘Nog even,’ zei ik zondagochtend, ‘En dan is dat aardbeitje klaar.’

Ik weet het. Één aardbeitje. Nauwelijks de moeite waard. Ik ga er geen beschuit en slagroom voor in huis halen. Maar één is beter dan geen.

Ik loop weer naar binnen en hoor Rozi vragen, ‘Toet, hoe lang duurt even eigenlijk?’ ‘Even, dat is in een vloek en een zucht gebeurd,’ antwoordt de grijze muis vrolijk. ‘&^%$^*^&$%^^*& ^%I&^%^&%& ^*&^*&,’ hoor ik Rozi piepen. Dan zucht hij diep en valt stil. Maar niet voor lang. Genietend smakkend verorbert Rozifantje  mijn aardbei. MIJN AARDBEI!

Gelukkig heb ik geen beschuit en slagroom in huis. Anders had die vloekende veelvraat (van wie heeft hij dat eigenlijk geleerd?) dat ook nog opgevroten.