Sneeuwpret!?

toet_sneeuwVerrukt kijken de drie knuffels naar de traag vallende sneeuwvlokken. ‘Wat wordt de wereld mooi!,’ verzucht Rozifantje. ‘Kom, we gaan buiten spelen,’ jubelt Toet. Hij laat zich van de vensterbank glijden en rent naar de balkondeur. Rozi en Moeltje voegen zich bij hem. Bereidwillig maak ik de balkondeur open. Een windvlaag bedelft de Boysz onder een dun laagjes sneew. ‘Close the door!,’ gilt Moeljte. ‘It’s freezing koud.’ Voorzien van een zachte handdoek trekken de drie knuffels zich terug op de vensterbank boven de verwarming.

De wereld blijft mooi en voor Toet blijft de sneeuw trekken maar Rozi en Moeltje zien het niet zitten. ‘Kom nou mee naar buiten,’ probeert Toet zijn vriendjes over te halen. ‘Is k-k-k-k-k-koud,’ zegt Rozifantje. ‘Ik kom uit Afrika, daar heb je geen sneeuw.’ ‘Nietus,’ reageert Toet. ‘Jij komt uit het atelier van Appelig, en die woont gewoon in Nederland.’ Blozend trekt Rozi zijn sjaal wat steviger rond zijn nek, maar reageert niet.

Toet richt zijn pijlen op Moeltje. ‘Ga je mee Moeltje. Beren zijn dol op sneeuw.’ Moeltje trekt een wenkbrauw op en kijkt Toet strak aan. ‘Maybee polar bears vinden sneeuw leuk, but ai am geen polar bear. Ai am een brown bear and mai vachtje is thin. Ai stee binnen with my Rozidfriendje.’ Teleurgesteld in hun gebrek aan zin in avontuur gaat Toet een eindje bij zijn vriendjes vandaan voor het raam zitten. Mokkend kijkt hij naar buiten. Twee dagen lang herhaalt hij elk uur zijn vraag. Het antwoord van zijn vriendjes blijft hetzelfde.

‘Waarom ga je niet alleen buiten spelen?’, vraag ik hem. Zijn snuitje klaar op. Met een zwierig gebaar trekt hij zijn sokmuts wat verder over zijn oren en maakt zijn sjaal stevig vast. Ik maak de deur open, Toet stapt naar buiten, en stapt weer naar binnen. ‘Is koud aan mijn v-v-v-voeten,’ klappertand hij. Hij wandelt naar mijn slaapkamer en komt met een extra paar sokken terug. Snel trekt hij de sokken aan. Ik maak de deur weer open. Hij stapt naar buiten en stapt weer naar binnen. ‘Ze zijn niet w-w-w-waterdicht,’ bibbert hij. Ik geef hem mijn crocs. Toet wandelt weer naar buiten, steekt zijn handjes in de sneeuw en schuift weer naar binnen. Zonder iets te zeggen gaat hij weer naar mijn slaapkamer. Bij terugkomst draagt hij aan beide handjes een sok.

Weer buiten maakt hij een sneeuwbal. In de veronderstelling dat hij nu warm genoeg is aangekleed maak ik de deur dicht. Ik zit nog maar net bij de andere twee jongens, warm achter het glas, wanneer ik gebonk op de deur hoor. Toet. ‘B-b-b-b-buikje is koud, rilt hij. Ik pak een stevige vaatdoek, sla die dubbel, en pak de buik en rug van Toet in. Tevreden banjert hij weer naar buiten. Hij bukt zich om wat sneeuw te pakken. ZIjn staartje piept onder de vaatdoek vandaan en sleept door de sneeuw. Weer bonkt hij op de deur.

Weer maak ik de deur open. ‘Wat is er nu weer?,’ vraag ik licht geïrriteerd. ‘Ik ben uitgesp-p-p-peeld,’ zegt hij met een uitgestreken snuitje. ‘Het was lekker in de sneeuw, maar nu ga ik weer met mijn vriendjes spelen. En aangezien die niet naar buiten durven… Kom ik maar naar binnen.’ Vrolijk trekt hij twee paar natte sokken uit, laat de vaatdoek op de grond vallen en gaat bij zijn vriendjes voor het raam, maar vooral boven de verwarming, zitten.

→→→→↓↓↓↓←←←←←

Even voorstellen: Toet is een Cliniclown-muisje met een eigen willetje, Rozifantje is een creatie van Appelig (en daarmee one-of-a-kind) en Moeltje is lang geleden in het koffertje van Zoon mee naar Nederland gekomen en verblijft hier min of meer illegaal.

3 gedachten over “Sneeuwpret!?

Reacties zijn gesloten.

Create a website or blog at WordPress.com

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: