Sollicitatiegesprek met hindernissen

Oorspronkelijk stond het gesprek in Rotterdam op 4 februari gepland. Maar toen was ik ziek. Het leek mij niet slim om met 39 koorts naar de andere kant van het land te reizen, dus cancelde ik de afspraak. Ik was al weer aan de beterende hand, toen Q op ziekenbezoek kwam. ‘Als je de afspraak eind volgende week plant, ga ik met je mee,’ zei zij. ‘Wel zo gezellig.’ Dat vond ik ook, en ik hield bij het maken van de afspraak rekening met haar agenda.

Het bedrijf waar ik op bezoek ging, heeft in zowel Amsterdam als Rotterdam een kantoor. ‘Locatie maakt niet uit,’ zei ik tegen mijn gesprekspartner. Ik maak er samen met een vriendin een dagje uit van, en beide plaatsen zijn leuk. Mijn gesprekspartner koos voor Rotterdam. ‘Het uitzicht daar is spectaculair,’ zei zij.

Ik ontving per mail een bevestiging van het gesprek en zag dat zij kantoor hield op de 34ste verdieping van een gebouw. Mijn hoogtevrees speelde meteen op. De opmerking van een andere vriendin dat er met een beetje geluk een glazen lift aan de buitenkant van het gebouw zat, maakte het vooruitzicht helemaal goed. Not.

Donderdag om 9 uur stapten Q en ik in de trein. Tegen 11 uur stapten we bij de Markthal in Rotterdam weer uit de (derde) trein. Al wandelend door de Markthal pakte ik mijn telefoon om een foto te maken. Ik zag dat ik een gemiste oproep had. 020. Amsterdam dus. Amsterdam? Ik zou toch niet..

Ik pakte de mail erbij. Ik zat in de goede plaats. Voor de zekerheid belde ik wel even terug. Het telefoonnummer hoorde inderdaad bij het bedrijf waar ik op gesprek zou gaan, maar de jongedame aan de andere kant van de lijn wist niet wie mij gebeld had. Zij zou op onderzoek uitgaan.

Een kwartier later had ik een aardige jongeman aan de lijn. Mijn afspraak was ziek, en hij zou het gesprek overnemen, mits ik dat goed vond. ‘Prima,’ zei ik, ‘Maar ik sta in Rotterdam.’ Daar zat hij ook. Een hele opluchting. ‘Zet je nog even de bevestiging op de mail,’ vroeg ik hem. Ik had zijn naam namelijk niet helemaal goed verstaan, en het staat wel zo netjes wanneer je de naam van je gesprekspartner weet. Tijdens het rondje koffie zag ik zijn mailtje binnenkomen.

Bij het verlaten van de Markthal brak de zon door. Aangezien onze bestemming zich op slechts een half uurtje wandelen bevond, en je te voet veel meer van een plaats ziet dan vanuit de tram of metro, gingen wij aan de wandel. Onze route voerde ons richting de Willemsbrug. We liepen tussen de huizen door richting het water, toen we door een windvlaag werden gegrepen. Ik zag Q, die wat minder aanwezig is dan ik zei de gek, richting het water zeilen. Ze kwam net op tijd tot stilstand.

Ik kan niet zeggen dat het tot die tijd niet gezellig was, want dan lieg ik. Maar vanaf dat moment zat de stemming er meer dan goed in. Met mijn telefoon,  met routebeschrijving, in de hand vervolgden wij onze weg. Aan het begin van de Willemsbrug bleef ik even stilstaan om een foto van het onstuimige water te maken. Trouwe lezers voelen het al aankomen. Het scherm van mijn telefoon werd zwart en de telefoon ging als een nachtkaars uit. Van 48 naar 2% in minder dan één seconde.

Weg routeplanner. Weg naam van mijn gesprekspartner. Weg telefoonnummer mochten we tijd te kort komen.  

Dankzij de routeplanner op de telefoon van Q vonden we het adres. Wij meldden ons bij de receptie. ‘Met wie heeft u een afspraak,’ werd gevraagd. Ik deed mijn verhaal. Gelukkig was ik aangemeld en wist zij met wie ik de afspraak had. Q en ik kregen een bezoekerspas. We namen de lift naar de 34ste verdieping en eindigden voor een gesloten deur. Dus genoten we maar van het spectaculaire uitzicht.

De lift ging weer open en er stapten twee aardige jongemannen uit. Voor welk bedrijf en voor wie we kwamen. Ik deed weer het verhaal van mijn dode telefoon. ‘Kom maar mee naar binnen, dan waarschuwen we even iemand van bedrijf X, en dan komt het goed. We werden van koffie en thee voorzien, en naar een kantoortje begeleid. Ik zag een vrij stopcontact en plugde mijn telefoon in. Toen mijn gesprekspartner zich meldde, wist ik zijn naam (al) weer.

Q vroeg waar zij zich tijdens het gesprek even kon terugtrekken. ‘Van mij mag je er bij blijven,’ zei ik, en richtte mij tot mijn gesprekspartner. ‘Tenminste, wanneer jij er geen bezwaar tegen hebt dat mijn zaakwaarnemer er bij blijft’. Had ik al gezegd dat de sfeer er goed in zat? Mijn gesprekspartner had geen bezwaar tegen de aanwezigheid van Q en er volgde een meer dan prettig gesprek. Duidelijk, zonder vage beloftes en toezeggingen die niet altijd waar te maken zijn.

Een uurtje later namen we afscheid en begonnen Q en ik aan de winderige wandeling terug naar het Centraal Station.  Dit keer via de Erasmusbrug.

En nu? Is het afwachten. Wachten tot er bij hen een functie aangeboden wordt waar ik qua ervaring,  reistijd en uren mee match. Time will tell. Tot die tijd blijf ik vacatures zoeken en schrijven.