Kerstmis is gekomen….

Zo heb je een huis vol knuffels, en zo is er geen knuffel meer te bekennen. Dinsdag waren zij boos, woensdag vermist, donderdag had ik politie over de vloer en vrijdag, na een berichtje op Facebook, kreeg ik een berichtje dat de jongens in het ziekenhuis gesignaleerd waren en dat er maandag verder gezocht zou worden.

Maandag, dat is vandaag …

Het wachten was mij dit weekend zwaar gevallen. Vandaar dat ik om acht uur vanmorgen de hal van het ziekenhuis binnenwandelde, op zoek naar de vriendelijke beveiliger. Samen liepen we naar het betreffende kantoor. Ik herkende het meteen. Het kantoor van Vriendin. Ik was dinsdag nog even bij haar binnen gewipt voor de laatste afspraken rondom de kerstlunch.

Het kantoor zat nog op slot. ‘Dat gaat nog wel even duren,’ zei ik tegen de beveiliger. ‘Vriendin heeft vakantie en Collega komt altijd pas rond half 9′. Ik pakte een kop koffie en ging in de kantine zitten wachten op de komst van Collega. Om half negen stipt stond ik weer voor het kantoor. Collega ook. Ik leg hem uit waarvoor ik kom en eindig met de vraag, ‘Heb jij de Boysz gezien?’ Ik laat hem de foto die de beveiliger heeft gemaakt zien. ‘Die tas heb ik wel gezien,’ antwoordt hij na even nadenken. ‘Die lag vorige week in de kast. Ik dacht dat-ie van Vriendin was en heb er verder niets mee gedaan. Misschien weet Vriendin meer?’

Ik bedank hem voor zijn moeite en ga, met lege handen, naar huis. Thuis aangekomen stuur ik Vriendin een appje. Heb jij de Boysz gezien? Die zijn al een week zoek. Ik vermoed dat zij vorige week dinsdag uit mijn tas zijn gekropen. Het is al middag voordat ik antwoord krijg. Sorry, lag te slapen, ben grieperig. Maar wat zeg je, zijn de Boysz zoek? In een paar woorden vertel ik over mijn zoektocht naar de Boysz. Ooh, wat erg. Helemaal gemist. Het was vorige week zo druk op het werk, dat ik nergens tijd voor heb gehad. Ik wens haar beterschap. Komt wel goed krijg ik als antwoord, gevolgd door, Ben ook een beetje uit mijn hum. Heb woensdag een kerststol van de collega’s gekregen en het lijkt erop dat Man die woensdagavond in zijn eentje soldaat heeft gemaakt. Hij ontkent in alle toonaarden en beschuldigd mij ervan dat ik dat ding zelf heb opgegeten. Het is duidelijk, niet alleen bij mij ontbreekt het aan kerststemming. Ik wens haar sterkte en beterschap.

Kerstavond …

Ik open youtube en zoek het ene trieste kerstmuziekje na het ander.  Dana zingt over een koude winter, Mud is eenzaam, net als André Hazes.  Buiten wordt het al donker. Zuchtend, in de wetenschap dat er in den lande diverse mensen zitten te wachten op een berichtje over de Boys, open ik mijn blog en begin te schrijven. De woorden willen niet echt komen. Ik open Facebook en scroll een beetje door mijn tijdlijn. De kerstwensen vliegen mij om de oren. Ik begin de wensen te liken. De rest van de wereld kan er niets aan doen dat ik kans heb gezien drie knuffels kwijt te raken. Helemaal aan het eind van mijn tijdlijn stuit ik op de kerstwens van Man, de echtgenoot van Vriendin. Een filmpje van een dansende knuffelhond. Ik herken hun kerststal op de achtergrond. Ik herken nog meer. Daar, achter die dansende knuffelhond, staan de Boysz te swingen. Ik wrijf eens door mijn ogen. Stuur vriendin een appje. Ik denk dat de Boys bij jou zijn. Volgens mij zitten ze verstopt achter de kerststal.

