Ik ben er uit… Denk ik..

2019_MnM_1_januari_1-COLLAGEOndanks het druilerige weer moest ik dinsdag naar buiten. Ik heb nu eenmaal de afspraak met mijzelf gemaakt dat het weer geen belemmering mocht zijn om op de eerste van de maand geen foto’s voor Maand na Maas te maken. Het miezerde dus. Zachtjes. Toch trok ik mijn regenjas aan. Wind en waterdicht. Al snel kwam ik er achter dat de jas eigenlijk iets te koud is voor deze tijd van het jaar. De miezer ging over in echte regen en iets in mij zei dat het maar goed was dat ik mijn winterjas niet aan had. Die had zoveel regen niet kunnen verwerken.

Woensdag ging ik aan de wandel in een dorpje in het Zuiden van het land en zag daar in een winkel een dikkere uitvoering van mijn regenjas hangen. Voor het best wel lieve prijsje van €35,00. Alleen de kleur was, euhm, bijzonder. Iets tussen oranje en roze in. Volgens mijn gezelschap kon ik de kleur wel hebben. Ik pastte de jas, liep onder een TL-buis door, werd verblind door de kleur van de jas en dacht… Nah, toch maar niet.

Donderdag wandelde ik naar de stad. Halverwege de wandeling werd het ineens behoorlijk donker, en het begon te regenen. Ik besloot om even te gaan kijken of ze de jas hier ook hebben.  Na tien minuten stopte het met regenen en was gevoelsmatig de noodzaak weg. Ik ging nog wel even kijken, maar liep met lege handen de winkel uit.

Vrijdag aan het begin van de middag reed ik na het tanken door naar een natuurpark om te gaan wandelen. Ineens kwam het water met bakken uit de hemel. Ik dacht aan de jas. Op de parkeerplaats aan het begin van de route aangekomen was het weer droog. Ondanks dat het er best dreigend uitzag, ging ik wel wandelen. Ik ben tenslotte niet van suikergoed. Die gedachten moest ik goed vasthouden want na een kwartiertje wandelen miezerde het weer. Op het pad tussen de bomen had ik er weinig last van.

Ik zag een klein meertje met een schare vogels. Het plaatje vroeg om een foto. Van dichtbij want door de regenwolken was er te weinig licht. Ik verliet het pad en banjerde door het bos richting het meertje. Ik was bijna op de plaats van bestemming toen ik met een voet in een verdekt opgestelde kuil stapte. Ik bleef overeind, liep nog een klein beetje verder, besefte dat ik niet dichtbij genoeg kon komen voor een foto, keerde om en liep door het donkere bos terug naar het pad.

Toen begon het. De dames Me, Myself & She gingen zich ermee bemoeien. ‘Stel dat je was gevallen, je hoofd had gestoten, en bewusteloos was geraakt, wat dan?,’ vroeg Me, de dramaqueen in mij. ‘Dat is niet gebeurt,’ antwoordde ik stoer. ‘Maar ik zal op het pad blijven,’ voegde ik er aan toe, want was best wel geschrokken. ‘Dat bedoelt Me niet,’ zei Myself. ‘In die donkere jas had niemand je zien liggen, zo ver van het pad. Je had wel dood kunnen vriezen. Ik denk dat je die jas maar moet gaan kopen. Dan ben je altijd goed zichtbaar’

Ik dacht hetzelfde en, genietend van de vogelgeluiden om mij heen, vervolgde mijn pad. Ineens stopte de vogels met kwetteren en werd het stil. Toen werd de stilte doorbroken door een hard geluid. Crossmotor, bedacht ik en wandelde door. ‘Of het is een moordende maniak met een kettingzaag, op zoek naar een nieuw slachtoffer,’ deed de modebewuste She een dramatische duit in het zakje. ‘Gelukkig heb je een donkere jas aan zodat je niet zo opvalt tussen de bomen. Maar met dat lichtgevende geval, ben jij het gedoodverfde slachtoffer.’

Zucht. Kan ik mijn denkproces weer van voren af aan opstarten.