Moeltje to the rescue

Ik hang net lekker op de bank als Toet binnenwandelt. ‘Heb je even tijd?’ vraagt hij. ‘Rozi heeft last van een exi-axis-euh-exen-stelende crisis.’ Ik knik dat ik wel even tijd heb. Tevreden knikkend rent hij weg. Niet voor lang. Binnen een vloek en zucht is hij terug; zijn arm stevig om de schouders van Rozi geslagen, met Moeltje in hun kielzog. 

De Boysz maken het zich gemakkelijk naast mij op de bank. Dan barst Rozi, aan zijn verlopen snuitje te zien, niet voor de eerste keer die dag, in tranen uit. ‘T-t-t-t-tis allemaal j-j-j-jouw schuld,’ snikt hij. ‘Ik z-z-z-zit in een essentiële c-c-c-c-crisis door jouw. Ik w-w-w-w-weet niet meer w-w-w-w-wie ik b-b-b-b-ben. W-w-w-w-wat ik ben. O-o-o-of ik wel b-b-b-besta.’ Beschuldigend snikkend kijkt hij mij aan.

Ik val stil. Snap nog steeds niet wat hem dwars zit. Wil niet de verkeerde woorden gebruiken. Vragend kijk ik Toet aan in de hoop dat die kletskous vertelt wat zijn vriendje dwarszit. Helaas. Uitgerekend vandaag besluit Toet zich stil en discreet op te stellen.

‘Mai kleine elefriend has some issues,’ begint Moeltje. ‘Er b-b-b-b-bestaan geen roze o-o-o-o-olifantjes,’ snikt Rozi. ‘Yes, they do. Der zit one right next to me.’ Ik knik.  ‘Moeltje heeft gelijk. Jij bestaat toch. Bovendien is het voor mensen onmogelijk niet aan roze olifanten te denken. Als roze olifanten niet zouden bestaan, zou dat niet kunnen.’ ‘Zie je wel, ik zei het je toch. Jij bent, dus jij bestaat! Jij bent mijn vriendje, en ik ben te oud voor denkbeeldige vriendjes,’ doet Toet een duit in het zakje.

Het gesnik wordt minder. Toeterend snuit hij zijn slurfje. Met zijn sjaaltje veegt hij zijn tranen weg. ‘Ja, ik besta, en ik ben jullie vriendje,’ piept hij. Er verschijnt een voorzichtig lachje op zijn snoetje. Ik haal opgelucht adem. Bedankt Toet en Moeltje in stilte. Dan…

Dan breekt de dam weer open, stromen de tranen weer. ‘Hoe k-k-k-k-kan ik jullie vriendje zijn. Vriendjes zijn jongens. Ik ben roze, en zo heet ik ook. En ik ben een bange huilebalk. Dan kan ik toch nooit een jongetjes zijn?’

‘JIJ BENT KEI DAPPER!’ brult Toet. Alle olifanten zijn bang van muizen, en jij bent niet bang voor mij. En ik ben een hele grote muis.’ Over het huilebalk houdt hij wijselijk zijn mond. ‘End det name. Det is well know pssycollogy truc. Johnny Cash hef sung a song about det. Venwege det name ben joe extra tough.’ ‘Dus ik hoef mijn naam niet te veranderen in Rocky of Rambo,’ piept hij snotterig.

Tot mijn verbazing lukt het ons alledrie om niet in het lachen uit te barsten bij het horen van deze zo niet passende namen voor een klein, roze olifantje. ‘No my elefriend. Rozi is a perfect name voor een guy as jai. Just perfect.’ Rozi grijpt wederom naar het natte vodje sjaal wat om zijn nek hangt. Dit keer zijn het tranen van blijdschap zie ik. Zonder iets te zeggen geef ik hem een grote rode zakdoek. Het kleine olifantje maakt er dankbaar toeterend gebruik van. 

‘Kom, we gaan spelen,’ zegt Toet, en laat zich van de bank glijden. Rozi drukt mij een kletsnatte zakdoek in mijn hand en volgt zijn vriend. Moeltje blijft nog even zitten. ‘Snel gedacht,’ complimenteer ik hem. ‘Hai is mai friend,’ antwoord het kleine beertje simpel. ‘Ai want hem to be happy.’ Dan laat ook hij zich van de bank glijden.

Voordat hij achter zijn vriendjes aangaat kijkt hij mij nog even ondeugend lachend aan. ‘One thing is true though. He is a cry baby.’ Grinnikend kijk ik hem na. Om het idee dat die kleine olifant als Rambo door het leven wil gaan. Omdat ik blij ben dat de zoveelste Rozi-crisis is bezworen. Tot de volgende keer.

6 gedachten over “Moeltje to the rescue

  1. Heerlijk leesvoer blijft het. Ik ben er een beetje ‘uit’ (blogs schrijven én lezen), maar dit is fijne kost om weer op gang te komen 💕 (voor Rozi! 😉)

    Like

Reacties zijn gesloten.