Toet & Co: Je doet het express

Woensdagochtend. Ik trek mijn sokken en schoenen aan, en ben klaar om richting de kringloop te wandelen. Uit mijn ooghoek zie ik hoe Toet naar mijn voeten kijkt. Ik besteed geen aandacht aan de muis, en vertrek.

Donderdagochtend speelt Rozi met de veters van mijn schoenen. ‘Zijn die warm genoeg?’ vraagt hij, en wijst naar mijn sokken. ‘Meer dan warm genoeg,’ antwoord ik, en trek mijn schoenen aan.

Vrijdagochtend zijn mijn beide schoenen bezet. Rozi heeft zich in de één verschanst, en Moeltje zit in de andere. Ik kan er niet mee zitten. Het is beduidend warmer dan de dagen ervoor, dus ik trek mijn gympen aan. Ineens staat Toet voor mij. Handjes in de zij, stampvoetend. Zijn ogen spugen vuur. ‘Je doet het express. Om ons te plagen,’ gromt hij. Wat ik express doe, om hen te plagen, wil hij niet vertellen. ‘Alsof jij dat niet weet.’

Vrijdagavond ga ik op tijd naar bed. Iets met glutenvrije chips die sporen van gluten bevattende granen kunnen bevatten. Ik had de waarschuwing, in kleine lettertjes, niet gelezen, maar weet, laat dat kunnen maar weg. Ze bevatten gluten. Rillerig kruip ik mijn bed in. Ik heb het zo koud, dat ik mijn enkelsokjes aanhoud.

Natuurlijk kan ik niet slapen. Zodoende zie ik hoe mijn slaapkamerdeur opengaat en hoor zachte voetjes over het laminaat wandelen. Ik voel hoe de deken aan het voeteneind wordt opgetild en hoor Moeltje fluisteren, ‘Yeas, she’s wearing sokkies, so het is cold genoeg voor ons to wear sokkies.’

De meest rechtse kastdeur schiet open, en bonkt tegen de punt van de kaptafel. ‘Stttt,’ piept Rozi, ‘dadelijk wordt zij wakker.’ Ik maak een fake snurkend geluidje. ‘No, she’s slaapt als een bear in wintersleep,’ bromt Moeltje. Ik hoor iets uit de kast vallen. Dat kan alleen maar de sokkenbak zijn, denk ik, en wacht af. Het klinkt of er muizen door mijn slaapkamer dansen. Dan hoor ik, ‘Volgens mij moeten er meer sokken zijn. Wacht even, ik ga een zaklamp halen.’

Ik hoor Toet de kamer uit rennen, en zie even later het licht van een zaklamp. ‘Hier onder de kast ligt nog een paar,’ piept Rozi, en niest eens flink. ‘Sain dit alle sokkies?’ hoor ik Moeljte vragen. ‘Volgens mij wel,’ bromt Toet. ‘En je ziet, er zit geen enkele ouwe sok meer in, alleen nog maar van die nieuwe, tweedehands maar wel gewassen, blije sokken.’ Hij klinkt tevreden.

‘Denk je,’ piept Rozi aarzelend, ‘dat Liesbeth het goed vindt dat wij de sokken eerder dragen dan ons personeel?’

‘Tuurlijk,’ antwoordt Toet. ‘Personeel hé. Tweede keus. Bovendien blijven er genoeg sokken voor haar over om uit te kiezen.’

Even blijft het stil. Muis-, olifanten- en berenstil. Dan vraagt Moeltje, ‘So leg mai nog eens out, waerom wai must wait met happy socks aandoen, tot all de andere sokken in de was liggen?’

De oorverdovende stilte die volgt maakt mij duidelijk dat Toet op deze vraag geen antwoord heeft. Ik hoor hoe de sokkenbak weer in de kast wordt gezet, hoe de deur wordt gesloten, en zie de slaapkamerdeur dicht gaan. Alsof er niets gebeurt is. Alsof ik het slechts gedroomd heb.

De volgende ochtend is één blik op de vensterbank voldoende om te beseffen dat ik het niet gedroomd heb.

Thuis zijn, thuis voelen

Mijn vormende jaren heb ik in Eindhoven doorgebracht. Ik ben er geboren en getogen. Toen ik in 1987 het ouderlijk huis en Eindhoven verliet om in een dorp in de omgeving te gaan wonen, dacht ik dat dit afscheid wat EIndhoven betreft niet definitief was. Ooit zou ik weer in Eindhoven gaan wonen. Eindhoven was mijn stad. Mijn thuis.

De daarop volgende verhuizingen brachten mij alleen maar verder van huis. Maar weinig van de huizen waar ik gewoond heb, voelde als thuis. Net zo min als de plaatsen waar die huizen stonden. Eindhoven bleef trekken. In Eindhoven voelde ik mij thuis.

Tien jaar geleden besloot Zoon dat hij in Eindhoven wilde gaan studeren. Een mooi moment om terug naar mijn wortels te gaan, had ik bedacht, en ging op zoek naar woonruimte. Na de tweede woningbezichtiging legde Zoon een bom onder het plan en bleven wij in Limburg wonen. Wel verhuisde wij weg uit het kleine dorp waar ik mij na dik twaalf jaar nog steeds een vreemde eend in de bijt voelde. Venlo werd onze nieuwe woonplaats. Het huis voelde meteen als thuis. Ineens was de behoefte veel en vaak buitenshuis te zijn, verdwenen.

