Midden in de spits

Lang geleden was mijn plan om het werkritme zoveel mogelijk te bewaren. Op tijd naar bed, op tijd opstaan, en de activiteiten op een vast moment inplannen.

Op tijd naar bed gaan bleek lastiger dan gedacht. Ineens bleek ik House leuk te vinden. Het werd winter. Op tijd opstaan voelde als onnozel. Waarom in een koude kamer gaan zitten, als je ook in een warm bed kunt liggen. Over het inplannen van activiteiten op vaste momenten wil ik het verder niet hebben. Ik doe alles wat er moet gebeuren, maar doe dat wel structuurloos. Vaak is het tegen de avond een race tegen de klok.

De laatste weken lukt het op tijd opstaan steeds beter. Op tijd naar bed gaan daardoor ook. Alleen het starten met nuttige dingen doen kwam niet echt van de grond. Best wel frustrerend. Dan ben je om zes uur up and about, komt er tot een uur of twaalf niets noppus nadah uit je handen.

Het werd maandag 15 april. Met een vrijdagse stok achter de deur, en afspraken op dinsdag en woensdag, was mijn to-do lijst langer dan lang. Om half zeven stond ik naast mijn bed. Om kwart voor zeven zat de eerste was in de machine. Om zeven uur lag de zondagse was gevouwen in de kast. Om acht uur was ik klaar met de administratie, en blonk de toilet.  Tijd om te douchen.

Eenmaal klaar met douchen, was het tijd om de boodschappen te gaan doen. Maar eerst tanken. Ik rijd de straat uit, zo de ochtendspits in. Dat was al een tijdje geleden. Enfin, om een lang verhaal kort te maken: tegen twaalven heb ik mijn hele to-do lijst voor maandag klaar en begon ik aan een karweitje wat voor donderdag gepland stond. Aansluitend wandelde ik nog even naar de stad.

En daarna…was het tijd voor een beloning. Een paar uur lezen in de zon. De beste motivatie om deze voortvarendheid vast te houden. 😉 Alleen die spits moet ik zien te vermijden. Stilstaan was, en is nog steeds, geen hobby van mij.