Ik ben een krokodil!

Hap! Snap! Klap!

Verbaasd kijk ik om mij heen om de oorzaak van het geluid te achterhalen. Naast mij staat een klein, roodharig meisje met een boos gezicht. Ik glimlach naar haar. Zij reageert niet. Maar zij hapt, snapt en klapt ook niet naar mij. Ik kijk weer voor mij uit, in afwachting van de bus. Ik voel beweging in mijn rugzak. ‘Toet, stil,’ sis ik zachtjes.

De hap! snap! klap! wordt dit keer gevolgd door een zacht gegiechel uit mijn rugzak. ‘Nu mag ik Toet.’ Ik voel wat gestommel in mijn rugzak. In de verte zie ik de bus aankomen. ‘Terug Rozi,’ sis ik weer.

Hap! Snap! Klap! ‘Ik vreet je op.’ Ik bekijk het meisje nog eens goed. Armen boos over elkaar geslagen. Pluche krokodil aan haar arm. Zijn staart trilt. Zijn ogen glimmen. Boekentas naast haar op de grond. De tas beweegt.

De bus stopt voor ons. De jongens glijden naar de bodem van de rugzak en houden zich doodstil. Ik pak mijn buskaart uit mijn jaszak, groet de chauffeur, check in en zoek een plaatsje in de bus, uit het zichtveld van de chauffeur zodat de jongens uit de rugzak kunnen.

De chauffeur kijkt niet eens mijn kant op. Aandachtig bestudeert hij de krokodil aan de arm van het meisje. Hij ziet de staart bewegen en zijn gezicht klaart op. ‘Eenmaal een magische knuffel-toeslag’, galmt zijn stem door de bus. Boos neemt het meisje de krokodil van haar arm, stopt met gesloten ogen haar hand in zijn bek en haalt een buskaart tevoorschijn. ‘Niks toeslag,’ zegt zij met licht trillende stem. ‘Dit is mijn handtasje.’ Gedecideerd sluit zij de bek van de krokodil. Teleurgesteld geeft de chauffeur haar gelijk.

Langzaam loopt het meisje naar de stoel achter die van mij. Wanneer zij mij passeert zie ik dat de krokodil knipogend aan haar vingers hangt en hoor gekwetter uit haar tas komen. Zijzelf lacht vrolijk. Het is ook haar gelukt de gewraakte toeslag te vermijden. 

 

⇐⇐⇐℘℘℘⇒⇒⇒

Er is een nieuwe schrijfuitdaging in blogland. Voor regels, voorwaarden van deelname, etc etc, verwijs ik graag naar Schaap schrijft.