’t Is even wennen ..

Het idee om die ene kast naar de andere kant van de hal te verhuizen, was een spontane opwelling. Dankzij de stukken vilt onder de kast, een fluitje van een cent. Ik voorzag slechts een klein probleempje. De sleutels. Die hangen, sinds wij hier wonen, aan spijkers die ik in kast vier heb gemept.. Bij binnenkomst de eerste kast, rechts in de hal. Beter gezegd, hingen. Want nu kast nummer vier aan de andere kant van de hal staat, is daar ook het plekje om de sleutels op te hangen.

Toen Zoon richting zijn werk vertrok, had ik net drie dozen met boeken weggebracht, en wist nog niet zeker of ik die dag wel verder zou gaan.

Ik zit te lezen wanneer hij de kamer inloopt. ‘Ik ben autistischer dan ik dacht,’ zegt hij vrolijk. ‘Ik wilde mijn sleutels ophangen, maar die vielen met een klap op de grond.’ Ik schiet in de lach. ‘Dat is mij ook al gebeurd,’ antwoord ik. ‘Als we niet kunnen wennen, mep ik nog wel een paar spijkers in kast drie.’

Een nachtje slapen later, ben ik al gewend aan de gewijzigde locatie van de sleutels. Aangezien Zoon jonger en flexibeler is, gaat hem dat vast ook wel lukken. Zo niet, heeft hij pech. 🙂

Van de nood een deugd maken

Het was een slechte nacht. Hoewel mijn bed prima aanvoelde, en ik moe genoeg was, wilde de slaap niet komen. Met maar drie uur slaap op de teller rolde ik niet bepaald fris en fruitig mijn bed uit. Ik cancelde de afspraak drie dorpen verderop. Het leek mij niet handig met die slaapkop over slingerende 80 kilometerwegen te gaan rijden. Terug naar bed was ook geen optie. Het risico op weer zo’n nacht is dan te groot. Opblijven en bezig blijven is het devies in zo’n geval.

Het opschonen van de hal inclusief de uitpuilende en stoffige boekenkasten staat al een tijdje op mijn to-do lijstje. Ik blijf al een maand of negen steken bij stap 1, het halen van voldoende verhuisdozen zodat ik alle boeken die ik niet meer wil hebben naar de kringloop kan brengen. Zolang ik de kasten in de hal niet onderhanden neem, kunnen de laatste boeken uit de boekenkast op mijn slaapkamer niet naar de hal verhuizen, kan de boekenkast niet van de slaapkamer naar het balkon verhuizen, en kan ik mijn slaapkamer niet ombouwen. Ik weet ineens waarom ik telkens met een boog om de winkel die verhuisdozen verkoopt heenloop. 😉

Maar niet vandaag. Ik kocht de dozen en eenmaal thuis bedacht ik dat één kast uitruimen wel moest lukken. Ik bleek gelijk te hebben. Kast twee, drie en vier moesten er ook aan geloven. Ik had twee ritjes naar de kringloop nodig om zes verhuisdozen vol boeken weg te brengen. Doos zeven en acht breng ik morgen weg.

De kasten waren nu leeg en schoongemaakt, maar mijn woonkamer zag er uit als een uitdragerij. Er zat niets anders op dan de kasten ook weer in te richten. Inclusief het restje boeken uit de kast op mijn slaapkamer. Ik had zo goed opgeruimd dat ik aan drie kasten voldoende had. Wat ging ik met Billy nummer vier doen? Ik was daar nog over aan het nadenken toen ik met het kleine bankje wat naast de kapstok staat, aan de slag ging. Ooit gekocht in een opwelling, en omdat het zo nieuw was, mee verhuisd naar dit huis waar het nooit tot z’n recht kwam. Toen het schoon was, realiseerde ik mij dat ik niks met dat bankje heb. Dat het een sta-in-de-weg bankje is. Dus verdween het schoon en wel in mijn auto. Kan het morgen mee naar de kringloop.

Billy nummer vier verhuisde naar de overkant van de hal en is gedeeltelijk gevuld  met schoenen van Zoon, wat paintball spullen, sjaals en mutsen, en het gereedschap. Nu bijna alle boeken weg zijn, zien de kasten en daarmee de hal, er een stuk lichter uit. Nu alleen nog iets bedenken voor de hutkoffer met paintball spullen, en de oud papier doos. Maar gezien alle nog beschikbare kastruimte, zou dat geen probleem moeten zijn. Zo niet, een mens moet wat te dromen houden, toch?

