Tussen de Galloways

Er werd sneeuw voorspeld, maar er was nog geen code afgegeven. De hoogste tijd om te gaan wandelen. De telefoon kreeg een jasje aan in de vorm van twee enkelsokjes. Lekker warm. Ook lekker onhandig. Hoe onhandig, zou ik pas halverwege de wandeling ervaren.

Terwijl de vlokjes zachtjes om mij heen en op mij dwarrelde, wandelde ik over het licht besneeuwde pad  langs de Maas. Dat paste beter bij mijn ‘avontuurlijke’ bui. Er waren meer mensen op het idee gekomen om#codegebrokenwit te negeren en aan de wandel te gaan. Al hadden de meeste wandelaars wel een vierpoter bij zich.

Ineens zag ik aan de overkant de Galloways langs de oever wandelen. Zuchtend wijzigde ik mijn plan om langs het water te wandelen. Want zo tussen de Galloways door. Brrr.

 Eenmaal op de Zuiderbrug zag ik door het glas hoe de ene na de andere wandelaar gewoon over het pad langs de oever wandelde. Ik zag hoe de herdershond, die eerder rond mijn benen had gedanst, ‘speelde’ met een kalf. Mijn avontuurlijke bui kreeg de overhand. En zo wandelde ik 10 minuten later tussen de Galloways. Die mij al herkauwend volkomen negeerde. Snel maakte ik wat foto’s.

In de veronderstelling dat ik de Galloways voorbij was, bleef ik voor een enorme bramenstruik even stilstaan om mijn telefoon terug in zijn sokken te stoppen. Weer aan de wandel zag net voorbij de bramenstruik nog twee Galloways staan. En een oranjekleurig beest met een spitse snuit. Vos, registreerde mijn brein, terwijl mijn benen stopte met wandelen. Onder toeziend oog van de vos liet ik mijn hand in mijn zak glijden en viste de stevig verpakte telefoon tevoorschijn.

Helaas had de vos geen zin om rustig te blijven zitten totdat ik klaar was om een plaatje te schieten. Op het moment dat ik de telefoon uit de sok had gewurmd, draaide het beest zich om, wuifde nog een keer met een prachtige staart, en gaf mij het nakijken.  

Toet & Co: Sneeuwpret!?

Verrukt kijken de drie knuffels naar de traag vallende sneeuwvlokken. ‘Wat wordt de wereld mooi!,’ verzucht Rozifantje. ‘Kom, we gaan buiten spelen,’ jubelt Toet. Hij laat zich van de vensterbank glijden en rent naar de balkondeur. Rozi en Moeltje voegen zich bij hem. Bereidwillig maak ik de balkondeur open. Een windvlaag bedelft de Boysz onder een dun laagjes sneew. ‘Close the door!,’ gilt Moeljte. ‘It’s freezing koud.’ Voorzien van een zachte handdoek trekken de drie knuffels zich terug op de vensterbank boven de verwarming.

De wereld blijft mooi en voor Toet blijft de sneeuw trekken maar Rozi en Moeltje zien het niet zitten. ‘Kom nou mee naar buiten,’ probeert Toet zijn vriendjes over te halen. ‘Is k-k-k-k-k-koud,’ zegt Rozifantje. ‘Ik kom uit Afrika, daar heb je geen sneeuw.’ ‘Nietus,’ reageert Toet. ‘Jij komt uit het atelier van Appelig, en die woont gewoon in Nederland.’ Blozend trekt Rozi zijn sjaal wat steviger rond zijn nek, maar reageert niet.

Toet richt zijn pijlen op Moeltje. ‘Ga je mee Moeltje. Beren zijn dol op sneeuw.’ Moeltje trekt een wenkbrauw op en kijkt Toet strak aan. ‘Maybee polar bears vinden sneeuw leuk, but ai am geen polar bear. Ai am een brown bear and mai vachtje is thin. Ai stee binnen with my Rozidfriendje.’ Teleurgesteld in hun gebrek aan zin in avontuur gaat Toet een eindje bij zijn vriendjes vandaan voor het raam zitten. Mokkend kijkt hij naar buiten. Twee dagen lang herhaalt hij elk uur zijn vraag. Het antwoord van zijn vriendjes blijft hetzelfde.

‘Waarom ga je niet alleen buiten spelen?’, vraag ik hem. Zijn snuitje klaar op. Met een zwierig gebaar trekt hij zijn sokmuts wat verder over zijn oren en maakt zijn sjaal stevig vast. Ik maak de deur open, Toet stapt naar buiten, en stapt weer naar binnen. ‘Is koud aan mijn v-v-v-voeten,’ klappertand hij. Hij wandelt naar mijn slaapkamer en komt met een extra paar sokken terug. Snel trekt hij de sokken aan. Ik maak de deur weer open. Hij stapt naar buiten en stapt weer naar binnen. ‘Ze zijn niet w-w-w-waterdicht,’ bibbert hij. Ik geef hem mijn crocs. Toet wandelt weer naar buiten, steekt zijn handjes in de sneeuw en schuift weer naar binnen. Zonder iets te zeggen gaat hij weer naar mijn slaapkamer. Bij terugkomst draagt hij aan beide handjes een sok.

