Kilometervreter? Valt wel mee!

Zo lang ik mij kan herinneren, rijd ik tussen de 20.000 en 25.000 km per jaar. Voor mijn gevoel ben ik dan ook een ‘echte’ kilometervreter. Iemand die makkelijk in de auto stapt en overal naar toe scheurt. En dat doe ik ook. Makkelijk in de auto stappen en ergens naar toe rijden. Dat moet wel, want anders haal ik die jaarlijkse kilometers niet.

Ondertussen zit ik al zes maanden thuis. Ik stap nog steeds makkelijk in de auto om bij familie of vrienden op bezoek te gaan. Maar sinds mijn auto in augustus naar de garage is geweest, heb ik nog geen 3.000 kilometer met dat ding gereden. En ja, ik heb wat vaker de trein gepakt, maar zelfs als ik die kilometers erbij tel, kom ik slechts rond de 4.000 km uit. Terwijl ik er wel veel vaker op uit ben gegaan dan ik normaal naast mijn werk op stap ging.

Blijk ik helemaal geen kilometervreter te zijn maar meer een zondagsrijder. Dat scheelt enorm qua milieuvervuiling, maar ergens is het wel zonde van die mooie auto die voor de deur staat. Soms denk ik er zelfs over om hem de deur uit te doen. Maar goed, ik weet natuurlijk niet waar mijn toekomstige werkgever woont, dus voorlopig mag ‘Grumpy, het sjagerijnige blauwe monster’ nog voor de deur blijven staan.

Maar goed. Een zondagsrijder dus. Aan dat idee moet ik toch even wennen. 😉