En dromen zal ik vannacht wel. Ik ben er moe genoeg voor. Wat een gesjouw was het vandaag.

Hal_na het opruimen

Lente, zuurkoolstamp en een herinnering

Zoon werkt deze week in de late dienst, wat inhoud dat ik alleen maar voor mijn persoontje hoef te koken. Dankzij de pollen die helemaal uit hun dak gaan vanwege het heerlijke weer, voel ik mij niet echt bonton. Bovendien heb ik kans gezien een verkoudheid op te lopen. Wat mij betreft drie goede redenen om vandaag het huis niet te verlaten (anders dan even met een boek in de zon zitten) en de diepvries te plunderen. Nu is mijn diepvries maar klein, en er liggen twee 300 grams pakken boerenkool in, dus veel te plunderen valt er niet. Toch vind ik nog voor één dag zuurkoolstamp met worst. Misschien niet echt het meest voor de hand liggende gerecht wanneer de eksters vechtend en baltsend in de boom voor je huis zitten, maar toch.

Het loopt tegen vijf uur wanneer ik eindelijk klaar ben met het schrijven van sollicitatiebrief nummer euh. Ondanks dat ik weet wat ik wil en wat ik kan, blijft het lastig dat kort en bondig op te schrijven. Om over een originele openingszin nog maar te zwijgen. Nu ik niet meer geconcentreerd bezig ben hoor ik de zuurkool roepen, en voel een knaagje in mijn maagje. De hoogste tijd om de zuurkool op te bakken. Met de geur van opgebakken zuurkool in mijn neus, floept er zomaar een herinnering in mijn hoofd.

Hoewel zij een vrij standaard repertoire had, kon mijn moeder goed koken. Daar stopte zij al haar liefde in. Was Mam in goede doen, dan wilde zij ook nog wel eens, met een kookboek in de buurt, experimenteren. Mijn vader had wat minder talenten op dat gebied. Water koken voor de thee kon hij perfect, maar daar hield zijn culinaire deskundigheid op. Die van Broer en mij trouwens ook. Wij mochten van Mam niet in de buurt van het fornuis komen. Het voeden van het gezin was haar taak. Basta.  

Op zekere dag moest Mam zich in het ziekenhuis melden voor een kleine ingreep. De voorspelde duur van het verblijf was drie dagen. Omdat Mam is wie zij is, had zij de dag ervoor drie volledige maaltijden gekookt. Zuurkoolstamp, boerenkoolstamp en hutspot. Pap hoefde het alleen maar op te bakken. Gerben, je doet een klontje boter in de pan, wacht tot de bubbeltjes weg zijn, schept het eten er in en laat er aan beide kanten een mooi korstje aan komen. Heb je dat begrepen? In theorie was het simpel, dus Pap had het begrepen.

De eerste avond tijdens het bezoekuur was Mam er nog niet helemaal bij. Toch vroeg zij wat wij hadden gegeten, en of het lekker was geweest. Hutspot zei ik. Het was niet te vreten. Pap had maar zo’n klein beetje boter er bij gedaan, dat het net was of we door een baksteen heen moesten eten. Inderdaad, ik was best wel een prinsesje. En misschien was ik ook wel boos dat Mam het aanbod van haar zusje, dat wij die dagen maar bij haar en haar gezin aan moesten schuiven, weg had gewimpeld. Ook Tante kan koken als de beste.

Enfin, de volgende dag vroeg Mam wederom wat wij hadden gegeten, en hoe het smaakte. Zuurkoolstamppot, zei Broer. Het was niet te vreten. Pap had er een heel pakje boter onder gegooid. De zuurkool dreef van je vork af. Ik weet zeker dat ik het beter kan. Pap zat een beetje schaapachtig voor zich uit te kijken. Op weg naar huis zei Pap tegen Broer, Dan kook jij morgen maar.

Het bleek niet nodig. Mam, verbolgen over zoveel onkunde van haar echtgenoot, liet zich uit het ziekenhuis ontslaan en regelde die avond zelf het eten. Door Pap naar de frituur te sturen.