Toet_0

Het antwoordt laat niet lang op zich wachten. Boys zitten niet achter de kerststal. Daar lag wel een doos met een restje kerststol. Ik zoek nog even verder!

Toet_1

Het volgende appje is een foto met de tekst De heren hebben zich zeer subtiel verstopt.

Vijf minuten later heb ik een lach-huilende Toet aan de lijn. ‘Je kwam ons niet halen en we dachten dat je ons niet meer lief vond en toen zijn we stiekem met Vriendin mee naar huis gegaan want we moeten toch ergens wonen en Moeltje is een beetje onder de indruk van Toeterke, zijn dame in een dress, en we missen je heel erg en we hadden je niet bang willen maken en van teveel kerststol wordt je misselijk en nu is mijn fluff en stuff nat van de traantjes en … mogen we nog een nachtje blijven? Samen met Vriendin en Toeterke naar een kerstfilm kijken? Vriendin vindt het goed. Hier krijg je Vriendin.’

Toet_2

‘Blijven slapen?,’ vraag ik. ‘Een soort beloning?’ Vriendin begint te lachen. ‘Een beetje wel. Ze zijn heftig onder de indruk van het effect wat hun weglopen op jou en de rest van de wereld heeft gehad, en ze hebben al op een kop gehad voor het stelen van de kerststol. Maar Toeterke vindt het zo leuk dat de Boysz er zijn, en vroeg zo lief of… Tja, ik kan die kleine muis niets weigeren.’

Ik herken dat gevoel wel, van kleine muizen niets kunnen weigeren.  Daar heb ik ook wel eens last van. Vandaar dat het zo’n verwend exemplaar is geworden. Om over die vriendjes nog maar te zwijgen. Nou ja, morgen zijn ze weer thuis! Hoera, morgen zijn ze weer thuis!

Toet_3

FIJNE KERSTDAGEN EN EEN GOED 2019 ALLEMAAL!

Digitale zoektocht naar de Boysz

Tip van Zo Simpel is dan GelukIk besloot de tip van Zo Simpel is dan Geluk op te volgen en plaatste een bericht op Facebook. De steunbetuigingen vlogen mij om de oren, maar niemand had de Boys gezien. Om moedeloos van te worden.

Facebook

En toen, een klein uurtje geleden, ontving ik een messenger bericht voorzien van een foto van één van de beveiligers uit het ziekenhuis.

Zijn dit de Boysz die jij zoekt?

Toet_gesignaleerd
Een collega van mij heeft hen een paar dagen geleden zijn laatste ronde van zijn nachtdienst gesignaleerd. Omdat hij zijn loper niet bij zich had, heeft hij ons bijgevoegde foto geappt met het verzoek overdag even polshoogte te gaan nemen. Zij zien er nogal brandbaar uit, en brandbare kerstversiering is streng verboden in het ziekenhuis. Aan het einde van de middag had ik daar tijd voor, maar het kantoor was gesloten en het bureau leeg. Tijdens mijn pauze zag ik je oproep voorbij komen op mijn tijdlijn. Vandaar dit mailtje.

Als dit de Boysz zijn, laat het even weten. Dan ga ik het kantoor even goed doorzoeken!

Met vriendelijke groet,

B. Xxxxxxx, beveiliging 

Ik heb meteen terug gereageerd. JA, DIT ZIJN DE BOYSZ! Had de baliemedewerkster van de week toch gelijk. 

Helaas heeft de beveiliger de Boysz niet gevonden. Zijn zoektocht onder de bureaus en achter de prullenbakken heeft niets opgeleverd. Aangezien hij niet zomaar kasten en bureaus open mag maken heeft hij beloofd om maandag even bij het kantoor langs te gaan, en samen met de medewerkers die daar door de week resideren, de kasten en de bureaus na te lopen.  Lief toch!

Nu is het wachten tot maandag. Ze zitten vast in een van de kasten. Dat kan niet anders! Zo spannend allemaal. Duimen jullie mee voor een goede afloop? Dat de Boysz op kerstavond weer thuis zijn! 

