Klieren (WE-300)

Toet en co‘Hoe bedoel je, ik heb het niet goed begrepen?’ Stampvoetend staat de kleine muis voor mij. Mijn opmerking dat Toet het principe lidmaatschap niet helemaal heeft begrepen valt duidelijk niet in goede aarde. ‘Het staat er echt. Onder de achttien jaar is het gratis. ‘Wij hebben dus niets fout gedaan.’ Met een driftig gebaar draait hij zich om. ZIjn sokmuts wappert achter hem aan.

‘Terugkomen!’, zeg ik streng. ‘Why doe joe pest Toet zo?’ vraagt de kleine bruine beer met een trillende lipje. ‘Wai sein in het donker gegaan, nobody heeft ons kesien, end wie doe heel suinig with the book. Echt waar.’ Ook Rozi heeft het moeilijk. Luidruchtig snuit hij zijn slurfje in zijn rechtoor. Daarna pakt hij zijn linkeroor om de tranen weg te vegen.

‘Ik weet dat jullie zuinig omgaan met boeken. Ik vind het heel knap dat jullie naar de bibliotheek zijn gegaan om een nieuw boek uit te zoeken. Verder heeft Toet gelijk dat dat onder de achttien gratis is. Alleen, jullie zijn geen lid van de bibliotheek. Sterker nog, jullie kunnen geen lid worden van de bibliotheek. Die is er alleen voor mensen, niet voor magische knuffels.’ Ik val even stil, en zeg dan, nauwelijks hoorbaar, ‘Eigenlijk hebben jullie dit boek dus gestolen.’

‘Neeeeeeeheeeee, wij zijn geen diefjes,’ huilt Rozifantje en grijpt weer naar een oor. ‘M-m-m-m-moeten wai nu naar de prison?’ ‘Nou, dat staat ook niet duidelijk op die site,’ bromt Toet, die dichterbij is gekomen. Ik stel Rozi en Moeltje gerust en geef Toet gelijk. ‘Maar wat nu?’ vraag ik. Toet denkt na. Dieper dan diep. Dan… ‘Ik weet het. We gaan met de tijdmachine terug naar toen we het ophaalde en zetten het terug. Dan is het net of het niet weg is geweest.’

Knappe knuffel is het toch, die Toet!

¤¤¤¤¤¤¤¤¤¤

Dit blog is geschreven in het kader van Platoonline’s schrijfuitdaging WE-300. Voor spelregels, deelname en het lezen van de bijdragen van anderen, klik hier.

Ik heb er voor gekozen, om de hoofdrol in mijn bijdragen aan deze en andere schrijfuitdagingen toe te bedelen aan Toet en zijn vrienden. Toet is een Cliniclown-muisje met een eigen willetje, Rozifantje is een creatie van Appelig (en daarmee one-of-a-kind) en Moeltje is lang geleden in het koffertje van Zoon mee naar Nederland gekomen en verblijft hier min of meer illegaal.

First world problems: De tas, een droom!

 

Ik heb iets met tassen. Je kan maar een afwijking hebben, toch? Nu ben ik nooit zo over the top gegaan dat ik een aparte kast voor mijn collectie aan heb moeten schaffen, maar dat komt omdat ik altijd al goed ben geweest in opruimen. Wat voor mijn kleren geldt, geldt ook voor mijn tassen. Twee jaar niet gebruikt? Tijd om afscheid te nemen.

Terug naar het verhaal

Diep in mij zit een prinsesje wat droomt van de ultieme tas. Apart design, leuke kleur(en), geschikt voor alle gelegenheden. Tot op heden heb ik die tas niet gevonden. Ik heb twee schattige buideltasjes. Groot genoeg voor mijn beurs, de telefoon, de huissleutels en met een beetje proppen een zakdoek. Mijn agenda, het kleine toilettasje met nagelvijl, pijnstillers en lipbalm en een waterfles, passen er niet in. In de ietsjes grotere schoudertas die ooit van mij was, door mijn moeder geconfisqueerd werd, en nu weer in mijn bezit is, past alleen de waterfles niet. Daarmee zijn deze drie exemplaren gevoelsmatig niet geschikt voor dagelijks gebruik.

