Pure luxe: het spa gevoel

Sinds een paar jaar weet ik dat kitranden in de badkamer niet het eeuwige leven hebben. In dezelfde periode kwam ik er achter, dat het vervangen van een badkamer duurder is dan het vervangen van een keuken. Zoon verving de kitranden waardoor het probleem minder nijpend werd en ik ging sparen. Ik had het benodigde bedrag, plus wat extra’s, bijna bij elkaar, toen mijn auto voor de APK naar de garage ging. De auto kwam door de keuring heen maar Zoon, die zich toen al even Technisch Specialist Personenauto’s mocht noemen, zei dat hij zich toch wat zorgen maakte. ‘Als je geluk hebt gaat het nog een paar jaar goed, als je pech hebt…’ Aangezien ik in die tijd afhankelijk was van een auto, gooide ik mijn plannen om. Er kwam een andere auto en ik spaarde vrolijk verder. Het eind is in zicht. Als er geen gekke dingen gebeuren, kan ik begin volgend jaar afspraken gaan maken.

Donderdagochtend tijdens het douchen viel het mij op dat de waterstraal wel heel minimaal was. Morgen ontkalken, dacht ik. Toen viel mijn oog op de verbinding tussen slang en douchekop. Daar liep het stuk straal dat ik ‘kwijt’ was. Zeker losgeschoten, dacht ik, en na het sluiten van de kraan probeerde ik de, tevergeefs, de verbinding te herstellen. Met het idee, morgen even aan Zoon vragen, kleedde ik mij aan en vertrok richting station. Bij thuiskomst zag ik de waterpomptang op de tafel liggen, maar ik was het pis-straaltje van die ochtend al weer vergeten.  

De volgende ochtend begon Zoon over de nieuwe lekkage in de badkamer. ‘Ik ben al bij de bouwmarkt geweest maar ik weet eigenlijk niet wat we nodig hebben’. ‘Niets,’ was mijn reactie. ‘Haal de douchekop er even af, dan leg ik die in een bak natuurazijn om te ontkalken. Dan is het leed zo weer geleden’. Zoon pakte de waterpomptang en haalde de douchekop los. Er bleek een forse scheur in het schroefdraad van de douchekop te zitten. Ik zuchtte eens. Ik zuchtte diep. Ontkalken was duidelijk verspilde moeite. ‘Als je zegt wat we moeten hebben, dan haal ik morgen, voor ik aan het werk ga, wel even een nieuwe douchekop en slang,’ zei Zoon, terwijl hij de kop weer vast maakte. Kijk, daar heb je als moeder wat aan.

Met een complete badkamerrenovatie in het verschiet negeerde ik het echt leuke spul. Functioneel en niet te duur was mijn uitgangspunt. Ik zocht, vond, en liet de vondst aan Zoon zien. Toen was het tijd om te douchen. Ik stapte in bad, draaide de kraan open. Het water spoot in het rond, kletterde tegen muren en plafond. Uit de douchekop kwam geen druppel. Na wat vaag gehannes met een washandje bij de wasbak was ik klaar om naar de bouwmarkt te gaan.

img_3663

Ergens blijf ik het ‘zonde geld’ vinden maar…. zo’n verse douchekop zonder kalk en breukloos in het verbindingsstuk doucht wel lekker. Ik krijg er een spa gevoel van. Gewoon thuis in mijn eigen badkamer. Pure luxe!

De kers op de slagroom

Sommige dagen beloven op papier al om een perfecte te worden. Gisteren was zo’n dag. Twee uur genieten van het reizen met de trein. De hele middag en een deel van de avond doorbrengen in meer dan goed gezelschap. Een bezoek aan het strand. Met blote voeten wandelen in de branding. Op een terrasje in de zon, achter glas, koffie drinken. Een hapje eten met aansluitend een rustgevende treinreis huiswaarts. Ik bedoel maar, daar valt toch helemaal niets op af te dingen. Eigenlijk weet je vooraf al dat, zelfs al heeft de trein oververhoopt vertraging of valt de regen met bakken uit de lucht, de belofte van perfectie wordt waargemaakt. En je weet ook, de dag kan niet beter worden dan verwacht. Omdat de overtreffende trap van perfect niet bestaat.

Dacht ik.

zeehond

Toen liepen we het strand van Katwijk op en zagen deze badgast. Het voelde toch als de kers op de slagroom op de appelmoes van een niet nader te noemen hotelketen. Nooit gedacht dat ik zou smelten van een zeehondje. Maar allez, ik blijk toch gevoelig te zijn voor grote hondenogen…. 😉 

Vrijwilligerswerk

She van Shes Changing LanesEind juni heb ik mij bij de vakbond aangemeld voor vrijwilligerswerk, en wel als loopbaanconsulent. De loopbaanconsulent is er speciaal voor leden die (gevoelsmatig) toe zijn aan een andere loopbaan, ongeacht de oorzaak. Mensen zoals ik dus. De loopbaanconsulent doet geen testjes, geeft geen dwingend advies, gaat niet op de stoel van de vraagsteller zitten. De loopbaanconsulent gaat het gesprek aan, luistert, stelt (indringende) vragen en attendeert de vraagsteller op mogelijkheden om zijn/haar vraag te concretiseren. Het moge duidelijk zijn waarom ik mij juist tot deze functie aangetrokken voel.

Je tot iets aangetrokken voelen, en iets kunnen, zijn twee verschillende dingen. Vandaar dat ik een keertje mee mocht lopen met twee ervaren loopbaanconsulenten. Het doel van het meelopen is tweeledig. Ik kan beoordelen of het mij wat lijkt en, minstens zo belangrijk, de ervaren consulenten kunnen een inschatting maken of ik geschikt ben voor dit werk.

Gisteren wat het zo ver. Ik mocht mij bij het vakbondshuis  in Weert melden. Er stonden twee gesprekken op de planning. Eentje om 19:00 uur en het tweede om 20:00 uur. Ik viel met mijn neus in de boter; werd meteen in het diepe gegooid. Normaal gesproken wordt een gesprek, vanuit de gedachten ‘twee weten meer dan één’, door twee consulenten gevoerd. Eén van de consulenten bleek op het laatste moment niet in de gelegenheid om bij de gesprekken aanwezig te zijn. ‘Luister goed, en mocht je vragen hebben, schroom niet om die te stellen,’ zei de nu eenzame consulent. Dat deed ik.

Het werden twee heel verschillende, zeer intensieve uren. Ondanks dat voelde ik  mij als een vis in het water. Na afloop van het tweede gesprek zei de kandidaat tegen mij, ‘Als je het niet gezegd had, had ik niet geweten dat jij nog geen echte consulent bent,’ Dat geeft de burger moed. Toen ook de consulent aangaf blij te zijn met mijn aanwezigheid en zinnige bijdragen, en positief zou adviseren, ging ik enigszins stuiterend naar huis. De eerste horde is genomen. Nu is het even afwachten totdat ik van de vakbond te horen krijg wanneer de tweede horde, het volgen van een opleiding, gepland staat. Aangezien zich meer mensen aangemeld hebben om vrijwilliger te worden, en iedereen een keertje mee moet lopen, kan dit nog wel even gaan duren. Ik zeg maar zo, wat in het vat zit, verzuurt niet.

Nee, het is geen betaald werk, het valt niet eens in de categorie ‘iets totaal anders’, maar dat geeft niks. Het idee dat ik op deze wijze mensen, die met de voor mij zo bekende vraagstukken worstelen, (een beetje) kan helpen, stemt mij blij. Bovendien houdt het mij 12 avonden per jaar van de straat. Wat wil een mens nog meer?