Hoe retro wil je het hebben?

‘Wat de keuken betreft ga ik voor een retro uitstraling,’ zei ik.  ‘Hoe retro wil je het hebben?’, vroeg Nicole. Gevolgd door, ‘Waar komt die wens vandaan?’ De eerste vraag bleek makkelijker te beantwoorden dan de tweede vraag.  

‘Gewoon wat accenten,’ zei ik, en liet haar de retro keukenapparatuur die ik in gedachten heb, zien. ‘Verder niks, want kale deurtjes, zwarte knoppen en gewone kastjes, daar wil ik niet aan. Ik wil lades, een inductiekookplaat en een vaatwasser.

De vraag waar dit idee vandaan kwam beantwoordde ik met, ‘Ik vind dat gewoon mooi.’  Dat was niet het volledige antwoord, wist ik. Maar wat het volledige antwoord wel was, wist ik op dat moment niet. Pas de volgende ochtend drong het tot mij door waar mijn retro wens vandaan komt.

In de jaren voorafgaand aan haar overlijden, heb ik regelmatig delen van Mam’s uitzet gekregen. Het begon met de soep- en juslepel. Daarna verhuisde de vergiet, de maatbeker en een aantal schaaltjes deze kant op. Net als het broodmes en de schuimspaan. Bij elke vondst zei zij, ‘Tja, de emmers, de soda-, zeep- en zandbakjes en de broodtrommel, die zijn er niet meer. Die heeft je vader in een onbewaakt ogenblik weggegooid. Net als het kleinste schaaltje.’ Dat de emmers, de bakjes, de broodtrommel en het kleinste schaaltje compleet versleten waren, en deels kapot, dat vergat zij voor het gemak even.

Met uitzondering van het broodmes en de schuimspaan, hebben Zoon en ik alles in gebruik. De vergiet is lekker groot, de soeplepel dusdanig groot dat je maar één keer hoeft op te scheppen en de maatbeker is i-dee-aal. Omdat bijna alles regelmatig gebruikt wordt, staan Mam’s spullen onder handbereik. In het zicht. Haar spullen roepen een gevoel op van ‘ooit thuis’.

Zo retro wil ik het dus hebben. Het gevoel van ooit thuis in combinatie met alle gemakken van nu.