Herinnering aan ooit …

Zoon komt thuis van ‘even op het paintball terrein rondhangen’.  De kamer vult zich met de geur van bos en vuur. ‘Jullie hebben ook een fikkie gestookt!’ ‘Alleen maar,’ is het antwoord. Ja, onderdeel uitmaken van het bestuur van een paintball vereniging is zwaar werk, en haalt echt niet het kleine jongetje in een man naar boven. 

Ineens moet ik denken aan toen hij echt nog een jochie was. De vraag, ‘Heb jij het doosje lucifers uit de keuken meegenomen’,  lag al op mijn lippen. Het betreffende doosje was namelijk al als vermist opgegeven. Helemaal zeker weten deed ik het echter niet; soms verplaatste ikzelf kleinigheidjes en vergat dan zowel de waarom en waar naartoe vraag.

Meteen na binnenkomst van Zoon en zijn vriendje, wist ik dat ik het vraagteken los kon laten. ‘Jullie hebben fikkie gestookt!’, stelde ik. Twee paar blauwe ogen poogde mij onschuldig aan te kijken. ‘Nee hoor, wij hebben geen fikkie gestookt.’ ‘Wel waar’, zei ik, ‘Ik ruik het toch. Jullie zijn zo dom geweest tegen de wind in te gaan staan.’  

Ik sprak strenger dan ik mij voelde. In mijn opinie hoort fikkie stoken, in bomen klimmen en appels uit de boomgaard jatten er toch wel een beetje bij wanneer je kind bent. Maar ja, opvoedkundig gezien is dat geen correcte houding, dus gaf ik de heren gepast op hun falie. De belofte ‘We zullen het nooit weer doen’ was op dat moment oprecht, maar ik nam hem met een korreltje zout.

Zoon kreeg de opdracht om zich te gaan douchen en zijn kleren alvast in de wasmachine te stoppen. ‘Als jij slim bent, stop jij bij thuiskomst je kleren meteen in de wasmachine en ga je douchen,’ zei ik tegen het vriendje. ‘Misschien heb je dan geluk, en komt je moeder er niet achter.’ Vriendje heeft braaf gedaan wat ik had voorgesteld. Zijn moeder heeft hem verder niets gevraagd.

De volgende dag, terwijl zij mij een kop koffie inschonk, vroeg zij, ‘Je preek gisteren heeft indruk gemaakt. Ik heb de hele avond geen kind aan hem gehad. Ik denk dat ze het voorlopig wel uit hun hoofd laten om fikkie te stoken. Grappig, zoals de heren denken, dat onze neus het niet goed doet. Ze stonken een uur in de wind.’

Ik heb nooit gevraagd, en ga dat ook niet doen, of ze nooit meer fikkie hebben gestookt, of dat zij mijn tip om de windrichting in de gaten te houden, ter harte hebben genomen. Sommige dingen moet je als ouder niet willen weten.