Mijn drie rugzakken zijn dit wel. De oranje/rode Kipling is perfect voor wandelingen, met het grijze exemplaar kan ik voor de dag komen. Met de rode kan ik dat ook, en deze is ook nog eens groot genoeg om mijn laptop in te vervoeren.

Wat is dan het probleem?

Waarschijnlijk ben ik dat zelf. Nu ik niet meer vier dagen per week met de auto van A naar B ga, maar regelmatig aan de wandel ben, of met de trein op stap ga, kom ik er achter dat ik het meesjouwen van mijn hele hebben en houden op mijn rug, een onplezierige gedachten vind. Daar waar ik even wat moeite moet doen om beurs of telefoon uit mijn tas te pakken (en weer op te bergen, en de tas terug mijn rug op te slingeren), is dat voor een kwaadwillend persoon achter mij redelijk simpel.

Let the search begin

Het moge duidelijk zijn: Ik ben ben toe aan een nieuwe tas. Een schouderexemplaar met hengsels. Nu heb ik een hele grote tassen-aanschaf-valkuil. Bij het zien van een mooi exemplaar vergeet ik de vooraf opgestelde specs nog wel eens. Ik begon mijn zoektocht dus met het bekijken van een zogenaamd beurs-modelletje. Klein, net voldoende ruimte voor je pasjes, telefoon en kleingeld. Ik kwam gelukkig op tijd bij zinnen, en ging het net op, om ideeën op te doen. En seinde een vriendin in. Die wist wel een winkel met mooie tassen. Op een koude dinsdag wandelde wij met een omweg naar die winkel. Er stonden inderdaad hele mooie exemplaren in de etalage, maar net niet wat ik zocht. Ik pakte mijn telefoon en liet haar de tas zien waar ik mijn oog op had laten vallen. Nou ja, één van de acht. Zij begreep mijn punt en zag zelf ook wat mooie tassen staan. Betaalbare tassen.

Tas kopen via internet

Vier dagen later was ik er uit en wist welke tas ik wilde hebben. Ik stopte de tas in mijn virtuele winkelkarretje maar ging niet tot de aanschaf over. Ik wil een tas vasthouden. Voelen. Ruiken. De indeling zien. Ritsen, gespen en drukkers uitproberen. Ik maakte mijn karretje leeg en verliet de site. Vrijdag had ik een afspraak in het centrum van Venlo. Op ongeveer een kwartiertje wandelen van mijn huis. De dwangneuroot in mij, die niet te laat wil komen, liet mij een half uur te vroeg van huis gaan. Kon ik mooi voorafgaand aan mijn afspraak mijn nieuwe contactlenzen ophalen. Dat ging vlotter dan verwacht. Zodoende had ik tijd over om mijn favoriete tassenzaak binnen te wandelen. Daar bleken ze tassen van dezelfde ontwerper als de internet-tassen te verkopen. Ik maakte wat foto’s, noteerde prijzen en wandelde door naar mijn afspraak. Ik was nog steeds te vroeg.

Liefde op het eerste gezicht

Ik liep de straat door, en zag een mooie tas in een etalage staan. Ik keek naar binnen en zag nog veel meer moois. Verantwoorde en kleurrijke huis, tuin en keuken hebbedingetjes. Ondanks dat ik regelmatig door Venlo stad wandel, was deze winkel, Heerlijck Thuis mij nog nooit opgevallen. Mijn gemis.

Ik liep naar binnen en daar stond zij. De perfecte tas. Liefde op het eerste gezicht. Ik nam de tas in mijn handen, pakte mijn telefoon om een foto te maken, zag hoe laat het was en vloog de winkel uit. Terwijl ik op de plaats van bestemming op mijn afspraak wachtte, stuurde ik de foto’s door naar vriendin.