Zoektocht naar de Boysz

O jee, bel 112Nu ik zeker wist dat de Boysz zich nergens in huis verstopt hadden, belde ik 112. ‘De Boysz zijn verdwenen!,’ zei ik tegen de vriendelijke stem aan de andere kant van de lijn. ‘Hoe lang al, en hoe oud zijn de jongens?,’ kreeg ik te horen. ‘Eens kijken, Toet is zes, Rozi vier en Moeltje is al tweeëntwintig maar hij is de taal nog niet zo goed machtig,’ antwoordde ik. ‘Mulah?’ Het klonk vragend maar voordat ik antwoord kon geven werd ik om een adres gevraagd. Nadat ik dat had gegeven, kreeg ik de instructie alvast wat recente foto’s van de Boysz te zoeken ten behoeve van het amber alert.

Tien minuten later kwam een politieauto met gillende sirenes de straat in rijden. De Boysz zouden het er verrukt van zijn geweest. Twee agenten stapte uit. Eén liep naar mijn voordeur en belde aan. De ander maakte de achterklep open en daar verscheen een grote herdershond.

Ik maakte de voordeur open. ‘Rustig blijven mevrouwtje, we hebben uw kinderen en die Mulah zo weer gevonden.’ De agent had een enorme intimiderende snor waar Magnum jaloers op zou zijn. ‘De Boysz zijn mijn kinderen niet,’ antwoordde ik bedeesd. ‘En Moeltje is een van de Boysz en geen Mulah.’ ‘U zei ‘buitenlander’, bromde de agent. ‘Amerikaans,’ reageerde ik. Hij pakte zijn mobilofoon en zei, ‘We zoeken twee kleine kinderen en een achterlijke Amerikaan die de taal niet machtig is. Waarschijnlijk schietgevaarlijk.’ ‘Nee, nee, het zijn geen kinderen en Moeltje is dan wel een brombeer maar hij doet geen vlieg kwaad.’

‘Geen kinderen?’ De snor keek mij aan of hij het in Keulen hoorde donderen. Ik liet hem een foto van de Boysz zien. De agent kneep zijn ogen tot kleine spleetjes. ‘Mevrouwtje, dit komt u duur te staan. 112 bellen voor een fake misdrijf is strafbaar.’ ‘Ja maar,’  zei ik terwijl de tranen in mijn ogen sprongen, ‘De Boysz zijn sinds gisteren verdwenen en ik weet echt niet waar ze zijn. Dadelijk worden ze overreden door een auto, of verscheurd door een hond. Vriezen dood. En het is ook al bijna kerstmis.’

Of het de tranen waren, of het benoemen van kerstmis, snorremans bondt in. ‘Tja, ja, euhm, misschien kunt u hier in de buurt even de inhoud van de diverse gevonden voorwerpen-dozen gaan bekijken. U weet wel. Bij het ziekenhuis, de kinderboerderij, de supermarkt. Knuffels worden altijd ergens afgegeven, leert de ervaring. En tja, ja, euhm, dan ga ik nu maar weer. Succes er mee.’ Met een laatste knikje naar mij verliet hij mijn huis. Zonder sirene en zwaailichten reed de politieauto de straat uit.

En ik… ik trok mijn schoenen aan en begon aan een rondje gevonden voorwerpen-dozen. Bij de supermarkt waren ze niet. De dame achter de receptie van het ziekenhuis zei dat zij meende hen gezien te hebben, ‘maar ze zitten niet in de doos.’ Voor de zekerheid belde zij nog even naar de kinderafdeling, Toet is en blijft een Cliniclown muisje, maar daar waren de heren niet gesignaleerd. Bleef de kinderboerderij over.

‘Nee,’ zei de kok, ‘Die heb ik hier niet gezien. Maar volgens mij zitten die drie in de knuffelbak bij de kringloop.’ Ik snelde naar de kringloop, naar de knuffelbak.

knuffelbak

Ik zag roze, ik zag grijs. Ik zag beren, veelbelovende oren, grote voeten, muizen. Ik zag heel veel knuffels, maar de Boysz waren er niet bij….

Wat nu?