Duurzaam sokkenbeleid

toet_verwarmingIk ben opgegroeid met gestopte sokken en maillots en had daar een gruwelijke hekel aan. Dan zat er ineens zo’n dikke bobbel in de buurt van je kleine teentje die je toch al wat krappe schoen nog krapper maakte. Het was een ware vreugde toen mijn moeder stopte met het stoppen van sokken. Niet voor het milieu, maar daar stonden wij toen nog niet bij stil. Kapotte sokken verdween in het schoenpoetsmandje, was het mandje vol, werden de sokken weggegooid.

Het schoenpoetsmandje van mijn ouders staat tegenwoordig bij mij. Zonder schoenpoets, borstel en zonder kapotte sokken. Ik poets namelijk geen schoenen en kwak kapotte sokken meteen weg. Fout, ik weet het.

Gelukkig compenseert the apple of my eye mijn te snel een sok opgeven gedraag volledig. Hij heeft sokken, die verdienen die term niet eens. Dat zijn gaten met wat draadjes er omheen. Tot vorige week. Ik kocht twee paar nieuwe geitenwollen sokken voor hem, en bekeek de inhoud van zijn sokkenbak eens goed. Tien losse sokken verdiende de term sok niet meer en verdwenen in de vuilniszak. De overgebleven sokken heb ik in paren verdeeld. Een deel van die paren bestaan uit sokken die echt bij elkaar horen. De rest van de paren, ongeveer 30%, bestaat uit sokken die vaag op elkaar lijken. Bleven er nog een stuk of zes sokken over die in niets op elkaar leken.

Die had ik weg kunnen doen, maar deed dat niet. Ik ken mijn kind en zijn manier van was verzamelen.  Daarbij: de eerste sokken die hij na mijn actie aantrok, waren die zes unieke exemplaren. Want dat ziet toch niemand.  Heel fijn, zo’n houding.

Vandaag heb ik de witte was, inclusief zijn sokken, gedaan. Die heb ik voor de gein paarsgewijs opgehangen. Tot mijn vreugde is het aantal unieke sokken al teruggebracht naar vier. En hangen er geen zeven maar elf paar sokken te drogen. Ik vermoed dat hij nog een voorraadje onder zijn bed heeft gevonden. Met een beetje geluk komen die laatste vier sokken ook nog boven water. Zo niet, verslijt hij ze toch wel. 😉