Aansluitend aan mijn afspraak liep ik nogmaals de winkel binnen. Ik wilde meer weten over de tas, zoals maker, merk, materiaal en prijs. De tas is van het Italiaanse merk Uashmama, het materiaal is papier (bewerkt volgens een speciaal procedé) en over de prijs ga ik het niet hebben. Als ik zeg dat vriendin appte, ‘Dat klinkt als een verjaardag-sinter-kerstcadeau’, dan weten jullie voldoende. Ik heb een spaardoel gevonden. En materiaal voor een blog.

Oh ja, die heb ik ook nog

Na het schrijven van het eerste deel van dit blog voelde ik iets knagen aan mijn geheugen. Ik haalde mijn drastisch geslonken tassencollectie tevoorschijn en zag de laatste tas die ik in een opwelling heb gekocht liggen. Een Hamers schoudertas. Gemaakt van gerecycled materiaal, met grappige sluiting, groot genoeg voor beurs, telefoon, waterfles, toilettasje, boodschappentas, agenda en laptop. Oké, die laatste is net twee centimeter te groot, maar de klep gaat er royaal overheen, dus als het niet regent lukt het best. Kan ik mooi uittesten of een schoudertas beter werkt dan een rugzak. 

Moraal van dit verhaal: Iets bewaren is zo stom nog niet!

Weer vergeten …

 

Nog voordat hij zijn (MBO4-)diploma Technisch Specialist personenauto’s had gehaald, wist hij al dat hij zijn leven niet als automonteur ging slijten. Wat hij wel wilde gaan doen, wist hij niet zo goed. Een paar maanden na het behalen van zijn diploma ging hij via het uitzendbureau als proces operator bij een bedrijf hier in de regio werken. In de drieploegendienst. De grootste lokker in de vacaturetekst was het woord  ‘opleiding’ geweest.

Ondertussen is hij in dienst van de werkgever zelf, en in september aan de beloofde opleiding begonnen. Elke donderdag, mist er geen schoolvakantie is, gaat hij naar school. De meeste klasgenoten werken bij hetzelfde bedrijf. ZIjn bedrijf. Vandaar dat zowel de docenten als de overige leerlingen, naar het bedrijf waar Zoon werkt, komen. Van 9 uur ‘s-morgens tot 10 uur ‘s-avonds is er een docent aanwezig. De leerlingen stemmen hun lestijden op hun dienstrooster af.

En daar gaat het bij mij om de zoveel weken mis. Na een goede twee jaar zit het ploegenrooster nu wel in mijn systeem. Weet ik aan het begin van de week of we samen eten, en wanneer ik ‘lawaai’ mag gaan maken. Deze week heeft hij nachtdienst. Dat is een stille week voor mij. Overdag slaapt hij en probeer ik zo min mogelijk lawaai te maken. Tegen een uur of vier/vijf komt hij uit bed. Dat wat ik avondeten noem, is voor hem ontbijt, maar dat vind hij niet erg. Tegen een uur of negen ‘s-avonds vertrekt hij naar zijn werk.

Behalve op donderdag. Dan staat hij iets eerder op en zorgt er voor dat hij voor vijf uur op het werk is. Of beter gezegd, op school. Net als wanneer hij avonddienst heeft, eet ik die dag alleen. Iets wat ik constant vergeet. Zo ook deze week.

Gelukkig stond dit keer het eten nog niet op. Kon ik mooi even naar de supermarkt rennen om iets te halen waar ik hem geen plezier mee doe. Nou ja, geen man overboord. Een beetje extra beweging kan nooit kwaad, en de supermarkt woont dichtbij. Ik vraag mij alleen af hoe lang het nog duurt voordat die donderdag ‘ik eet lekker iets wat hij niet lust’ in mijn systeem zit.