Weer buiten maakt hij een sneeuwbal. In de veronderstelling dat hij nu warm genoeg is aangekleed maak ik de deur dicht. Ik zit nog maar net bij de andere twee jongens, warm achter het glas, wanneer ik gebonk op de deur hoor. Toet. ‘B-b-b-b-buikje is koud, rilt hij. Ik pak een stevige vaatdoek, sla die dubbel, en pak de buik en rug van Toet in. Tevreden banjert hij weer naar buiten. Hij bukt zich om wat sneeuw te pakken. ZIjn staartje piept onder de vaatdoek vandaan en sleept door de sneeuw. Weer bonkt hij op de deur.

Weer maak ik de deur open. ‘Wat is er nu weer?,’ vraag ik licht geïrriteerd. ‘Ik ben uitgesp-p-p-peeld,’ zegt hij met een uitgestreken snuitje. ‘Het was lekker in de sneeuw, maar nu ga ik weer met mijn vriendjes spelen. En aangezien die niet naar buiten durven… Kom ik maar naar binnen.’ Vrolijk trekt hij twee paar natte sokken uit, laat de vaatdoek op de grond vallen en gaat bij zijn vriendjes voor het raam, maar vooral boven de verwarming, zitten.

→→→→↓↓↓↓←←←←←

Even voorstellen: Toet is een Cliniclown-muisje met een eigen willetje, Rozifantje is een creatie van Appelig (en daarmee one-of-a-kind) en Moeltje is lang geleden in het koffertje van Zoon mee naar Nederland gekomen en verblijft hier min of meer illegaal.

Mijn iPhone is een watje …

… maar hij is gelukkig niet kapot. En daar was ik wel bang voor. Het ding (iPhone 5S) is dik drie jaar oud en daarmee in de huidige, vluchtige wereld, stokoud. Een fossiel. Zelfs refurbished is dit model haast niet meer te krijgen. Nou, dan weet je het wel.

Al een tijdje loopt de batterij bij buitengebruik (te) snel leeg. Met name wanneer ik aan de wandel ben, en foto’s maak. In eerste instantie gaf ik de schuld aan de app Runkeeper, die meende mij in de gaten te moeten houden. Aangezien ik momenteel toch niet kan hardlopen, heb ik die app verwijderd. Het bleek niet voldoende, dus staan de meeste apps nu zo ingesteld dat zij alleen iets doen wanneer ik op het wifi net zit.

Nog liep de batterij leeg

Logisch ook, wanneer je je telefoon, met de camera open, in je jaszak stopt. Dan blijft de camera bezig met scherpstellen en weet ik wat allemaal nog meer. Doel van deze actie was, dat de camera klaar was op het moment dat ik een spectaculaire vogel, vlinder of whatever zag. In ieder geval iets wat zo weer weg is. Maar ja, ook dan moet de camera eerst scherpstellen, dus de camera niet afsluiten bleek geen optie. Het blijkt wel een gewoonte die slecht af te leren is, maar het gaat steeds beter. Bovendien zorg ik dat de batterij goed opgeladen is voordat ik aan de wandel ga, en gebruik de optie Energiebesparingsmodus.

Donderdag ging ik aan de wandel

De batterij van mijn telefoon was volledig opgeladen. Na elke foto(serie) sloot ik de camera. Na ongeveer 2,5 kilometer wandelen liep ik voorbij de passantenhaven in Blerick. De zeemeeuwen zwermde uit. In grote groepen zeilde zij boven de Maas. Dat vroeg om een foto. Ik haalde mijn telefoon uit mijn jaszak, drukte op de homeknop, en het scherm bleef zwart. Koude vingers, dacht ik en blies mijn duimen warm. Het scherm bleef zwart. Pikzwart. Via de aan/uitknop kreeg ik heel even beeld. Het icoontje van een batterij met 1% energie.

Ik dacht, die is kapot

Want een telefoon, waarvan de batterij binnen drie kwartier van 100% naar 1% zakt, die is rijp voor de schroothoop. Met het vooruitzicht binnenkort een bak geld uit te moeten geven voor een nieuwe (al dan niet tweedehandse) telefoon, liep ik enigszins balend verder. Eenmaal thuis hing ik de telefoon aan de lifeline, hield mijn duim op de homeknop, vulde de vereiste wachtwoorden in en zag dat de batterij voor 87% gevuld was.

Google is my friend

Tijd om te google-en op de woorden iPhone batterij snel leeg. Wat blijkt. Mijn telefoon is een watje. Een iPhone kan niet tegen de kou. Wil graag warm gehouden worden. Sluit zich af bij vrieskou. Enerzijds ben ik blij dat er niets ernstigs aan de hand is. Maar eigenlijk is het diep triest dat een dusdanig duur apparaat niet tegen de kou kan. Stel ik ben in de winterse kou aan de wandel en val. Kan ik niet eens om hulp bellen.  Ben nu serieus aan het overwegen op een ander merk over te stappen.

Dit is zeker niet het moment om te ‘klagen’ over het feit dat ik na ongeveer 3,5 kilometer gewandeld te hebben, mijn benen niet meer voelde van de kou. En 1,5 kilometer later blij was dat ik thuis was en het huis niet meer uithoefde. Offe … 😉