Zoektocht naar de Boysz

O jee, bel 112Nu ik zeker wist dat de Boysz zich nergens in huis verstopt hadden, belde ik 112. ‘De Boysz zijn verdwenen!,’ zei ik tegen de vriendelijke stem aan de andere kant van de lijn. ‘Hoe lang al, en hoe oud zijn de jongens?,’ kreeg ik te horen. ‘Eens kijken, Toet is zes, Rozi vier en Moeltje is al tweeëntwintig maar hij is de taal nog niet zo goed machtig,’ antwoordde ik. ‘Mulah?’ Het klonk vragend maar voordat ik antwoord kon geven werd ik om een adres gevraagd. Nadat ik dat had gegeven, kreeg ik de instructie alvast wat recente foto’s van de Boysz te zoeken ten behoeve van het amber alert.

Tien minuten later kwam een politieauto met gillende sirenes de straat in rijden. De Boysz zouden het er verrukt van zijn geweest. Twee agenten stapte uit. Eén liep naar mijn voordeur en belde aan. De ander maakte de achterklep open en daar verscheen een grote herdershond.

Ik maakte de voordeur open. ‘Rustig blijven mevrouwtje, we hebben uw kinderen en die Mulah zo weer gevonden.’ De agent had een enorme intimiderende snor waar Magnum jaloers op zou zijn. ‘De Boysz zijn mijn kinderen niet,’ antwoordde ik bedeesd. ‘En Moeltje is een van de Boysz en geen Mulah.’ ‘U zei ‘buitenlander’, bromde de agent. ‘Amerikaans,’ reageerde ik. Hij pakte zijn mobilofoon en zei, ‘We zoeken twee kleine kinderen en een achterlijke Amerikaan die de taal niet machtig is. Waarschijnlijk schietgevaarlijk.’ ‘Nee, nee, het zijn geen kinderen en Moeltje is dan wel een brombeer maar hij doet geen vlieg kwaad.’

‘Geen kinderen?’ De snor keek mij aan of hij het in Keulen hoorde donderen. Ik liet hem een foto van de Boysz zien. De agent kneep zijn ogen tot kleine spleetjes. ‘Mevrouwtje, dit komt u duur te staan. 112 bellen voor een fake misdrijf is strafbaar.’ ‘Ja maar,’  zei ik terwijl de tranen in mijn ogen sprongen, ‘De Boysz zijn sinds gisteren verdwenen en ik weet echt niet waar ze zijn. Dadelijk worden ze overreden door een auto, of verscheurd door een hond. Vriezen dood. En het is ook al bijna kerstmis.’

Of het de tranen waren, of het benoemen van kerstmis, snorremans bondt in. ‘Tja, ja, euhm, misschien kunt u hier in de buurt even de inhoud van de diverse gevonden voorwerpen-dozen gaan bekijken. U weet wel. Bij het ziekenhuis, de kinderboerderij, de supermarkt. Knuffels worden altijd ergens afgegeven, leert de ervaring. En tja, ja, euhm, dan ga ik nu maar weer. Succes er mee.’ Met een laatste knikje naar mij verliet hij mijn huis. Zonder sirene en zwaailichten reed de politieauto de straat uit.

En ik… ik trok mijn schoenen aan en begon aan een rondje gevonden voorwerpen-dozen. Bij de supermarkt waren ze niet. De dame achter de receptie van het ziekenhuis zei dat zij meende hen gezien te hebben, ‘maar ze zitten niet in de doos.’ Voor de zekerheid belde zij nog even naar de kinderafdeling, Toet is en blijft een Cliniclown muisje, maar daar waren de heren niet gesignaleerd. Bleef de kinderboerderij over.

‘Nee,’ zei de kok, ‘Die heb ik hier niet gezien. Maar volgens mij zitten die drie in de knuffelbak bij de kringloop.’ Ik snelde naar de kringloop, naar de knuffelbak.

knuffelbak

Ik zag roze, ik zag grijs. Ik zag beren, veelbelovende oren, grote voeten, muizen. Ik zag heel veel knuffels, maar de Boysz waren er niet bij….

Wat nu?

10 gedachten over “Zoektocht naar de Boysz

  1. Hm. Ze maken het wel heel bont, hè? Ik hoop dat ze een goede reden hebben… Anders wordt het huisarrest en geen zakgeld voorlopig. Ik bedoel…je gaat je toch zorgen maken, hè?

    Like

Reacties zijn gesloten.