De wens, verhuizen naar Eindhoven, teruggaan naar mijn worteltjes, verdween naar de achtergrond. Hoewel ik zeer regelmatig naar huis ging voor familie- en mantelzorgbezoekjes, kwam ik nog maar zelden in Eindhoven. Op een dag drong het tot mij door dat ik mij eigenlijk helemaal niet thuis voelde in Eindhoven. Zelfs nooit had gedaan. Mijn ouders hadden er gewoond, ik was er opgegroeid en daardoor was er een band, maar het was geen thuis.

Het leverde een dubbel gevoel op. Ik voelde mij ontheemd door het gebrek aan een thuishaven. Inwendig jubelde ik omdat ik nu op zoek kon gaan naar een plaats waar ik het thuisgevoel wel had. En een huis natuurlijk. Want alleen aan een plaats waar je je thuisvoelt heb je niets. Je hebt ook een prettig aanvoelend huis nodig. Zoals mijn huis hier, in Venlo.

Het enige minpunt aan dit huis (naast de badkamer lekkage en de keuken die op instorten staat) is dat het in Venlo staat. Wie wil daar nou wonen? Euh….. Ik dus. Het afgelopen jaar heb ik de tijd genomen de stad, de omgeving, de mensen te leren kennen. Ik herken de geluiden en het ritme van de stad. Proef de Maas in de wind. Ik ben thuis, ik voel mij thuis. Natuurlijk ben ik nog steeds een vreemde eend, maar daar doen ze hier in Venlo niet zo moeilijk over.

En weet je wat zo grappig is. Sinds ik dit weet, sinds ik dit voel, kan ik weer genieten van een bezoek aan Eindhoven. Net zoals ik geniet van een bezoekje aan Sittard (waar ik toen ik er woonde gillend gek werd), Maastricht, Utrecht, Groningen, Rotterdam, Den Bosch en Istanbul (om maar bij de vreemde eenden te blijven). Ik ben thuis.

Slow Fashion Season (3): ’t was een koopje!

Slow Fashion Season (challenge: koop drie maanden geen nieuwe kleding) was nog maar koud begonnen, toen het tot mij doordrong welk kledingstuk in mijn kast ontbrak. Een spijkerjasje! Die dingen zijn perfect om tijdens iets koelere zomeravonden aan te schieten. Maar ook in het voor- en najaar prima te gebruiken voor net dat beetje extra warmte, en in de winter is het heel geschikt als accessoires. Want altijd een vestje is ook zo saai.

Het moge duidelijk zijn dat bovenstaande op een iets koelere zomeravond tot mij doordrong. ‘Binnenkort loop ik maar weer eens bij de kringloop binnen,’ zei ik tegen de vriendin waarmee ik die avond op stap was. Er volgde een hittegolf, en ik vergat mijn plan.

Het werd 13 augustus. Ik was door een medewerker van een detacheringsbureau uitgenodigd voor een kennismakingsgesprek. In Eindhoven. Het weer viel wat tegen. Zowel in Venlo als in Eindhoven werd wat regen voorspeld, en in beide steden viel de temparetuur zwaar tegen. Ik ging op zoek naar het jasje. Tevergeefs, want ja, ik was mijn plan vergeten. Er zat niets anders op dan een vestje mee te nemen.

Ja, ik had mijn rode jas aan kunnen trekken. Of mijn regenjas. Maar beide geven het gevoel van minder weer. En zo minder was het nu ook weer niet.

Op de heenweg had ik geluk en hield het droog. Ook qua temperatuur viel het reuze mee. Dit in tegenstelling tot de terugweg. Net na het verlaten van het pand begon het te regenen. Tegen de tijd dat ik, gehuld in vestje, op het station aankwam was het koud te noemen. Mijn kleding was nog klammig toen ik in Venlo aankwam, en daar zo de kou en een flinke regenbui instapte. Nat tot op mijn hemd kwam ik thuis.

Ik weet het. Een spijkerjasje heeft met zulk weer ook weinig nut. Net zo min als mijn rode jas. Alleen mijn regenjas had uitkomst geboden. Maar ja, dat ding is niet erg fashionable.

Ondanks dat wandelde ik woensdag naar de kringloop, op zoek naar een spijkerjasje. Wat ik niet vond. Helemaal niet erg, want ik zag een grijs, ribfluwelen, semi motorjack hangen. Het perfecte kledingstuk om een saai HEMA-jurkje mee op te pimpen. Verliefd tot over mijn oren kocht ik het. Ondanks dat het ietsjes te groot is. Maar hé, ik sla zelfs bij passende kleding negen van de tien keer de mouwen één of tweemaal om.

Thuis zag ik pas van welk merk het jasje is. Marc Cain. Vaag herinnerde ik mij dat ik de dag ervoor in Eindhoven voorbij een winkel met die naam was gewandeld. Voor de gein googlede ik het merk. Zag een online store. Snuffelde daar wat rond en kreeg een hartverzakking van de prijzen. Daar kunnen wij een maand van eten.

Heb ik potverdorrie per ongeluk een (duur) merkartikel gekocht. Het ding is puntgaaf. Voor nog geen €15 euro. Voorlopig sta ik er sjiek op.

Kringloopvondst